STOFOE BOELANSJÉ

In (sub)tropische keukens zijn smaakmakers vaak gedroogd en daardoor houdbaar. Uit de Surinaamse keuken noemde ik eerder zoutvlees en gedroogde garnalen. Nu is het de beurt aan `droge vis'. Onder die benaming tref je op markten en in Surinaamse winkels stapels vissen aan. Ze zijn over de lengte opengeklapt, geschoond van ingewanden, en bruindoorrookt. Een Surinaamse koper zal zo'n vis in stukken gehakt in de vriezer bewaren en dan per gelegenheid een stuk uiteenplukken. De plukjes dienen dan als smaakmaker. De smaak is uitgesproken, dus doe kalm aan (reken voor dit recept op 40 gram). Er zijn ook zakjes te koop met plukken droge vis.

Aubergine staat in Suriname te boek als boelansjé of boulanger. De exemplaren uit Surinaamse winkels zijn als regel langer en dunner dan wat wij uit Europa gewend zijn.

Doe de plukken vis in een kom. Giet er kokend water over en laat de stukjes in ongeveer tien minuten zacht worden. Pel en snipper knoflook en ui. Snijd de peper fijn. Schil de aardappels en snijd ze in gelijke parten. Verwijder de steelaanzet van de aubergine en snijd het vruchtvlees in blokjes. Snijd de tomaat in stukjes. Spoel de plukken vis met koud water af en laat ze uitlekken. Verhit de olie in een kleine braadpan. Bak hierin vis, ui, knoflook, Madame Jeanettepeper en masala.

Doe dit drie minuten op tamelijk hoog vuur en roer daarbij geregeld. Doe de stukken tomaat erbij en zet het vuur laag. Voeg tot slot aardappel en aubergine toe, plus een halve kop water. Laat alles ruim een kwartier zachtjes stoven of tot aardappel en aubergine gaar zijn. Strooi naar smaak zout en peper en peper over het gerecht. Eet er rijst bij.

Variaties: Vervang de aubergine door spitskool (de bereiding blijft hetzelfde). Het gerecht wordt ook gemaakt zonder aardappels en masala.

    • Annelène van Eijndhoven