Grote paniek vlak voor sluitingstijd

In een tijd waarin iedere meid op haar toekomst moet zijn voorbereid, kiest zij eerst voor de wereldreis en dan pas voor de kinderwagen. Eerst de carrière, dan pas het kroost. Eerst een eigen inkomen, daarna een plaats in een crèche. Geef haar eens ongelijk, die twintiger, die dertiger, die alles wil: hartstochtelijke liefde, een relatie in prettige ongebondenheid, boeiend werk en verre reizen. Kinderen – dat is iets voor later, voor als aan al haar wensen is voldaan, voor als ze `eraan toe is' – zo na haar vijfendertigste. Uitgeraasd en uitgereisd valt de onafhankelijke meid van toen ten prooi aan paniek voor sluitingstijd: een kind, nu of nooit, met partner of zonder. Een leven zonder kind is immers maar half geleefd. Een kind hoort erbij, een kind verdiept je leven en heeft niet iedereen daar recht op?

Hoe het voelt om jarenlang te worstelen met het verlangen naar een kind dat er maar niet wil komen, valt te lezen in Eisprong, het debuut van Judith Uyterlinde (1962). Het is een eenvoudig, helder, goed geschreven, autobiografisch verslag van haar wens een kind te krijgen – een heftig, allesoverheersend verlangen dat gedwarsboomd wordt door zoiets onherroepelijks en onbeïnvloedbaars als een dichtgeslibde eileider en een baarmoeder die zich onttrekt aan zijn nestelfunctie. En dat terwijl ze in de bloei van haar leven is, blaakt van gezondheid en energie en beschikt over een partner met wie ze `samenwonen niet langer ziet als een vorm van vrijheidsberoving'.

Ongemakkelijk

Openhartig – dat is Uyterlinde zeker. Zozeer dat je je er als lezer soms ongemakkelijk van gaat voelen. Vanaf het moment dat ze (in het geval van Uyterlinde `nog voor de magische dertig-grens') besluit dat ze kinderen wil en geconfronteerd wordt met een eindeloze reeks teleurstellingen en lichamelijke kwellingen, neemt ze geen blad voor de mond: ze schrijft zonder omhaal dat ze na het vrijen `op haar hoofd gaat staan zodat het zaad linea recta kan doorstromen naar de eindbestemming' of vraagt zich af hoe lang het nog duurt voordat haar vriend haar verlaat `voor een vrouw van wie hij vervolgens onmiddellijk een kind krijgt'.

Alles in Eisprong ademt `dit is echt gebeurd': of het nu om boosheid gaat, frustratie of een verongelijkt gevoel van `waarom ik?', iedere emotie wordt vermeld, geen gedachte blijft onopgeschreven, geen gevoel onuitgesproken. Understatements zijn Uyterlinde vreemd, evenals suggestie of ironie. Het hoe en waarom van de realiteit, daar gaat het om. Ze vertelt hoe het is om je te onderwerpen aan een IVF-traject en hoe het voelt om bij een buitenbaarmoederlijke zwangerschap ook nog van je tweede, goede eileider afgeholpen te worden – alles passeert zakelijk de revue, zonder literaire poespas, zonder overdreven emoties.

En dus lezen we dat Uyterlinde bij haar eerste miskraam `het drillerige geheel uit de wc-pot schept en het in een tupperware bakje doet' terwijl ze zich afvraagt `of ze het eerst moet laten afkoelen'.

Troosten

Vrienden en familie deelt ze in twee groepen op: `mensen aan wie je iets hebt en mensen aan wie je niets hebt'. Ze tonen, uit wat voor motief dan ook, te weinig of juist te veel belangstelling, laten haar te vaak of juist te weinig alleen en zeggen bijna altijd het verkeerde: `troosten is een kunst die maar weinigen beheersen'.

Eenzaamheid is troef in deze jaren waarin de kinderwens belangrijker is dan een nieuwe, uitdagende werkkring of een reis naar Indonesië: vriendinnen die nog nooit over kinderen hadden gesproken, worden probleemloos zwanger van mannen die ze nog maar een blauwe maandag kennen. Het groeien van hun buik is omgekeerd evenredig met het afsterven van de jarenlange, innige vriendschap. Het lichaam blijkt een onbetrouwbaar instrument, dat de vrouw, tegen alle verwachting in, in de steek laat. Het is niet op afroep beschikbaar, het onttrekt zich aan haar wil.

Het verhaal van Eisprong is, voor iedere vrouw van rond de veertig, uit eerste of tweede hand, herkenbaar of op zijn minst bekend. Geen wonder: uit Uyterlindes informatieve nawoord blijkt dat maar liefst één op de vier stellen `vruchtbaarheidsproblemen' heeft. De verdienste van Uyterlinde is dat ze voor veel vrouwen een levensgroot drama, dat een stempel drukt op kostbare jaren van hun leven, nuchter en zonder pathetiek onder woorden heeft gebracht. Voor hen kan Eisprong de rol van een feel-less-bad-book vervullen; anderen kunnen het gerust ongelezen laten.

Judith Uyterlinde: Eisprong. Mets & Schilt, 161 blz. ƒ34,90 (geb)