De slinkende huwelijksvoorwaarden van de Oranjes

Máxima Zorreguieta is geen prinses en niet protestants. Een eeuw geleden zou ze geen kans hebben gemaakt om koningin te worden. Maar adel is geen voorwaarde meer, het gaat tegenwoordig om `ziele-adel'.

,,Oo wass ick doch doot, of wass ick een bourin, soo mocht ik doch iemantz nemen die ick kende, nae mijn sinn en die ick liefhad'', verzuchtte Louise, dochter van Frederik Hendrik van Oranje, meer dan drie eeuwen geleden tegenover de Friese stadhouder Willem Frederik. Louise had net gehoord dat ze moest trouwen met de Duitse keurvorst van Brandenburg. Willem Frederik, die zelf ook had gehoopt op een huwelijk met Louise, trok snel een praktische conclusie: `Nu resteert Albertine' (de zus van Louise), zo noteerde hij in zijn dagboek. Want trouwen met een Oranje-prinses zou hij. Zijn vasthoudendheid loonde: na twaalf jaar wachten mocht hij Albertine huwen en zo werd hij mede dankzij die verbintenis voorvader van een lange rij vorsten, onder wie de huidige koningin Beatrix.

Het huwelijk was voor de Oranjes eeuwenlang het middel bij uitstek om hun macht uit te breiden. Trouwen uit liefde zoals Willem-Alexander nu met Máxima van plan is, was alleen weggelegd voor families die niks te verliezen hadden of niets ambieerden.

Dat betekende dat een huwelijkskandidaat aan strenge eisen moest voldoen. De Oranje-stadhouders huwden nog dochters van koningen van Pruisen en Engeland. Maar in de loop der eeuwen werd het rijtje met eisen kleiner. Aan het eind van de negentiende eeuw moest de kandidaat ten minste een prins of een Duitse hertog zijn, en protestants. In de twintigste eeuw bleef ten slotte alleen de religieuze denominatie over. En met zijn keuze voor de katholieke Máxima is Willem-Alexander nu zelfs van dat criterium afgestapt.

Afkomst heeft gaandeweg plaatsgemaakt voor het belang van de persoonlijke keuze, aldus de historicus Cees Fasseur, biograaf van Wilhelmina. Voorzover de huwelijkspartner verstandelijk wordt gekeurd, tellen zijn of haar vaardigheden zwaarder dan afkomst. Fasseur: ,,Een ontwikkeling van adel naar ziele-adel zullen we maar zeggen.''

Sinds de Oranjes in 1813 de koningstitel kregen, werden de huwelijken minder prestigieus, zegt historicus Jaap van Osta, verbonden aan de universiteit van Utrecht en gespecialiseerd in moderne monarchieën. Willem I slaagde er nog in om tsarendochter Anna Paulowna te koppelen aan zijn zoon Willem II, maar daarna werden prinsessen en prinsen uit kleine Duitse staatjes het hoogst haalbare. Osta schrijft dat toe aan de afscheiding van België uit het koninkrijk en aan de verminderde revolutionaire dreiging uit Frankrijk na de ondergang van Napoleon. ,,Nederland had zijn bufferfunctie tegen het revolutionaire gevaar verloren en was voor de conservatieve mogenheden minder interessant geworden. Dat straalde af op het koningshuis.''

Volgens Osta werden de Oranjes zelf ook steeds minder strategisch als het op huwen aankwam. Een poging van prinses Sophie van Württemberg en Willem III om een dochter van de Engelse koningin Victoria te laten huwen met hun zoon Willem, werd een fiasco. Willem had zijn oog laten vallen op een Nederlands adellijk meisje, gravin Mathile van Limburg Stirum. Maar Willem III stak een stokje voor dat huwelijk. Hij wilde voor zijn zoon op zijn minst een prinses. Zo kwam het dat Willem helemaal niet trouwde en in 1879 kinderloos stierf.

In datzelfde jaar hertrouwde Willem III, toen bijna 62, met de twintigjarige Emma, prinses van het piepkleine Duitse staatje Waldeck en Pyrmont. Dat huwelijk was nog zijn enige kans op nageslacht. Van liefde was geen sprake. Emma huwde Willem vooral om haar moeder een plezier te doen en de kans op een goed huwelijk voor haar zusters te vergroten.

Naarmate de monarchiën in Europa aan macht inboetten, werd de dynastieke ratio achter de huwelijken van de Oranjes minder belangrijk, zegt Fasseur. Hoewel Emma het belang van een strategisch huwelijk wel kende, gunde zij Wilhelmina vooral iemand van wie zij kon houden. De romantiek in het huwelijk werd aan het begin van de vorige eeuw belangrijker, zegt Fasseur. ,,Zeker voor de vrouwelijke helft die minder dan de man de gelegenheid kreeg om er liefdes naast te hebben.''

Een aantal harde eisen had Emma wel: de kandidaat moest ten minste een prins of een Duitse hertog zijn, hij moest protestant zijn, niet uit een dominant land komen, niet zelf troonopvolger zijn en geen nabije familie zijn in verband met het gevaar van ziektes.

Emma vond na druk heen en weer praten en schrijven met familie en bekenden hertog Hendrik van het feodale Mecklenburg Schwerin, in grootte de zevende staat van het Duitse keizerrijk. Hij voldeed aan de eisen en Wilhelmina vond hem leuk. Althans, voorzover zij dat kon beoordelen, want zij had, zo schrijft Fasseur in zijn biografie, niet langer dan tien minuten met hem onder vier ogen gesproken toen hij haar ten huwelijk vroeg. Het zou een ongelukkig huwelijk worden.

Wilhelmina wilde voor haar dochter Juliana een liefdevollere alliantie. Het eisenlijstje was gekrompen tot: hij moest van adel zijn, en protestant. Wilhelmina zocht, bijgestaan door minister van Buitenlandse Zaken Beelaerts van Blokland, eerst in Scandinavië. Duitsland lag vanwege het opkomende nazisme minder voor de hand. Een ontmoeting van Juliana met prins Karl van Zweden werd een fiasco. Juliana had haar kansen, zo meende de Nederlandse gezant in Zweden, verspeeld doordat zij haar uiterlijk verwaarloosde en te laat kwam.

Na zeven jaar intensief maar vruchteloos zoeken, verscheen tijdens een wintersportvakantie in Igls volgens Fasseur plotseling ,,uit het niets'' Bernhard prins van Lippe-Biesterfeld. Niet Wilhelmina, maar Bernhard zelf was het brein achter de ontmoeting. Van hoge adel maar niet bemiddeld, was Bernhard al een tijdje bezig om via via met Juliana in contact te komen. Juliana viel meteen voor zijn charmes en ook de hofhouding, die zijn naam snel had opgezocht in de Gotha-almanak (het overzicht van alle adellijke stambomen) was enthousiast. ,,Skiet goed, lacht vriendelijk. Krijgt onze volledige instemming'', noteerde hofdame barones van Asbeck volgens Fasseur. Negatieve berichten over Bernhard uit Duitsland – hij zou een oppervlakkig karakter hebben, een Don Juan zijn en een liefhebber van `cocktails' – veranderden niets aan Wilhelmina's overtuiging dat hij ,,helemaal een gentleman'' was. De tijd drong bovendien, Juliana liep al tegen de dertig. ,,'t Wordt tijd er eén te vangen'', schreef de Nederlandse gezant in Berlijn, Van Limburg Stirum, aan Beelaerts.

Een jaar na de ontmoeting in Igls werd het huwelijk gesloten. Erg gelukkig was de verbintenis niet: de Greet Hofmans-affaire, waarbij Juliana naar de smaak van Bernhard te veel onder invloed verkeerde van een gebedsgenezeres, bracht in de jaren vijftig grote echtelijke twisten aan het licht.

Hoe Juliana zich heeft bemoeid met het vinden van een echtgenoot voor Beatrix is tot dusver niet bekend. Maar duidelijk is dat Claus Von Amsberg vooral een persoonlijke keuze was van Beatrix die weinig te maken had met `staatsraison' of dynastieke strategie. De Duitse afkomst van Claus was 25 jaar na de Tweede Wereldoorlog niet ideaal. Omdat het volgens Beatrix om een privé-zaak ging, hield zij, tot wanhoop van de toenmalige premier Cals, de identiteit van haar geliefde geheim, terwijl in de pers al een foto circuleerde van het paar. Claus was weliswaar van adel, maar zijn familie is het adellijke `Von' op eigen initiatief gaan voeren. Sinds 1795 is dat door de autoriteiten gedoogd en pas in 1891 heeft de groothertog Von Mecklenburg Schwerin de titel officieel gemaakt. De adeldom van Claus was een ,,assimiliatieproces'', zegt Schutte van de Hoge Raad van Adel.

Zo is het eisenlijstje van een eeuw geleden langzaam onttakeld en met de verloving van Máxima Zorreguieta en Willem-Alexander ten grave gedragen. Máxima is geen prinses, niet van adel en ook niet protestant. ,,Maar er is wel bepaald dat hun kinderen Nederlands Hervormd worden opgevoed'', zegt Fasseur ,,Dat blijft de rode draad.''