Gesprek

Je hebt vannacht gedroomd.

Hoe weet je dat?

Ik weet ook waar je van gedroomd hebt.

Dat is onmogelijk.

Het was een droom waar ik in voorkwam.

Nee, het was iemand anders.

Ik praatte zelfs nog tegen je.

Zo, en wat zei je dan?

Ik zei: kijk, de hemel gaat open.

Hoe weet je dat?

Omdat ik het zelf zei.

Nee, dat was iemand anders.

Die iemand anders was ik.