Dolende geesten

M heeft deze maand een fraai voorbeeld van typisch Nederlands pragmatisme. In de jaren zestig raakte de antipsychiatrie internationaal in zwang. Het zou beter zijn voor psychiatrische patiënten om tussen gewone mensen te wonen. Inrichtingen gingen dicht, patiënten de straat op.

Nederland volgde schoorvoetend. Vermaatschappelijking hebben we dat hier gedoopt. Al' mensen niet een direct gevaar voor hun omgeving vormen, gedijen ze het best in een zo normaal mogelijke omgeving. Geen speld tussen te krijgen.

Maar de praktijk is weerbarstig. Niet elke patiënt kan het aan, en niet elke buurt is er geschikt voor. En bovendien zit natuurlijk niemand op mensen met afwijkend gedrag te wachten. Wat te doen?

In Den Haag is een zeer Hollandse oplossing gevonden. In een oud pension in de stationsbuurt hebben 35 schizofrene mannen onderdak gevonden, die niet meer in een inrichting kunnen of willen wonen, maar ook niet aan zichzelf kunnen worden overgelaten. Het pension wordt bestierd door een jonge kok van 26, die de schizofrenen 's ochtends hun pillen geeft, zo'n beetje in de gaten houdt waar ze uithangen en ingrijpt wanneer ze weer zo in de war zijn dat ze beter een tijdje kunnen worden opgenomen. Zijn ouders, de eigenaren van het familiepension, staan in de keuken. Het pension voldoet aan geen enkele regel, maar de gemeente dankt God op haar blote knieën dat het bestaat, want waar moesten ze anders met die schizofrene mannen heen? Het lijkt wel een kerstsprookje. En het is natuurlijk ook een mooie humane Hollandse gedoogoplossing.

Maar toch blijft er iets knagen en verbazen. De overheid propageert vermaatschappelijking. Maar waarom is nooit serieus onderzocht of patiënten die buiten een instelling wonen eigenlijk wel beter af zijn?

    • Laura Starink