Verenigde Staten en China sturen niet aan op crisis

`U moet weten, de aandrang voor krachtiger optreden is intens. Ik heb die aandrang weerstaan, terwijl ik duidelijk maakte dat ik deze relatie niet vernietigd wil zien waaraan u en ik zo hard hebben gewerkt. Ik heb het Amerikaanse volk uitgelegd dat ik het Chinese volk niet unfair wil belasten met economische sancties.' Dit is geen boodschap van president Bush aan Peking in een reactie op het `ongeval' afgelopen zondag met een Amerikaans spionagevliegtuig. Het is een passage in een lang, verzoenend epistel van Bush senior aan China's leider Deng Xiaoping na het bloedbad dat het Volksleger in de zomer van 1989 aanrichtte onder opstandige studenten. Dezen hadden wekenlang standgehouden op het Plein van de Hemelse Vrede in de Chinese hoofdstad. Brent Scowcroft, de presidentiële adviseur voor internationale veiligheid, bezorgde de boodschap in het diepste geheim bij Deng. De tekst van de brief is gepubliceerd in A World Transformed (1998) van de hand van Bush senior en Scowcroft gezamenlijk.

Bush, president van 1989 tot 1993, was de tweede Amerikaanse hoge vertegenwoordiger in Peking geweest nadat in 1972 de dooi was ingetreden in de betrekkingen tussen het Amerika van Nixon en het China van Mao. Aan die tijd had Bush goede persoonlijke relaties overgehouden met verschillende Chinese functionarissen, onder anderen met Deng, die tot de tragedie van 1989 te boek stond als de doorslaggevende hervormer van zijn land. De huidige president bracht eenmaal, op bezoek bij zijn vader, in Peking zijn vakantie door.

Het verschil tussen 1989 en 2001 is immens. In 1972 had Mao's angst voor de Sovjet-Unie China in de armen gedreven van de voormalige vijand Amerika. (Tijdens een bezoek van Nixon hield Mao een ferm pleidooi voor een sterke NAVO, die hij verzwakt achtte door Europese twijfelaars. Nixons raadgever Kissinger stelde hem gerust. Washington had Europa in zijn zak.) De Amerikanen `speelden de Chinese kaart' om een extra troef te hebben in de détente die zij met het Kremlin waren aangegaan. Bovendien verwachtten zij van Moskou en van Peking hulp bij hun pogingen zich los te maken uit de Vietnamese oorlog. Na het verscheiden van Mao en de uitschakeling van de Bende van Vier greep Deng zijn kans om de stagnerende Chinese economie te hervormen en, onder leiding van de partij, de markt een kans te geven. Peking schonk bovendien de regering-Carter (1977-1981) als dank voor Carters breuk met Taiwan in het Chinese Westen een luisterpost richting Sovjet-Unie. Voor Bush senior stond er in de zomer van 1989 (de Muur moest nog vallen) dus meer op het spel dan zijn persoonlijke vriendschap met Deng.

In 2001 wordt China gezien als een opkomende wereldmacht. Een regionale macht was het altijd al, maar extrapolatie van de groei die het land sinds 1989 doormaakt, plaatst China voor het eind van deze eeuw op de eerste rang. Die aanname schept kansen en fricties. De regering-Clinton zag vooral kansen, hoewel zij in maart 1996 heftig reageerde op Chinese raketoefeningen onder de Taiwanese kust. Schending van de rechten van de mens in China en Tibet en Chinese leveranties van militair gevoelig materiaal aan `landen van zorg' veroorzaakten moeilijke momenten, maar aan de horizon scheen het licht van een op den duur intensieve samenwerking. Handel en economie hadden prioriteit, maar Clinton verwachtte meer: China betrekken bij het handhaven van een nieuwe wereldorde. Zo moest Peking helpen bij het zonneschijnoffensief van Zuid-Korea's president Kim Dae-jung. Aan het daarmee verbonden bezoek van Noord-Korea's president Kim Jong-il aan Peking werd in Washington dan ook grote betekenis gehecht.

De nieuwe Amerikaanse regering neemt een bijna tegenovergestelde positie in. De zuidelijke Kim, op bezoek bij president Bush, ontdekte dat de gastheer vraagtekens zet bij het zonneschijnoffensief van zijn gast. Bush verklaarde publiekelijk te betwijfelen of de noordelijke Kim wel te vertrouwen was. Behalve de beide Kims - de noordelijke had vorig jaar nog een vriendschappelijk verlopen ontmoeting met Madeleine Albright - moet dit de Chinese bemiddelaar verrast hebben. Op zijn beurt op bezoek in het Witte Huis kreeg China's vice-premier Qian Qichen een bezwering, een waarschuwing en een tot niets verplichtende mededeling mee naar huis. Hij moest zijn opdrachtgevers op het hart binden dat Amerika niet voornemens was China uit te dagen. Hij moest ze waarschuwen geen verboden zaken te leveren aan Saddam Hussein. En hij kreeg te horen dat er nog geen besluit was genomen over het leveren van high tech-radar aan de marine van Taiwan.

In deze half-open toestand de nieuwe Amerikaanse regering beraadt zich nog op haar strategie tegenover concurrenten en bondgenoten – dreigen incidenten voldongen feiten te scheppen. Een hoge Chinese militair zocht onlangs asiel in Amerika, China houdt een Amerikaanse geleerde gevangen op beschuldiging van spionage en hield haar zoontje wekenlang in de cel waar zijn moeder zat opgesloten. Afgelopen zondag raakte een Chinese straaljager een Amerikaans spionagevliegtuig (of omgekeerd) boven de Chinese Zee. Het Chinese toestel stortte neer, de piloot wordt vermist. De Amerikanen maakten een noodlanding op het Chinese eiland Hainan en bevinden zich onder de hoede van de Chinese autoriteiten.

De wereld is nu aangeland in de fase van de diplomatieke exegese waarin ieder woord wordt gewogen. President Bush heeft de botsing een ongeval (accident) genoemd en eraan toegevoegd dat er van een internationaal incident (nog) geen sprake was. Wel toonde hij zich verbolgen omdat het zo lang duurde (bijna zestig uur) alvorens Amerikaanse diplomaten de bemanning konden bezoeken. President Jiang Zemin eiste excuses en stopzetting van de Amerikaanse spionagevluchten langs de Chinese kust. President Bush zei gisteren de dood van de Chinese piloot te betreuren, maar hij bood geen excuses aan. Een Chinese woordvoerder noemde dit gebaar een stap in de goede richting. Als beloning zou vandaag een tweede ontmoeting met de bemanning worden toegestaan. President Jiang Zemin is inmiddels aan een reis door Latijns Amerika begonnen. China heeft de tijd.

Het beste wat ervan gezegd kan worden is dat ogenschijnlijk geen van beide partijen op een crisis aanstuurt. Onbekend is of er, zoals in 1989, geheime boodschappen worden uitgewisseld.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.

    • J.H. Sampiemon