Hoe de Hooglanders werden gedood

Bij het afschieten van 41 Schotse Hooglanders in natuurgebied de Duursche Waarden bij Olst is de dieren onnodig leed aangedaan. Medewerkers van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) gebruikten een te licht kaliber munitie waardoor sommige dieren vele malen beschoten moesten worden voordat ze overleden.

Dat blijkt uit een verslag dat Piet Greeve van Staatsbosbeheer schreef over het afschieten van 41 Hooglanders op vrijdag 23 maart. De dieren werden afgeschoten omdat ze zich binnen een straal van één kilometer bevonden van het eerste `officiële' geval van mond- en klauwzeer in Oene.

Greeve schrijft in zijn verslag: ,,Eerst werd de koe buiten de vangkraal geschoten. Getroffen midden op het voorhoofd met een (naar later bleek) veel te licht kaliber, probeerde het zwaargewonde dier, volledig de kluts kwijt, zich staande te houden. Ook een tweede schot velde het arme dier niet direct. Eén van de schutters was in het bezit van zwaar kaliber en schoot het dier neer. Pas later bleek het niet eens dood te zijn en kreeg het een genadeschot van de aanwezige dierenarts die in het bezit was van een schietmasker.''

Volgens Jan Kuiper, woordvoerder van Staatsbosbeheer wisten de RVV'ers duidelijk ,,niet waar ze mee bezig waren''. ,,We hebben ook geen idee waar de RVV de schutters vandaan heeft gehaald. Hiervoor heb je gespecialiseerde mensen nodig, die weten hoe je dieren in een natuurgebied doodt. Maar deze mensen kwam aan om tien over zes aan toen het al donker begon te worden en er nauwelijks zicht was door de regen.''

Volgens Kuiper is het laatste woord over de kwestie nog niet gezegd. ,,Maar wij denken op dit moment geen gehoor te vinden bij de RVV. Die mensen hebben nu iets anders aan hun hoofd, die moeten 200.000 dieren afmaken.''

Het ministerie van Landbouw zegt in een reactie dat voor zover bekend het afschieten `volgens het standaardprotocol' is gebeurd.