In Congo waait een nieuwe wind

De jonge president van Congo, Joseph Kabila, stuurde gisteren zijn voltallige kabinet naar huis. Hij zegt dat hij vrede wil en democratie.

Ketumile Masire weet het zo net nog niet. De Botswaanse ex-president, internationaal bemiddelaar in het conflict rondom de Democratische Republiek Congo, houdt liever een slag om de arm over de goede afloop van zijn missie. Troepen aan weerszijden van de oorlogszone hebben aangekondigd zich te zullen terugtrekken, maar gebeurt dit ook? Masire, deze week op bezoek in Zuid-Afrika, is er nog niet van overtuigd dat Zimbabwe, Namibië en Angola, bondgenoten van de regering in Kinshasa, werkelijk hun militairen huiswaarts laten gaan. Zijn scepsis werd later bevestigd door uitlatingen van de Zimbabweaanse minister van Defensie, die zei dat hij soldaten liet verplaatsen om hen te laten uitrusten, niet om hen terug te halen.

Deze minister, Moven Machadi, legde uit dat 200 Zimbabweaanse soldaten uit de strategisch gelegen stad Mbandaka eerder deze week naar Kinshasa waren gevlogen om bij te komen van de ontberingen in de jungle. Van terugtrekking zou geen sprake zijn. Mahachi's opmerkingen staan in strijd met mededelingen van militairen ter plaatse, die begin deze week aankondigden dat de Zimbabweanen zich uit Mbandaka terugtrekken om te laten zien dat Zimbabwe de internationale afspraken serieus neemt. Zimbabwe heeft sinds het begin van de oorlog in augustus 1998 naar schatting 12.000 man in Congo gestationeerd. Ook Namibië en Angola staan het bewind in Kinshasa met duizenden strijdkrachten bij.

De drie guerrillafacties die in 1998 in opstand kwamen tegen de regering van president Laurent Kabila kregen steun van de oostelijke buurlanden Oeganda, Rwanda en Burundi. Zij zeggen de afgelopen weken een groot deel van hun troepen te hebben teruggetrokken, in het kader van de vredesregeling van de VN. Het probleem is dat dit lastig te controleren valt in het immense land. Bovendien mengden Rwandese troepen zich in het verleden nogal eens onder Congolese rebellen, van wie velen etnisch aan de Rwandese Tutsi's zijn verwant. Het vermoeden bestaat dat dit nog steeds het geval is. Rwanda wil koste wat het kost voorkomen dat het de greep kwijtraakt op het oosten van Congo.

Al in juli 1999 kwam in Lusaka een vredesakkoord tot stand tussen alle betrokken partijen. Maar de oorlog ging gewoon door. De ommekeer leek pas te komen met de moord op Laurent Kabila in januari van dit jaar. De oude Kabila werd gezien als een struikelblok op weg naar vrede. Diplomaten en VN-medewerkers in Kinshasa slaakten dan ook discreet een zucht van verlichting over de wisseling van de macht.

Een van de eerste dingen die Joseph Kabila deed was het terughalen van Ketumile Masire als bemiddelaar. Kabila senior had Masire, die hij beschuldigde van partijdigheid, aan de kant gezet. De terugkeer van Masire was een duidelijk signaal dat er met le Petit een nieuwe wind waaide. Masire zei dezer dagen in Kaapstad na een rondreis door Congo voor het eerst in lange tijd weer optimistisch te zijn: ,,Ik heb grote hoop. De kans dat we tot een oplossing komen is groter dan voorheen.'' Hoewel ook Joseph Kabila vanaf het begin onderstreepte dat de `buitenlandse agressors' (Oeganda, Rwanda en Burundi) hun troepen moesten terugtrekken, ging hij, anders dan zijn vader, ook de dialoog aan met zijn tegenstanders. In New York had hij een persoonlijke ontmoeting met de Rwandese president Kagame.

Intern stelt Joseph Kabila nu ook orde op zaken. Deze week ontsloeg hij het door zijn vader aangestelde kabinet. De ministers onder de oude Kabila waren merendeels afkomstig uit zijn eigen zuidelijke Katanga-provincie. De jonge Kabila zei gisteren in Berlijn, waar hij op bezoek is, dat hij een nieuwe regering gaat benoemen die ,,vrede, welvaart en een terugkeer naar democratie'' kan bewerkstelligen.

De vele bezoeken die Joseph Kabila heeft afgelegd aan Westerse landen zijn ook een duidelijk signaal dat hij wil breken met de politiek van zijn vader, een marxist die Europa en de Verenigde Staten wantrouwde. Kabila junior merkte tegenover de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder op dat de laatste vrije verkiezingen in Congo veertig jaar geleden werden gehouden. ,,Het is tijd om terug te keren naar democratie'', aldus Kabila, ,,zo spoedig mogelijk.''

Het is de vraag of het zover komt. Van cruciaal belang is de opstelling en de positie van Joseph Kabila. Is hij inderdaad de duif waarvoor hij zich uitgeeft? Belangrijker, is hij werkelijk degene die in Kinshasa de touwtjes in handen heeft? De eerste weken van zijn presidentschap heette het dat Kabila junior slechts een stroman was, maar het begint erop te lijken dat hij, ondanks zijn 29 jaar, een krachtiger leider is dan velen vermoedden.

Eigenlijk moet het vredesproces in Congo nog beginnen. De 3.000 blauwhelmen die de VN er zullen stationeren kunnen nooit het hele land bestrijken. Ook Zuid-Afrika doet voor het eerst mee aan deze Afrikaanse vredesoperatie. Gisteren vertrokken acht Zuid-Afrikaanse militairen, een voorhoede van de kleine honderd die Pretoria wil sturen.

Maar er zal vooral veel goede wil nodig zijn om van Congo een vreedzaam land te maken. Joseph Kabila zei gisteren: ,,Het is tijd dat de regio als geheel terugkeert naar vrede.''