Ko

Voor de jonge lezers onder ons: Ko van Dijk (1916-1978) was misschien niet de beste, maar wel de beroemdste toneelspeler van Nederland in de tweede helft van de vorige eeuw. Veel Nederlanders zullen hem nooit in levenden lijve op de bühne hebben gezien, maar desondanks zijn malse stemgeluid moeiteloos herkennen. Want Ko van Dijk speelde niet alleen in zware stukken van Shakespeare, Miller of Tsjechov, hij draaide evenmin zijn hand om voor komische radioseries als Koek en ei en een volkse tv-serie als Dagboek van een herdershond.

Ik zal me hem vooral blijven herinneren als de wanhopige Willy Loman in het weergaloze toneelstuk Dood van een handelsreiziger van Arthur Miller. Dat stuk is in 1967 door de AVRO-tv uitgezonden, toen het nog heel gewoon was dat de televisie goed toneel bracht. Als zo'n rol ruim dertig jaar na dato nog in iemands geheugen voortleeft, heb je als acteur wel iets bereikt. Menigeen zal zo zijn eigen herinnering aan Van Dijk koesteren.

Daarmee zul je het als toneelacteur ook moeten doen, want verder blijft er van je werk zo goed als niets over. Zo is van de imposante toneelcarrière van Van Dijk geen enkel gefilmd beeld bewaard gebleven. Er zijn alleen nog de (matige) speelfilms en de tv-registraties van enkele stukken.

Dat vertelde me de journalist Coen Verbraak, die samen met Paul Haenen voor de NPS een tv-documentaire over het leven van Van Dijk maakte: Ko van Dijk – spelen met hartstocht (uitzending op zondag 15 april).

Het is geen brave documentaire geworden waarin de scherpe kanten van Van Dijk zijn weggevijld. Integendeel, de film zal misschien hier en daar enig boos gefluister opwekken omdat indringend op Van Dijks persoonlijke leven wordt ingegaan. Daar gaan we in Nederland van oudsher toch iets puriteinser mee om dan bijvoorbeeld Angelsaksische documentaristen.

Ik had er geen moeite mee omdat Verbraak en Haenen laten zien dat de bezetenheid waarmee Van Dijk zijn vak uitoefende, voortkwam uit een razernij (`storm in zijn hoofd' wordt ergens in de film gezegd) die zijn hele leven bepaalde. Van Dijk was in alles onmatig, en dat was hij al als kind. ,,Ik was als kind hysterisch'', zegt hij zelf in een oud interviewfragment. En Emmy Scholte, zijn eerste echtgenote – hij zou er nog vijf krijgen – windt er evenmin doekjes om: ,,Ik geloof dat hij een patiënt was.''

In seksueel opzicht was hij een onverzadigbare omnivoor. Vrouwen en mannen, eventueel achterin de toneelbus – Ko was er altijd voor te porren. Hij presteerde het tijdens een stuk een vrouw op de eerste rij te versieren (,,Kantine'', fluisterde hij). Maar zijn manische versierdrift krijgt een even dramatische als veelzeggende dimensie wanneer de filmers onthullen dat hij als jongen een incestueuze relatie had met zijn moeder.

Zijn laatste jaren waren ellendig. Pijn. Eenzaamheid. Bitterheid. Maar wél zo ongeveer tot de laatste snik doorspelen. Een leven zoals biografen zich dromen.

    • Frits Abrahams