`Wat was ik naïef '

De Nicaraguaanse schrijfster Gioconda Belli – inmiddels getrouwd met een Amerikaan – doet in `Kroniek van liefde en oorlog' verslag van haar verleden bij de sandinistische revolutionairen. ,,Vrouwen in de revolutie waren goed als bijslapen en minnaressen.'

,,Als ik in Nicaragua was gebleven, had ik nu misschien wel meegedaan aan de presidentsverkiezingen', zegt Gioconda Belli (1948) lachend op een druilerige zondagmorgen in haar Bredase hotel. De Nicaraguaanse trouwde echter met een Amerikaan, verhuisde elf jaar geleden naar Californië en werd schrijfster van internationale succesromans als De bewoonde vrouw en Dochter van de Vulkaan. Belli was in haar vaderland al jong een bekend en bekroond dichteres die onverholen schreef over vrouwelijke seksualiteit. Daarmee bruuskeerde ze anno 1970 niet alleen de elitaire bovenlaag van de bourgeoisie waaruit ze voortkwam, ze stelde ook een daad tegenover het machismo dat haar in de weg stond een vrij leven te leiden. In diezelfde tijd sloot ze zich aan bij de ondergrondse guerrilla van de sandinisten om het rechtse schrikbewind van dictator Somoza omver te werpen. Belli's net uitgekomen memoires, Kroniek van liefde en oorlog, doen verslag van de revolutionaire politieke strijd, de overwinning en het uiteindelijke verlies van de sandinisten. Het stormachtige liefdesleven van de compañera (Belli kreeg 4 kinderen bij 3 echtgenoten) is vervlochten met haar politieke loopbaan; op beide terreinen liep ze menigmaal stuk op het machismo.

Belli, misprijzend: ,,Het machismo van de Nicaraguanen is een van de belangrijke redenen dat de revolutie niet werkte. Zodra de sandinisten van Daniel Ortega en zijn clan in 1979 aan de macht waren maakte de macht hen arrogant, duldden ze geen inspraak meer en tiranniseerden ze de vrouwen die hadden meegestreden. Toen ik in 1984 de verkiezingscampagnes bedacht en organiseerde, kreeg ik niet de feitelijke leiding, nee, ik werd afgescheept met het perswoordvoerderschap. Zelfs mijn baas zei me dat de hoge heren me niet zouden accepteren wegens het machismo. Vrouwen waren goed als bijslapen en minnaressen.'

In haar kroniek laat Belli dan ook weinig heel van de Ortega's in haar anders zo sympathieke beschrijving van haar medestrijders. Aan de zijlijn bemoeit Belli, die in 1994 de sandinisten vaarwel zei, zich nog met de politiek in haar land, maar in haar ogen is het huidige Nicaragua nog steeds geen geciviliseerd democratisch land. De laatste democratische daad was het vrijwillig opgeven van de macht door de sandinisten na hun onverwachte en traumatische verkiezingsnederlaag in 1990. Sindsdien, zegt Belli, is haar land weer doortrokken van de partijpolitiek en bestaan een onafhankelijke overheid en rechtspraak niet meer.

Kroniek van liefde en oorlog beschrijft hoe Belli uitgroeide van bourgeoisie-informant en wapenkoerier tot hoofd televisie bij de omroep tijdens het sandinistisch bewind. Ze trouwt jong om haar ouderlijk huis te ontvluchten, krijgt haar eerste dochter op haar negentiende en laat haar man in het ongewisse over het revolutionaire leven dat ze deels onder werktijd op het reclamebureau leidt. Na de geboorte van haar tweede dochter, een scheiding, een tweede huwelijk, de geboorte van haar zoon en een aantal zeer ongelukkige affaires, vlucht de door Somoza op de hielen gezeten Belli naar buurland Costa Rica om daarvandaan het internationale verzet te organiseren. Idealisme en naïviteit gaan bij haar hand in hand; waar Fidel Castro nog charmant naar haar knipoogt op allerlei bijeenkomsten, beveelt de Panamese president Torrijos haar naar zijn slaapkamer. Belli verkeerde in de veronderstelling naar zijn werkkamer geroepen te zijn om over politieke strategieën te praten. ,,Mijn god, wat was ik naïef', glimlacht de 52-jarige Belli.

De vermenging van haar persoonlijke geschiedenis met die van het sandinisme in Nicaragua, maakt van Kroniek van liefde en oorlog unieke literatuur. De vrouwelijke dilemma's rond liefde en moederschap en de grote maatschappelijke thema's worden bovendien niet met de voorspelbaarheid van de chronologie verteld, maar sprongsgewijs door de tijd. Haar derde man, de Amerikaanse journalist Carlos Casteldi, en het gezamenlijke Amerikaanse leven zijn al op de eerste pagina's aanwezig terwijl Belli dan nog compañera moet worden. Belli is een vlot vertelster – al gaat ze zich soms te buiten aan krakkemikkige weelderigheid als `genieten van de dichtbevolkte eenzaamheid van mijn gedachten en van de fruitgeur van mijn ervaring' of haar schrijfaspiraties die `als een op volle kracht spuitende fontein in haar bewustzijn' opkomen. Het zal de vurige ziel van Midden-Amerika zijn.

Ulrike Meinhoff

Wanneer ik Belli confronteer met de kritiek van de dochter van Ulrike Meinhoff op het gewelddadige links van onder meer de Duitse minister Joschka Fischer, is ze oprecht verbaasd. Na het interview komt ze erop terug om te vragen hoe dat nou precies zit met de kritiek op links in Duitsland. Belli: ,,Op een bepaalde manier stelt mijn boek die kwestie aan de orde. Dat de revolutie niet helemaal succesvol was, neemt niet weg dat ze een enorme hoeveelheid positieve energie en dromen voor een betere wereld aan de dag legde. Ik heb nooit zoveel solidariteit, moed en gulheid gezien als toen. We zijn weliswaar onze beloftes niet helemaal nagekomen, maar dat betekent niet dat het revolutionaire gedachtegoed onzin was. Dat vind ik weer kenmerkend voor het cynisme vandaag de dag. Ons doel was groter dan het eigen belang. We overstegen het individuele en de verbondenheid maakte het leven de moeite waard. Natuurlijk gebruikten we geweld en probeerden we geweld met geweld uit te bannen. Het werkte niet, dat is de les die we geleerd hebben en die geldt niet alleen voor links. Je kunt de individuele rechten van de mens niet verkwanselen. Dat hebben we tenminste wel bereikt: het inzicht dat je de een niet voor de ander mag opofferen. Het resultaat is dat het er in Nicaragua menselijker op geworden is. Geweld is niet de schuld van links maar van de hele mensheid. Kijk maar naar de kerk.'

Tot nu toe, zegt Gioconda Belli, heeft ze vooral positieve reacties op Kroniek van liefde en oorlog gekregen. Haar oude compañeros waren geëmotioneerd en zelfs rechts Nicaragua is geraakt door haar beschrijvingen. Ze hoopt dat met name jonge mensen zullen begrijpen wat er destijds werkelijk is gebeurd. Door alle Amerikaanse en rechtse propaganda zijn de sandinisten afgeschilderd als vreselijke criminelen, zíj doet de revolutie recht door te tonen dat het om mensen met ideeën ging. Belli hoopt wat dat betreft dat haar boek een helend effect zal hebben.

Macht

,,Ik ben gelukkig nu. Ik pieker wel eens over de rest van mijn leven juist omdat ik zo'n intens leven achter de rug heb. Ik word vaak onrustig van de rust die nu in mijn bestaan heerst. Ik mis het grote doel maar ik realiseer me wel dat de wereld van de woorden en de literatuur me ook macht geeft. Door iets individueels als schrijven kan ik net zo goed mensen aan het denken zetten. Als ik in Nicaragua was gebleven, had ik me misschien niet zo serieus op het schrijven toegelegd als ik nu doe. Alles gebeurt met een reden, zelfs dat ik met een Amerikaan trouwde. En ik kan altijd nog proberen president van Nicaragua te worden. Alleen zal het machismo dan wel plaats moeten maken voor de macht van de mamacitas.'

Gioconda Belli: Kroniek van liefde en oorlog. Autobiografische roman. Uit het Spaans vertaald door Dick Bloemraad. De Geus, 449 blz. ƒ49,90 (geb.)