Conservatisme en religie gaan samen

Anders dan in Nederland heeft in Amerika het morele programma van de conservatieve beweging altijd een religieuze component. President Bush appelleert aan deze traditie wanneer hij religieuze groepen maant waarden en normen te herstellen, meent Cornelis Heesters.

Recentelijk veroorzaakte kardinaal Simonis consternatie met opmerkingen in een vraaggesprek met de Volkskrant. De prelaat stelde dat de oorspronkelijke betekenis van de scheiding tussen kerken staat zo ver is doorgeschoten dat geloof en kerk voor de regering geen rol van betekenis meer spelen.

De uitspraken van de kardinaal zijn geënt op een thema dat een belangrijke rol speelt zowel binnen het conservatisme als de leer van de rooms-katholieke kerk. Het betreft de notie dat onjuiste opvattingen over de menselijke natuur en moraal kunnen leiden tot wetten en instituties die schadelijk zijn voor de menselijke persoon. De kerk en de conservatieve beweging delen de zorg dat als geen waarheid bestaat die richting geeft aan politieke activiteiten, ideeën en overtuigingen gemakkelijk gemanipuleerd kunnen worden. De geschiedenis van de vorige eeuw laat zien dat een democratie zonder waarden gemakkelijk verwordt tot een nauwelijks verholen dictatuur, die de menselijke vrijheid bedreigt.

In de Verenigde Staten zijn conservatisme en religie sinds de `Founding' een integraal onderdeel van het politieke weefsel van de samenleving. Daarom is zowel een rijke intellectuele traditie voorhanden als lange praktisch politieke ervaring. Zowel ter linker- als rechterzijde van het politieke spectrum bestaat onvrede over de ontwikkelingen in de moderne samenleving. Beide kanten zien een probleem, maar ze verschillen radicaal in de analyse en de oplossingen.

Sinds de jaren '80 kennen de VS een stroom van literatuur van schrijvers die dit groeiend ongenoegen analyseert. Zo is volgens sommigen dit ongenoegen het gevolg van het feit dat het morele denken in de moderne democratie wordt gereduceerd tot procedurele vraagstukken. Waar in het klassieke Aristotelische denken het doel van een samenleving is het `goede leven' te bevorderen en het middel daartoe het cultiveren van deugd, neemt de overheid in democratische samenlevingen terzake een neutrale houding aan. De consequentie hiervan is dat in de moderne politieke theorie zaken als tolerantie, procedurele fairness en individuele rechten centraal staan.

Conservatieven menen dat de diagnose van de symptomen juist is, maar dat het moderne gedachtegoed geen bevredigende analyse en oplossing biedt. Hun kritiek bevat twee elementen.

In de eerste plaats het feit dat sinds het begin van de moderne samenleving twee ethische systemen naast elkaar hebben bestaan: het liberale en het moralistische. De hardnekkigheid van het voortbestaan van deze beide systemen noemt Gertrude Himmelfarb in haar boek One Nation, Two Cultures, de eeuwigdurende ziekte van democratieën. In de tweede plaats beziet men met afkeuring waar de losse moraal toe leidt. In Slouching Towards Gomorra zegt Robert Bork dat het moderne liberalisme in essentie leeg is. Het staat immers een overheid voor die een neutrale houding inneemt met betrekking tot de vraag wat een `goed' leven is. Vrijheid die absoluut wordt opgevat, leidt tot radicaal individualisme en tot ,,een toenemend aantal individuen die geen banden met elkaar hebben, anders dan in het najagen van, meer en meer, ontmenselijkend vermaak en ervaringen.''

In conservatieve kring wordt de oorzaak van deze ontwikkelingen gezocht in een verkeerde begrip van het concept vrijheid. Vele stellen daar, met Bork, tegenover dat de enige vrijheid, die waard is om bewaard te worden, Edmund Burke's `ordered liberty' (geordende vrijheid) is. Vrijheid en orde moeten tegelijk bestaan, maar kunnen niet bestaan zonder de ordenende werking van de deugd. In de praktijk betekent dit dat het politieke doel is tegen de geest van de tijd de invloed van de strikte moraal te versterken.

Het liberale concept van vrijheid leidt er toe dat de mens meent dat hij het absolute recht heeft zijn definitie van wat het betekent mens te zijn en van wat goed en kwaad is, te ontwikkelen. Echter, als goed en kwaad een zaak van subjectieve constructies zijn, dan is er geen redelijke grond om de ene constructie te preferen over de andere. Een samenleving is dan in wezen het kille strijdtoneel van een machtsstrijd tussen concurende individuen die verschillende subjectieve contructies belichamen. De praktijk toont dat de meeste tijd niet wordt besteed aan het ontwerpen van heroïsche concepten van goed en kwaad, maar aan het najagen van geld, macht en seksueel vertier, uitmondend in de uiteindelijke teleurstelling.

De Founding Fathers gingen ervan uit dat de republiek, waarin mensen vrij zijn en daarom zichzelf moeten besturen, de beste staatsvorm is. Het succes van samenlevingen (en dus de mate waarin ze bijdragen aan het welzijn van de mensen in die samenlevingen) hangt samen met haar morele gehalte. En om een samenleving in stand te houden is `deugd' nodig. In het voetspoor van politieke ikonen als Washington en Lincoln, concluderen de conservatieven dat een menswaardige samenleving van vrije individuen alleen langdurig kan standhouden als de leden zich deugdzaam gedragen. Religie moet daarbij een beschavende rol spelen. In de Amerikaanse conservatieve traditie is het een geloofsartikel dat de overheid niet alles op kan lossen. President Bush appeleert aan deze conservatieve traditie wanneer hij de religieuze groepen in de samenleving maant waarden en normen te herstellen.

Een belangrijke reden van de opleving van het conservatisme in Amerika na de Tweede Wereld oorlog, en een factor die in belangrijke mate het karakter van de huidige conservatieve golf heeft bepaald, was het ontstaan van eenconservatieve intellectuele beweging. In de jaren '60 en '70 beheersten radicalen, progressieven en liberals het intellectuele klimaat. Vanuit conservatief perspectief was dit een zorgwekkende situatie want men realiseerde zich dat men het niet van het progressief-liberale establishment moest hebben. Daarop werd besloten een eigen institutionele infrastructuur op te richten. Deze netwerken bleken een vruchtbare voedingsbodem voor de groei van een conservatieve beweging.

Nederland is, net als de VS, ook één natie, met twee culturen. Als Simonis zich zorgen maakt over een losse moraal, is het volstrekt gepast dat hij zich uitspreekt tegen maatschappelijke ontwikkelingen die hij schadelijk acht voor de menselijke persoon. Hij moet zijn kritiek echter niet formuleren in termen van de scheiding van kerk enstaat. De kardinaal heeft zich op het verkeerde publiek gericht. Het is een zeer Nederlandse reactie in eerste instantie een oplossing van de overheid te verwachten. Hij doet er beter aan bondgenoten te zoeken met wie hij veel gemeen heeft, en met wie hij daarom in de praktijk het meest kan realiseren.

Nederland is een post-christelijke samenleving. Religie speelt eenondergeschikte rol in het publieke en particuliere leven van meeste Nederlanders. Er is een proces gaande waarbij generaties worden opgevoed zonder kennis van de praktijk van geloof. Dit socialisatieproces wordt versterkt door het feit dat in het algemeen in hoogopgeleide kringen geloofwordt beschouwd als een achterhaald verschijnsel. Het publieke domein wordt gedomineerd door opiniemakers en geleerden die niet veel met geloof ophebben.

De kardinaal is een vertegenwoordiger van een intellectuele traditie die niet gelooft dat de waarheid afhankelijk is van de mening van de meerderheid van de stemgerechtigden. Op het ogenblik is de heersende politieke cultuur in Nederland niet echt geïnteresseerd in wat Simonis te zeggen heeft.In Amerika is het morele programma van de conservatieve beweging altijd verbonden geweest met religieuse inspiratie. Gelovigen moeten echter niet menen dat het conservatisme een incarnatie is van één geloofsbelijdenis.

Menig conservatief beziet geloof in louter instrumentele termen, en heeft weinig op met religieuze waarheidclaims. Bijdragen aan het succes van het conservatieve moment is goed voor religie en conservatisme. Dialoog en confrontatie kunnen een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van een cultureel klimaat waarin mensen als kardinaal Simonis minder roependen in de woestijn zullen zijn.

Drs. C. Heesters is als research associate sociale, politieke en culturele studies verbonden aan het het American Enterprise Institute in Washington. Dit is de tiende bijdrage in een serie over het conservatisme. Eerdere artikelen verschenen op 3,10,17, 24 februari en 3,8,10,17 en 24 maart.