Rentedaling brengt euro in Engeland niet dichterbij

Kruipt de Britse economie naar die van de Eurozone toe? Een oppervlakkig onderzoek van de rentetarieven lijkt daar op te duiden. De Britse regering heeft eind 1997 de criteria voor toetreding tot de euro geformuleerd. Op dat moment waren de rentetarieven in Engeland vier procent hoger dan in Duitsland.

Na de renteverlaging met een kwart procentpunt door de Bank of England is het verschil nu nog slechts 0,75 procent. Toch betekent het kleiner worden van deze kloof niet dat de economieën ook echt naar elkaar toe groeien.

Hoewel de directe handel tussen het Verenigd Koninkrijk en de andere lidstaten van de Europese Unie gestaag toeneemt, volgt Engeland volgens de meeste andere maatstaven een relatief onafhankelijke weg. De inflatie en de werkloosheid in het Verenigd Koninkrijk liggen nu ruim onder het gemiddelde van de Eurozone.

De Britse economie blijft nauw verbonden met die van de Verenigde Staten. De Londense City is afhankelijker dan ooit van het lot van Wall Street. Engeland ontvangt meer directe buitenlandse investeringen en meer inkomsten uit buitenlandse investeringen uit de VS dan uit de Eurozone. Koersbewegingen van het pond sterling worden meer door de dollar dan door de euro beïnvloed.

Ook is er geen enkel teken dat de vijandigheid van het Britse publiek jegens de euro aan het afnemen is.

Opiniepeilingen blijven aangeven dat meer dan 60 procent van de Britse kiezers de monetaire unie verwerpt, terwijl nog geen 30 procent vóór is.

Tot op zekere hoogte is de houding van het publiek bepalend voor de ontwikkelingen. Duitse staatsleningen met een looptijd van 30 jaar leveren nu zo'n 75 basispunten meer op dan langlopende Britse staatsleningen. Voorzover de markt het kan zeggen, zal Engeland voorlopig nog niet aan de euro deelnemen.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld

    • Edward Chancellor