COMPLOT VAN DEN EN PADDESTOEL KOST SPRINGSTAART DE KOP

Zaailingen van de Weymouth-den (Pinus strobus) blijken een bijzondere, vleesetende symbiose aan te gaan met het netwerk van schimmeldraden van de Tweekleurige fopzwam (Laccaria bicolor), om op die manier aan extra stikstof te komen. De stikstof is afkomstig van de vertering van springstaarten, minuscule bodeminsecten. De springstaarten worden vermoedelijk bewelmd door een gifstof uit de schimmeldraden, waarna deze het lichaam van het diertje binnengroeien en de voedingsstoffen die bij de vertering vrijkomen opnemen. Het bestaan van deze opmerkelijke ecologische relatie werd onlangs bij toeval ontdekt door de botanici John Klironomos en Miranda Hart van de universiteit van Guelph in Canada (Nature, 5 april).

Tijdens een regulier pottenexperiment met jonge dennen merkte het Canadese duo op dat als de grond was geïnfecteerd met de tweekleurige fopzwam slechts 5% van de springstaarten in de pot het twee weken durende experiment overleefde. Op zoek naar de oorzaak van de mysterieuze sterfte, stuitten de wetenschappers op een geheel nieuw fenomeen waarbij insecten dienen als stikstofbron.

Om te onderzoeken of de springstaarten daadwerkelijk verteerd werden en dienden als voedingsstof voor de plant, merkten de onderzoekers de insecten met de stikstofisotoop N. Ze plaatsten vervolgens een fijnmazig gaas in de plantenpot waardoor den en springstaarten van elkaar gescheiden werden en alleen de schimmeldraden in beide compartimenten konden komen. Nadat plant en schimmel een maand lang hadden mogen groeien, werden in het rechtercompartiment 500 gemerkte springstaarten losgelaten. Na weer een maand bleek uit analyse van de naalden van de den dat 15 procent van de stikstof daarin afkomstig was van de springstaarten. De proef werd gedaan met zowel levende als dode springstaarten, maar dat maakte voor het resultaat niet uit. Dezelfde proef met een andere symbiotische paddestoel, Cenococcum geophilum, leverde nauwelijks extra N op in de naalden.

Symbiose tussen stikstofleverende schimmels en suikers-leverende wortels van planten is niet uniek. Bijna alle bosbomen onderhouden zo'n wederzijdse relatie. Maar een vleesetende symbiose zoals de Canadese biologen nu hebben ontdekt, was tot op heden nog nooit waargenomen. Het kan erg voordelig zijn voor de boom. Op deze manier hoeft de stikstof niet direct in de bodem aanwezig te zijn, maar kan het van elders geïmporteerd worden door rondscharrelende insecten die door de zwam worden gevangen. Het experiment vond plaats in het laboratorium, maar als dit in de vrije natuur een wijd verbreid fenomeen blijkt, dan zouden de voedselkringlopen in bosecosystemen wel eens ingewikkelder en nauwer verweven kunnen zijn dan voorheen werd aangenomen.

    • Sander Voormolen