Valse wijven die uitblinken in effectbejag

,,Schandalig!'' foetert de vrouw die per touwladder naar beneden komt zakken. ,,Iemand van mijn leeftijd over een dak te laten klauteren!'' Ze ploft neer en zoekt de weg in een pikdonker appartement. ,,Marlene, Marlene!'' roept ze. Dan klinkt er een stem, die van Marlene Dietrich. Ze is negentig. Wie is daar? Het is Leni Riefensthal, ook negentig. Ze kennen elkaar nog van heel lang geleden.

In haar recente stuk Marleni bracht de jonge Duitse schrijfster Thea Dorn de twee samen voor een imaginaire ontmoeting in Parijs, waar Dietrich in 1992 stierf. Riefensthal kan nog één keer geld krijgen voor een film, op voorwaarde dat Dietrich de hoofdrol speelt. Het is haar laatste kans; als dit niet doorgaat, blijft ze voor eeuwig de cineaste die films voor Hitler maakte en daarom besmet was. Dietrich houdt zich echter al jarenlang verborgen voor het publiek; ze is oud en wil zich niet meer laten zien. Laat staan dat ze zich nog zou laten vermurwen door de vrouw die door de Tweede Wereldoorlog haar tegenpool is geworden.

Het is – ook in de versie die De Appel nu speelt – een intrigerende gedachte: de diva die al in 1929 naar Amerika ging, alle lokroepen van het Derde Rijk in de wind sloeg en triomfen vierde onder de geallieerde troepen aan het front, tegenover de filmmaakster die zich liet verleiden haar kunst in dienst van de nazi's te stellen. ,,Alles in het leven hangt ervan af aan welk front je je benen hebt gespreid'', zegt de Dietrich-figuur in Marleni dan ook. Extra pikant is, dat Dietrich anno 1992 voor heel wat Duitsers eigenlijk een verraadster was, terwijl de reputatie van Riefensthal toen juist weer iets verbeterde. Wie was goed, wie was fout, en waar ligt het grijze gebied?

Thea Dorn blijkt echter niet veel werk van die conflictstof te hebben gemaakt. Ze geeft haar personages wel wat ruimte om zich te rechtvaardigen, maar lijkt meer geïnteresseerd in de Penthesileia-verfilming die Leni Riefensthal (ook in werkelijkheid) wilde maken. Beide vrouwen worden afgezet tegen de schepping van Von Kleist. Riefensthal lijkt zich ermee te vereenzelvigen, maar Dietrich begrijpt de rol niet. Voor haar is de wulpse verleiding van Johnny, wenn du Geburtstag hast veel reëler dan Penthesileia`s wanhopige liefde. Riefensthal diende de kunst, ook in Triumph des Willens. Hollywood zou haar nooit de kans hebben geboden zoiets artistieks te maken, zegt ze. Dietrich diende zichzelf.

Maar in de regie van Agaath Witteman hebben ze tenminste één ding gemeen: ze zijn twee valse wijven die uitblinken in effectbejag. Marie Louise Stheins zet voor elk doel een andere Dietrich-stem en een andere pose op. Ze krijst en ze gilt, ze is zwoel en poezelig aanhalig. Sacha Bulthuis, als Riefensthal, weet al die grilligheid als een volleerd regisseur weg te masseren. Al kan ik haar kromme padvindsterstred – alsof ze poep in haar broek heeft – moeilijk rijmen met de koppige trots die de echte Leni Riefensthal als 98-jarige nog altijd uitstraalt.

Dietrich doorziet wat haar manipulaties teweeg brengen, terwijl Riefensthal het effect steeds controleert op de twee videoschermen aan weerszijden van het toneel waarop behalve live-beelden van hun spel ook scènes worden vertoond die suggereren wat de cineaste wil met haar nieuwe film.

Dat is spannend, maar maakt het spel ook minder strak, minder geconcentreerd op elkaar. Soms is het alsof die twee vrouwen aan schrijfster, regisseur en actrices ontglippen, alsof ze te wispelturig zijn om in een voorstelling te vangen. Marleni is weliswaar een pakkend geschreven vehikel voor twee in technisch opzicht excellerende actrices, maar krijgt te weinig vat op de ware geschiedenis. Tenslotte draait het naar mijn smaak ook iets te makkelijk uit op de verbroedering van twee zusters in de kunst. Er moet méér tussen hen hebben gebroeid dan hier te zien is.

Voorstelling: Marleni, van Thea Dorn, door De Appel. Gezien: 5/4 in Appel-theater, Den Haag. Aldaar t/m 12/5; tournee 12/9 t/m 16/11. Inl. (070) 3502200, www.toneelgroepdeappel.nl

    • Henk van Gelder