Zo jammer, een Indiaas ideaal zonder dragers

Wat zijn hindoe-nationalistische waarden? De Indiase regering worstelt er maar mee. Sanskriet op school en minder decolletés op tv wekken verzet of spot.

De hindoe-nationalistische regering van de Indiase premier Vajpayee heeft één probleem: het hindoe-nationalisme. Wat nationalisme is, dat weet men wel. Wat hindoeïsme is, valt ook wel te achterhalen. Maar de combinatie veroorzaakt problemen, vooral voor de ministers die een cultuurpolitiek moeten verzinnen. Wat zijn nou typische `hindoe-nationalistische' waarden? Waar is men voor en belangrijker: waar is men tegen? Juist in datgene wat je bestrijdt kun je je profileren. Als je alles maar goed vindt en tolereert – en het hindoeïsme staat bekend om zijn grenzeloze tolerantie kun je je niet onderscheiden en valt er weinig uit te dragen.

Het geeft behoorlijk wat kopzorgen aan de beleidsmakers, maar zo nu en dan heeft iemand een ideetje: verplichte lessen Sanskriet op de lagere scholen. Het is goed om de oertaal te kennen als je de oude hindoe-teksten wilt begrijpen. Dat is waar, reageerden de leerkrachten, maar hebben de kindertjes het niet al moeilijk genoeg? Het lager onderwijs van India is een van de zwaarste van de wereld, met een hoeveelheid wiskunde en informatica die slimme leerlingen voortbrengt, maar weinig ruimte laat voor algemeen vormende vakken.

Een ander voorstel was de aanpassing van het academische curriculum: het zou te veel gericht zijn op Westerse waarden, er moest ruimte komen voor meer hindoe-filosofie. Dat was misschien nog bespreekbaar, maar toen werd geopperd dat in de medicijnenstudie Ayurvedische homeopathie moest worden gedoceerd en ook astrologie als zelfstandig vak moest worden geïntroduceerd, sloegen de stoppen van de universiteitsbesturen door. De meeste van deze besturen zijn trouwens gevormd in de tijd van de koude oorlog, universiteiten waren altijd haarden van links verzet en socialistische ideologie. Maar tijden veranderen: de Jawaharlal Nehru University van Delhi, in de volksmond de `Moskou-universiteit', koos onlangs een studentenraad die nauw gelieerd is aan de BJP van premier Vajpayee. Maar daarmee is nog lang niet zeker dat astrologie binnenkort een serieus vak wordt.

Het formuleren van een coherent hindoe-cultuurbeleid valt dus niet mee en het blijft bij incidenten en toevallige voorvallen. Zo vond de minister voor de Media dat de blouses van de nieuwspresentatrices van de staatsomroep iets te diep waren uitgesneden. Deze waarschuwing was zeer inspirerend voor de Indiase cartoonisten, maar wat er hindoeïstisch aan was, werd niet duidelijk.

Lagere overheden die gelieerd zijn aan de nationale regering willen weleens wilder uit de hoek komen: onlangs werd een filmster gearresteerd omdat ze een gedurfde jurk met `Hare Krishna' opschrift had aangehad op een tijdschriftomslag. En nog wilder is de Shiv Sena, het hindoe-extremistische `geweten' van de regeringscoalitie, die opriep tot het verbranden van alle Valentijnskaarten. Meer dan hoon leverde de actie niet op.

Hoe moeizaam het hindoe-nationalisme zich laat vertalen in een cultuurbeleid blijkt misschien nog het beste uit de toekenning van de jaarlijkse National Awards aan de beste van de duizend films die jaarlijks in India worden geproduceerd. Het is een zeer invloedrijke prijs, die eerder werd toegekend aan artistieke filmers als Satyajit Ray, in wie Kurosawa volgens eigen zeggen zijn leermeester vond.

Deze week echter liepen drie juryleden boos weg en weigerden twee winnaars hun prijs. De beste acteur werd namelijk iemand die de rol speelde van verdediger van het hindoe-nationalisme, en de beste actrice werd een nicht van een van de juryleden. Het pikante is dat beide films wegens hun uiterst slechte kwaliteit bij de eerste selectie al afvielen, en later door enkele juryleden opnieuw op de shortlist zijn geplaatst.

De betreffende juryleden blijken bovendien niet opvallend gekwalificeerd te zijn voor hun functie: de ene is een campagneleidster van de minister voor de Media, de ander is de danslerares van de dochter van die minister, een derde is goed bevriend met een prominent lid van de regeringspartij en een vierde is de hoofdredacteur van het partijblad van de regeringspartij. De voorzitster van de zestienkoppige jury is lid van de Eerste kamer, jawel, namens de regeringspartij.

De nationale prijs voor de beste film is door de rel volledig in diskrediet geraakt, niet in het minst wegens de manier waarop de minister voor de Media probeerde de keus van de jury te rechtvaardigen: de film die de nicht van het jurylid de prijs van `beste actrice' opleverde, mag dan wel beroerd wezen, zij speelde haar rol uitstekend. En de danslerares van haar dochter vertegenwoordigde de `Indiase huisvrouwen' in de jury.

Zelfs commentatoren die met de regering sympathiseren kunnen dit niet meer recht breien. Een belangrijke ideoloog van het hindoe-nationalisme zei nog dat de grootste schande misschien nog wel hieruit bestaat, dat de regering heeft getoond niet over intellectuelen en kunstenaars van kaliber te beschikken die vorm kunnen geven aan het hindoe-nationalistische ideaal. Een ideaal zonder dragers, concludeert hij; het is zo ontzettend jammer.