De wereld een markt

EN OMHOOG GAAN ze weer, de effectenbeurzen, alsof bij toverslag de beleggers en de handelaren achter hun beeldschermen tot het collectieve besef zijn gekomen dat het ergste leed in de koersontwikkelingen verwerkt is. Het eerste kwartaal van dit jaar heeft een wereldwijde beurscrash in slow motion te zien gegeven, met enorme verliezen, maar zonder de paniek van een koersschok op één dag. In de informatie- en communicatietechnologie, de ICT van de vorig jaar nog zo bewierookte `nieuwe economie', zijn de dalingen al langer aan de gang en zijn de klappen nog groter geweest. In de Verenigde Staten hebben de beweringen over blijvende economische groei plaatsgemaakt voor gesomber over een recessie.

De snelheid van de omslag in de economie heeft menigeen verrast, maar het begin en het einde van recessies blijken historisch gezien altijd moeilijk te voorspellen. Na tien jaar economische expansie is het niet zo vreemd dat een economie pas op de plaats maakt. De investeringen in productiecapaciteit en in technologie waren overmatig geweest en dan is een periode van pas op de plaats voor de hand liggend. Afkoeling van de Amerikaanse economie, met zijn grote handelstekorten en sterke dollar, was welkom. De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, heeft daar vanaf maart 2000 op aangestuurd met een serie van renteverhogingen. Pas begin dit jaar, toen duidelijk werd hoe hard de economie afstevende op afkoeling, herzag Fed-voorzitter Greenspan het beleid en begon hij met een agressieve rentedaling.

DE FEDERAL RESERVE heeft niet alleen de taak te zorgen voor prijsstabiliteit, maar ook voor een gezonde economische ontwikkeling. De exuberante beurskoersen, waarvoor Greenspan al in 1998 waarschuwde, waren op zichzelf een aanjager van de economie. Ze boden Amerikaanse ondernemingen toegang tot goedkoop kapitaal en ze gaven burgers het gevoel van onverwachte beleggingswelvaart, die zich vertaalde in lagere besparingen en hogere consumptieve uitgaven. Een langdurige beursdaling heeft het omgekeerde effect. Hoewel centrale banken zich niet bezighouden met sturing van de aandelenmarkten, speelt de zorg dat wegvallend consumentenvertrouwen kan leiden tot terughoudend economisch gedrag bij de Fed wel degelijk mee in de besluitvorming over het monetaire beleid.

Wall Street heeft ook een eigen agenda. President Bush heeft een reusachtige belastingverlaging aangekondigd als het kernstuk van zijn beleid. Het begrotingsoverschot moet terug naar de belastingbetalers. De stagnatie in de economie en de daling van de effectenbeurzen hebben Bush een onverwacht, onvervalst Keynesiaans argument gegeven om zijn belastingteruggave van 1.600 miljard dollar in het Congres aan te bevelen. Hoe verder de Dow Jones zakt, des te krachtiger het argument. In Wall Street zal men zich van deze invalshoek ongetwijfeld bewust zijn. Een beetje koerspaniek zet druk op het Congres.

Bush heeft het overigens niet gemakkelijk met zijn belastingplan. Het Huis van Afgevaardigden heeft het aangenomen, maar in de Senaat ligt een meerderheid van Democraten met enkele dissidente Republikeinen dwars. Deze week heeft de Senaat besloten bijna eenderde van Bush' belastingverlaging te bestemmen voor onderwijs en aflossing van de federale schuld. (In Washington speelt precies dezelfde discussie als op het ogenblik in Den Haag binnen het kabinet). Overleg tussen Huis en Senaat moet nu een oplossing brengen.

TEGENOVER DE bijna-paniek in de VS over de plotselinge omslag in de economie staat een tamelijk rooskleurig perspectief voor de Europese Unie. De vaart zit er nog in en hoewel de rozige groeiscenario's onder invloed van de Amerikaanse ontwikkelingen naar beneden worden bijgesteld, ligt in Europa niet direct een recessie op de loer. Met uitzondering van de kleinere landen, waaronder Nederland, was de groei in de voorafgaande jaren ook aanmerkelijk minder uitbundig dan in de VS. De Europese economie vraagt dan ook terughoudendheid in het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Tot nu toe heeft de ECB een rentedaling voor zich uitgeschoven.

De ECB hanteert, anders dan de Federal Reserve, formeel uitsluitend het criterium van prijsstabiliteit. Naar eigen zeggen zal Duisenberg de rente nooit, zoals Greenspan, verlagen omdat de groei terugvalt of de beurs instort. In de praktijk zijn de verschillen tussen de ECB en de Fed klein, want bij een dalende economie neemt ook de inflatiedreiging af. Opmerkelijk genoeg krijgt de ECB de laatste tijd meer krediet voor haar monetaire beleid. Vergeleken met het haast paniekachtige beleid van de Fed in de afgelopen tijd oogt de ECB als een baken van voorzichtigheid.

De derde speler in het spel is Japan, waar de centrale bank de rente heeft afgeschaft om de anemische economie weer op te peppen. Maar niemand die na jaren modderen nog wonderen uit Japan verwacht.

Het is opmerkelijk hoezeer de wereld gewend is geraakt aan de Amerikaanse groei. Dat is de motor van de economische groei in de wereld geweest in het afgelopen decennium. Aan die zorgeloosheid is een einde gekomen. Nu beleven we een periode van afkoeling. Maar ook hiervan is het einde wellicht eerder in zicht dan wordt vermoed.