CRIMINEEL GEDRAG 3

In de bijlage W&O van 24 maart stond onder de kop `Gesloten instituut' een interview met professor De Ruiter over de terbeschikkingstelling. ``Onbegrijpelijk'' noemde zij dat ``naar effectiviteit van de maatregel van meet af aan nauwelijks onderzoek is gedaan''. Kennelijk is haar niet bekend dat haar Van der Hoevenkliniek, ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan, bij alle patiënten die er ooit waren opgenomen (628) een dergelijk onderzoek heeft uitgevoerd. Vergelijkbare onderzoeken zijn verricht in Veldzicht (213 patiënten). Boschoord (628 patiënten) en de Mesdagkliniek (377 patiënten).

Representatief voor de effectiviteit van de maatregel kan dit echter niet zijn, want bij de plaatsing van een tbs'er in een bepaalde inrichting gaat het Meijerinstituut selectief te werk. Een representatieve steekproef (880 tbs'ers) werd door mij onderzocht vanuit dit instituut. Hetzelfde deed Van Emmerik vanuit het ministerie (789 tbs'ers). Daar ook de recidivecijfers bekend waren van langgestraften met dezelfde ernstige delicten als tbs'ers, werd het bovendien mogelijk te becijferen wat het effect was van het al dan niet behandeld zijn.

In mijn proefschrift `Het kristallen paleis' (1986) bleken de recidivecijfers voor tbs'ers sinds 1950 vrijwel gelijk gebleven: vermogensdelicten 60-65%, zedendelicten 45-50% en geweldsdelicten 20-25%. Dit onafhankelijk van de behandelingsduur, en ondanks het feit dat de behandelingsmogelijkheden in de tbs-klinieken aanzienlijk werden uitgebreid. Al enkele decennia blijft de tbs beperkt tot plegers van ernstige misdrijven. De Ruiter signaleert dat ongeveer 20% ex-tbs'ers binnen 8 jaar opnieuw een ernstig misdrijf pleegt. Die kans was vroeger 20-25% en is dat blijkbaar nog steeds.

Wat altijd wordt verzwegen is dat die kans bij ex-tbs'ers overeenkomt met die van daders die voor zo'n misdrijf louter gevangenisstraf kregen. Voor mij was dat destijds een reden te concluderen dat tbs géén effect heeft en te bepleiten de maatregel uit het wetboek te schrappen. De enige kritiek die ik kreeg is dat ik twee onvergelijkbare groepen vergeleek, want in tegenstelling tot bij langgestraften zou bij tbs'ers door psychiaters een `ziekelijke stoornis' zijn vastgesteld. Dit nota bene nadat in een WODC-onderzoek de psychiatrische dossiers van 294 langgestraften waren vergeleken met die van 73 tbs'ers. De gevonden verschillen bleken allerminst significant.

De Ruiter wil nu meer onderzoek naar de relatie tussen delictkenmerken en daderkenmerken, bijvoorbeeld van verkrachters. Zo een dergelijke relatie bestaat, is het onaannemelijk dat de ene verkrachter een groter gevaar oplevert dan de andere. In het kader van de tbs zou dit betekenen dat deze maatregel moet worden opgelegd aan iedere verkrachter, of aan geen enkele. Momenteel is dat, op psychiatrisch advies, niet het geval. Dit simpelweg omdat psychiaters doen wat zij niet blijken te kunnen: het voorspellen van crimineel gedrag. Ook ik constateerde dat ex-tbs'ers ernstige misdrijven begaan.

Bij tbs wordt het toekomstige gevaar dat een delinquent kan opleveren gewoonlijk afgeleid uit de reeds gepleegde delicten. Doch het verband tussen vroegere delicten en de ernstige misdrijven van ex-tbs'ers blijkt zondanig, dat vooral het begaan van ernstige agressieve en seksuele delicten niet te voorspellen is. En wat niet te voorzien is, kan ook niet worden voorkomen. Ook door De Ruiter niet.