Communisten Moldavië erven failliete boedel

Maandag krijgt Moldavië een communist als president. Het heeft al een communistisch parlement. Maar, zegt de president, ,,wij hebben geen hoorntjes en gekloven hoeven.''

,,Zoveel problemen, allemaal even urgent. Denkt u dat we feest vierden toen we de verkiezingen wonnen?'' De communist Vladimir Voronin (60) lijkt niet bovenmatig verheugd over zijn komende presidentschap van Moldavië. Zijn werkkamer in het parlement kijkt in de hoofdstad Chisinau uit over het presidentiële paleis, een flat van marmer en rookglas. Dat is maandag helemaal van hem, inclusief monumentale trap, lijfwacht en notenhouten panelen. ,,Het doet me denken aan die Sam-en-Moosmop. Vraagt Moos: `Waar is Sam toch gebleven? Je weet wel, die Sam die tegenover de gevangenis woont?' `Oh, die woont nu tegenover zijn huis'.''

Het baarde in februari opzien: voor het eerst viel een voormalige Sovjetrepubliek in handen van communisten. Met 30 procent van de stemmen kregen de Moldavische communisten 71 van de 101 parlementszetels in handen. Oorzaak was de verdeeldheid bij de tegenstanders. Doordat elke politicus hier zijn eigen partij heeft, overschreden slechts twee andere partijen de kiesdrempel van 4 procent. De verspilde stemmen gingen naar de communisten, de enigen met organisatie en discipline.

De vraag is of zij daar blij mee zijn. Ze erven een failliete boedel. Moldavië is met een gemiddeld maandinkomen van 75 gulden per hoofd van de bevolking het armste land van Europa. Industrie of grondstoffen heeft dit land nauwelijks, alleen vruchtbare grond. Moldavië is een landbouwstaat, een land van groene heuvels, van wijngaarden, tabak, appels, walnoten. En juist die landbouwsector valt in de post-Sovjetwereld nauwelijks te reanimeren.

Tien jaar hervormingen leverden Moldavië een klasse van keuterboertjes op met twee hectare grond elk, zonder geld, kennis of machines om te concurreren met Europese agro-ondernemers. Voeg daar botte pech aan toe in de vorm van extreme droogte en de roebelcrisis van 1998, waardoor de Russische markt – 70 procent van de export – wegviel. Moldavië overleeft door het geld dat 600.000 geëmigreerde Moldaviërs naar de 3,4 miljoen achterblijvers sturen.

Tegenover duizend broodmagere boertjes in lompen staan tien nieuwe rijken. Zij domineren met hun Mercedes-600 de brede boulevards van Chisinau. In creatieve, vaak criminele niches parasiteren ze op de ruïnes van het Sovjetrijk. Een van de weinige nieuwe fabrieken is een hoogoven die schroot omsmelt – zoals irrigatiepijpen die in het holst van de nacht door dieven worden opgegraven. Toen in februari 36.000 elektriciteitsmasten bezweken onder extreme ijzel, moest de staat van beleg worden uitgeroepen om te voorkomen dat de omgevallen masten meteen richting smelter verdwenen.

Toch heeft Moldavië wel iets om trots op te zijn. Toen het zich in 1991 uit de Sovjet-Unie losmaakte, waren alle elementen aanwezig voor een etnische explosie. Moldavië bestaat voor tweederde uit Roemeens sprekende Moldaviërs en voor de rest uit Oekraïeners, Russen, Gagaoezen – christelijke Turken – Bulgaren, Roma, joden. Begin jaren negentig scheidde, bang dat Moldavië zich bij Roemenië zou aansluiten, het oostelijke, Russisch-Oekraïense stuk van het land zich af, na een oorlogje dat duizend levens eiste. De republiek Transnistrië bestaat nog steeds, half-maffioos, half-stalinistisch.

Toch leidde deze verloren oorlog niet tot etnische zuiveringen. De typerende bevolkingsopbouw van een Sovjetkolonie - Russen in de steden, autochtonen in de dorpen - bleef onveranderd. Etnische spanningen zijn er nauwelijks. En juist omdat het kleine Moldavië zo'n delicate multiculturele hutspot is, valt er weinig te klagen over het democratisch gehalte. Iedereen kijkt iedereen op de vingers.

Dat maakt de economische malaise er niet beter op. ,,Ik ben teleurgesteld over mijn ambtstermijn'', erkent president Petru Lucinschi. ,,In zekere zin was het een farce.'' Vijf jaar leidde Lucinschi het land, deze week neemt hij afscheid. Vijf jaar van chaos, corruptie en intriges. Lucinschi organiseerde, ,,om dit land te stabiliseren'', een referendum over de invoering van een presidentieel stelsel. Dat verloor hij. Daarop voerde het door de communisten gedomineerde parlement een parlementair systeem in, met een ceremoniële president. ,,Ongeschikt voor dit land. Wij hebben geen democratische traditie, geen stabiele instituties of partijen'', meent Lucinschi. Nou ja, één partij dan, de communisten. Wellicht brengen zij rust. ,,De mensen zijn straatarm. Ze stemden centrum, ze stemden rechts, ze kregen chaos. Dan probeer je het met de duivel die je kent. In de Sovjet-Unie was de kwaliteit van het leven laag, maar constant. Soms ervaar ik ook nostalgie.''

Toen Lucinschi – lid van Gorbatsjovs Sovjet-politburo – in 1996 president werd, vreesden velen een communistische revival. Maar hij bleek een pragmaticus. Van zijn opvolger hoopt hij hetzelfde. ,,Tot dusver konden de communisten de kiezers vertellen dat wij dieven zijn en dat vroeger alles beter was. Nu kunnen ze hun verantwoordelijkheid niet meer ontlopen, en moeten ze de vraag beantwoorden: zijn we sociaal-democraten of gaan we het marxisme herstellen? In dat laatste geval zijn ze een voorbijgaand verschijnsel.''

Zijn opvolger, Vladimir Voronin, is een bakker die het in Sovjet-tijden door nijvere studie en trouw partijwerk tot politiegeneraal schopte. Hij erft een presidentschap dat hij als parlementariër zelf heeft uitgehold. Met de benoeming van een onbekende eigenares van een broodjeszaak tot parlementsvoorzitter hoopt hij de zaak onder controle te houden. Deze unie van bakker en broodjesdame leidt tot veel gegniffel.

Wat te doen? Voronin klinkt wat verward. Nu eens zegt hij dat de ,,zogenaamde democraten hier tweemaal zoveel hebben verwoest als de nazi's'', even later heet het dat hij ,,slechts details wil bijstellen''. Privatiseringen? ,,Er is geprivatiseerd met criminele wetten, maar die waren wel de wet van het land. Dat valt niet terug te draaien.'' Voronin wil ,,het land op eigen kracht ontwikkelen'', maar ook ,,aantrekkelijk zijn voor investeerders''. Ten afscheid toont hij trots kiekjes van zijn kleinzoon, een jongen in een fel T-shirt met een hip sikje: ,,Hij wordt internet-ondernemer. Ziet u, wij communisten hebben geen hoorntjes en gekloven hoeven.''

Ex-premier Ion Sturza ziet de toekomst niet somber in. ,,De macht is het ergste wat de communisten kon overkomen.'' Sturza, zakenman van het jaar 1997, innovator in de vruchtensapindustrie, lieveling van westerse donors, mocht in 1998 een half jaar hervormen. Toen sneuvelde zijn kabinet. De communisten, zegt hij, zijn oude kolchozenvoorzitters. ,,Ze weten hoeveel melk een koe geeft en dat brood slechts 16 kopeken mag kosten. En dat moet naar Brussel en Moskou om over complexe wetgeving te onderhandelen!''

Sturza's partij faalde bij de verkiezingen. Hij toerde over het platteland met muziek en lichtshow. Duizenden boeren kwamen kijken. ,,Ik werd ontvangen als een popster.'' Het resultaat? ,,Nog geen honderdduizend stemmen! Onbegrijpelijk.'' ,,Ach ja, die arrogante Wunderkinder van ons'', smaalt Lucinschi. ,,Het hoofd vol cijfers, maar ze begrijpen niks van mensen.'' Natuurlijk klapten de boeren voor de heren uit de stad. ,,Zo prachtig die kunnen praten, zulke mooie pakken. Maar natuurlijk stemden ze op de communisten. Want de buurman die partijactivist is zien ze elke dag.''

De toekomst? Sturza: ,,De communisten benoemen een overwegend niet-communistisch kabinet. Ze hebben domweg geen kader, ze verdwalen in deze grote wereld. En wij leren misschien wat discipline. Niet iedereen kan zijn eigen partij leiden. Ach, in dit land zijn we vertrouwd met voortmodderen.''