Karabach ter sprake in Florida

De presidenten van Armenië en Azerbajdzjan praten vier dagen lang in Florida over hun al dertien jaar slepende conflict over Nagorny-Karabach.

President Harry Truman bracht er graag zijn vakanties door, en sindsdien heet het vakantieoord in het zonnige Key West, voor de kust van Florida, `het Kleine Witte Huis'. Deze week zijn er twee presidenten van verweglanden te gast: Heydar Aliyev, president van Azerbajdzjan, en Robert Kotsjarian, zijn collega uit Armenië, praten er vier dagen lang onder Amerikaanse bemiddeling over Nagorny Karabach.

Minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell kwam voor de opening van het overleg over uit Washington. Want Aliyev en Kotsjarian hebben elkaar de afgelopen twee jaar al zestien keer uitvoerig gesproken zonder een oplossing te vinden, zelfs speciale bemiddeling van de Franse president Jacques Chirac heeft niet tot een doorbraak geleid, maar de Amerikanen vinden dat het langzaam welletjes is: er moet een oplossing komen voor het conflict. Er staat namelijk veel op het spel. Regionale stabiliteit bijvoorbeeld, in een regio met heel veel olie.

Aliyev en Kotsjarian zullen er waarschijnlijk ook in het aangename Key West weer niet uit komen: daarvoor staan de standpunten te lijnrecht tegen over elkaar. De Amerikaanse bemiddelaar Carey Cavanaugh zei gisteren het gesprek op zich al een groot succes te vinden. Powell hield de twee contrahenten in het conflict dinsdag alvast een paar lokkertjes voor, in de vorm van beloften voor Amerikaanse en Europese steun als Azerbajdzjan en Armenië - na een akkoord over Karabach - in de toekomst bij de Wereldbank en het IMF aankloppen.

Maar de tekenen staan niet gunstig. Beide landen ruzieden al over Karabach toen ze nog Sovjet-republieken waren. In 1988 brak de oorlog om Karabach uit. De Armeense inwoners van de bergachtige enclave binnen Azerbajdzjan kwamen in opstand tegen de onderdrukking van de Azeri en vochten zich, van afstand gesteund vanuit Armenië en door de Armeense diaspora in het Westen, al snel vrij. Tot 1994 duurde de oorlog, die 30.000 mensen het leven kostte. Toen in dat jaar een wapenstilstand werd gesloten hadden de Karabach-Armeniërs niet alleen de Azeri hardhandig uit de enclave gegooid, maar ook nog twintig procent van de rest van het grondgebied van Azerbajdzjan veroverd en van Azeri `gezuiverd'. Nog altijd betalen 791.000 Azerbajdzjaanse vluchtelingen in kommervolle omstandigheden een hoge prijs voor die militaire nederlaag. En nog elk jaar vallen gemiddeld tweehonderd doden door landmijnen of het optreden van sluipschutters.

Sinds 1994 hebben de Karabach-Armeniërs de enorme schade aan hun verwoeste steden hersteld, een eigen republiek uitgeroepen die door niemand wordt erkend en hun leger verder opgebouwd. Alle pogingen, door overleg een oplossing voor het conflict te vinden, zijn vruchteloos gebleven. Gepraat is in eerste instantie in de zogenoemde Minsk-groep, een bemiddelingsgremium onder auspiciën van de OVSE, voorgezeten door Rusland, Frankrijk en de VS, maar ook bilateraal - zie de zestien eerdere ontmoetingen tussen Aliyev en Kotsjarian.

Het overleg zit muurvast. De Armeniërs van Karabach willen voor geen enkele prijs in de toekomst welk gezag van Azerbajdzjan dan ook erkennen. Zelfs een hoge mate van autonomie en een de facto onafhankelijkheid binnen Azerbajdzjan is voor de Armeniërs in de enclave niet acceptabel: zij eisen volledige onafhankelijkheid - ten slotte hebben ze zich die al bevochten. Azerbajdzjan van zijn kant staat op zijn territoriale integriteit en wenst zich niet neer te leggen bij een afscheiding van Karabach of zelfs maar vergaande autonomie van de enclave. Bovendien verzet het zich tegen deelname van de Karabach-Armeniërs aan het vredesoverleg. Armenië zit tussen deze radicaal tegengestelde standpunten in: het zou een de facto onafhankelijkheid van een Karabach dat de jure bij Azerbajdzjan zou horen, wel zien zitten, maar het kan de volksgenoten in Karabach ook niet laten vallen.

Voor alle betrokkenen staat er permanent veel op het spel. De kwestie-Karabach is een heet hangijzer binnen de Azerbajdzjaanse politiek. Elke dreigende aantasting van de Azerbajdzjaanse zeggenschap over Karabach wordt Aliyev heftig aangerekend. In Armenië kampt Kotsjarian (president van Karabach voordat hij eerst premier en later president van Armenië werd) met hetzelfde probleem: zijn voorganger kwam ten val naar aanleiding van concessies in deze kwestie. De Armeense politiek kan flink zinderen over de kwestie. Onlangs nog eiste de oppositie Kotsjarians aftreden omdat hij een gebiedsruil met Azerbajdzjan zou overwegen: Karabach tegen het district Meghri in Zuid-Armenië. In Karabach zelf werd president Arkadi Goekasian een jaar geleden zwaar gewond bij een moordaanslag, die zou zijn beraamd door een oud-minister van Defensie en diens broer, de burgemeester van de hoofdstad Stepanakert, wegens concessies die Goekasian zou overwegen.

De internationale gemeenschap is het conflict inmiddels meer dan beu, temeer omdat zowel in Armenië als in Azerbajdzjan regelmatig met de sabels wordt gerammeld: in beide landen bestaat een krachtige lobby die de oorlog wil hervatten. Inmiddels nemen echter de economische belangen van het Westen in de regio snel toe naarmate meer miljarden worden geïnvesteerd in de oliewinning voor de Kaspische kust van Azerbajdzjan en de plannen voor de aanleg van een oliepijpleiding van Baku naar het Turkse Ceyhan vastere vormen aannemen. Een stabiele Kaukasus is een voorwaarde voor die economische expansie. Dat geldt óók voor Azerbajdzjan, dat zijn olierijkdom ongestoord wil ontwikkelen, en voor Armenië, dat als gevolg van de kwestie is geïsoleerd omdat de belangrijkste grenzen (met Azerbajdzjan en Turkije) al jaren potdicht zitten. Maar noch Aliyev, noch Kotsjarian kan zomaar over zijn schaduw springen. En Goekasian in het verre bergrijkje kan dat nog minder.

    • Peter Michielsen