Guy Georges zal zichzelf een straf opleggen

Guy Georges, de man die in Parijs zeven vrouwen verkrachtte en vermoordde, is gisteren veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Een straf van niks, vindt hijzelf. Hij zal zichzelf een betere straf opleggen.

Alleen de eerste minuten van het proces tegen de Franse seriemoordenaar Guy Georges mocht er worden gefilmd in de rechtszaal: de binnenkomst van de verdachte, die zelfverzekerd glimlachte en in de beklaagdenbank ging zitten.

Maar ook in de tweeënhalve week die erop volgden gedroegen de advocaten, de rechter, de officier van justitie en ook Georges zelf zich alsof er voortdurend camera's op hen stonden gericht. Ze schreeuwden, fluisterden, zwegen, huilden, maakten ruzie, zwaaiden met hun armen, brillen werden op- en afgezet, er werd geciteerd uit Albert Camus en Victor Hugo. De leden van de jury, zes mannen en drie vrouwen, keken toe en bewogen zich nauwelijks. Ze waren diep onder de indruk – en dat was ook precies de bedoeling.

Gisteren was de laatste dag van het proces. Georges werd veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf en heeft de eerste 22 jaar geen uitzicht op strafvermindering. Kort voordat de jury zich terugtrok voor overleg las Georges vragen voor van een papiertje. ,,Waarom'', vroeg hij, ,,hebben mijn ouders mij verlaten?'' Georges werd, toen hij drie maanden oud was, door zijn moeder in de steek gelaten. Zijn vader, een Antilliaan die op een Amerikaanse legerbasis in Frankrijk werkte, was al vóór zijn geboorte vertrokken. Georges groeide op in een pleeggezin.

,,Waarom'', vroeg hij ook, ,,hebben de autoriteiten die zich over mij hadden ontfermd niet meer aandacht aan me besteed toen ik voor het eerst in de gevangenis zat?'' ,,Waarom heeft justitie me in 1995 niet tegengehouden?'' In dat jaar werd hij verdacht van verkrachting en moord, maar het DNA-spoor dat bij het lichaam was gevonden kwam niet overeen met het DNA-profiel van Georges. Pas later bleek hij wel de dader te zijn geweest. In de rechtszaal zei Georges vorige week dat hij aan het DNA-onderzoek had meegedaan omdat hij wilde dat hij gestopt zou worden.

,,En waarom'', ging Georges door, ,,ben ik een onverbeterlijke moordenaar geworden, terwijl ik zo hartstochtelijk veel geef om mijn vrienden, mijn vriendinnetjes, mijn familie?'' Hij vroeg de nabestaanden om vergeving, en hij suggereerde dat hij zelfmoord ging plegen. Levenslange gevangenisstraf, zei hij, stelt niks voor. Hij zou zichzelf wel een straf opleggen. Niemand hoefde nog bang voor hem te zijn, hij zou de gevangenis niet verlaten, maar hij zou de opgelegde straf ook niet uitzitten.

De officier van justitie had Georges een dag eerder `het vleesgeworden kwaad' genoemd. De drie psychiaters die hem hadden onderzocht zeiden begin deze week, in een toelichting op hun rapporten, dat ze geen echte verklaring voor zijn misdadig gedrag hadden kunnen ontdekken. Hij verkrachtte en moordde niet uit haat of afkeer, niet uit plotseling opkomende drift, maar instinctmatig: ,,Zoals een kat vogeltjes vangt.'' Hij praatte met niemand over zijn daden, hij was er niet trots op, hij had er ook geen spijt van.

De psychiaters noemden hem een perverse narcist, een psychopaat. Behandeling zou zinloos zijn. Hij had geen `eigen identiteit' kunnen ontwikkelen omdat hij door zijn ouders in de steek was gelaten, en ook zijn jeugd in het pleeggezin was volgens hen niet zo harmonieus als hij zelf graag vertelt. Zijn pleegmoeder, streng katholiek, had nauwelijks gevoel getoond voor haar kinderen en pleegkinderen.

De psychiaters waren onder de indruk van Georges' feilloze geheugen. Hij herinnerde zich details, jaartallen. Volgens de psychiaters was Georges intelligenter dan uit zijn schoolprestaties bleek. Ze vonden hem ook erg sociaal vaardig. Hij had snel door welk onderwerp zijn gesprekspartners interesseerde. Een van de psychiaters hield van voetbal, had Georges gemerkt – dus praatte Georges met hem over voetbal. Hij was graag alleen, op zichzelf gericht, maar hij maakte ook makkelijk vrienden.

Georges was volgens de psychiaters niet gestoord, maar ook niet `normaal'. Het was de enige keer tijdens hun betoog dat Georges opstond uit de beklaagdenbank om een vraag te stellen. Hij wilde weten wanneer iemand dan wél normaal was. Hij luisterde gespannen naar hun bevindingen. Op de meeste andere dagen van het proces had hij bij de rechter, de advocaten van de nabestaanden en de nabestaanden zelf ergernis gewekt door zijn voortdurende glimlach en zijn zelfverzekerde houding. ,,Zo gedroeg hij zich ook tijdens het verhoor'', zei een onderzoeksrechter in een van de pauzes, in de gang van het Paleis van Justitie. ,,Wat ik hem ook voorhield, het maakte geen indruk. Hij zat altijd maar te lachen.''

    • Petra de Koning