Balkan blijft wankel, ook na arrestatie Miloševic

Met de aanhouding van Slobodan Miloševic, eindigt een treurig hoofdstuk in de geschiedenis. De verantwoordelijkheid voor het bloedvergieten in voormalig Joegoslavië rust grotendeels op de schouders van de slachter van Belgrado. Toch zijn de zorgen van de Balkan slechts ten dele weggenomen. Gerechtigheid en stabiliteit waren natuurlijk uitgesloten zolang Miloševic aan de macht was of zelfs maar openlijk in de ambtswoning van de Joegoslavische president verbleef. Maar zijn arrestatie, vermoedelijke veroordeling en uiteindelijke uitlevering naar het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag zijn slechts een noodzakelijk begin. Ook zonder Miloševic is de Balkan probleemgebied.

De eerste zorg is nu dat hij wordt berecht voor de oorlogsmisdaden waarvan hij wordt beschuldigd. Hij zal in de beklaagdenbank gezelschap moeten krijgen van zijn medeverdachten, onder wie Ratko Mladic en Radovan Karadzic, de hoofdverantwoordelijken voor het bloedvergieten in Bosnië. Servië en zijn buurlanden staan bovendien voor een moeizame en pijnlijke economische overgang, waarbij niet alleen de door de oorlog verwoeste infrastructuur weer moet worden opgebouwd, maar tevens moet worden overgeschakeld van een door de staat geleide economie naar een vrije markt.

Deze taken zullen waarschijnlijk nog worden bemoeilijkt door de openstaande politieke kwesties van de regio. De drie voornaamste zijn de onzekere toestand van de Joegoslavische federatie, de Albanese kwestie en de toekomst van Bosnië-Herzegovina. Verdere conflicten op de Balkan kunnen alleen worden voorkomen als de buitenwereld zich niet minder doortastend en volhardend inspant om elk van deze problemen op te lossen dan hij heeft gedaan om een einde te maken aan de oorlogen die door het bewind van Miloševic waren ontketend.

Van alle staten in Zuidoost-Europa heeft Joegoslavië de meest ongewisse toekomst. Montenegro lijkt vast van plan zich af te scheiden. Deze maand zullen parlementsverkiezingen uitwijzen of de nu regerende meerderheid, die naar onafhankelijkheid streeft, de macht behoudt, hetgeen waarschijnlijk lijkt. Bij een referendum in juni zou dan worden bevestigd dat een (kleine) meerderheid van de Montenegrijnen voor onafhankelijkheid kiest. Servische en Joegoslavische politieke leiders hebben gezegd zich bij de wil van het volk te zullen neerleggen.

Hoewel niet één land de onafhankelijkheid van Montenegro steunt, zal Europa, als deze op vredige wijze en met instemming van Servië totstand komt, weinig keus hebben; dan heeft dit werelddeel er weer een ministaat bij.

Zodra Montenegro zich van Joegoslavië losmaakt, zal in Kosovo de roep om onafhankelijkheid naar verwachting onweerstaanbaar worden. Geen Kosovaarse Albanees zal berusten in een toekomst binnen Servië. Bovendien wordt de volkenrechtelijke status van Kosovo dan onzeker, aangezien de VN-resolutie die de status van Kosovo nu regelt, slechts spreekt van de territoriale integriteit van Joegoslavië, niet van Servië. Of en hoe Kosovo onafhankelijk wordt, en wat dan zijn relatie met Servië zal wezen, zijn vragen waar de internationale gemeenschap steeds moeilijker omheen zal kunnen.

Niet minder lastig is het onopgeloste vraagstuk van de Albanezen. Het Albanese volk leeft in een aaneengesloten gebied dat zich uitstrekt over Albanië, Griekenland, Macedonië en Joegoslavië, waar nog twee landen bij kunnen komen als Joegoslavië uiteenvalt. In elk van deze staten – met uitzondering van Albanië en Kosovo (als dat onafhankelijk zou worden) – vormen de Albanezen een minderheid. Hoewel wensdromen als een groot-Albanië of een groot-Kosovo net zo ireëel zijn als Miloševic' droom van een groot-Servië, heeft diens streven wel laten zien dat zulke wensdromen tot ernstige ontwrichting kunnen leiden.

Helaas bestaat er geen eenvoudige oplossing voor de aspiraties van de Albanezen, anders dan door alle minderheden, inclusief de Albanezen, in hun respectieve staten een positie van gewicht te geven. Daarom is het ook zo belangrijk dat de onlangs begonnen politieke dialoog tussen alle politieke partijen in Macedonië snel resultaten oplevert.

Ten slotte bevindt vijfeneenhalf jaar na het einde van de strijd in Bosnië een groot deel van dat land zich nog in een staat van ontreddering. Zeker, er woedt geen oorlog meer. Ook zijn met de wederopbouw al aanzienlijke vorderingen gemaakt. Velen die door de oorlog waren verdreven, zijn teruggekeerd. En voor het eerst in de korte geschiedenis van dit land is een regering gevormd door andere partijen dan de nationalistische partijen die de Bosnische politiek jarenlang hebben gedomineerd.

Diepgewortelde angst en haat tussen etnische groepen zijn echter niet verdwenen. De Servische gemeenschap in Bosnië wordt geleid door ouderwetse, nationalistische Serviërs. Nationalistische Kroaten zijn uit alle politieke instellingen gestapt en zijn in Herzegovina voor zichzelf begonnen. In plaats van een staat te zijn met twee bestanddelen, zoals in Dayton werd nagestreefd, is Bosnië in feite verdeeld in drie afzonderlijke gemeenschappen, die enkel door de internationale gemeenschap worden bijeengehouden.

Het experiment van Dayton is dus mislukt. Deling is geen oplossing, gedwongen integratie evenmin. Er zal een nieuw politiek bestel moeten komen, niet gebaseerd op de etnische indeling van Dayton, maar op plaatselijk bestuur, misschien meer op basis van districten dan gemeenschappen. Dat zou wellicht een constitutionele vergadering vergen, waartegen velen zich tot dusverre hebben verzet uit vrees dat Dayton – en daarmee Bosnië – zou uiteenvallen. Maar Dayton is uiteengevallen, en de tijd is gekomen om Bosnië op meer duurzame wijze aaneen te smeden.

Blijvende aandacht van de internationale gemeenschap is vereist. Nu in Washington een regering is aangetreden die weinig belangstelling toont voor de regio, is het aan Europa om diplomatieke initiatieven te nemen. Dit is een passende uitdaging voor het nieuwe Europa, sterker verenigd en vermoedelijk beter in staat om de zaak aan te pakken dan het heel andere Europa van tien jaar geleden.

Ivo Daalder is verbonden aan Brookings Institution in Washington .