Fiets in het Rijks

,,Geen van de architecten beschouwt het fietsverkeer door de doorgang als een probleem,'' zei de directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam, Ronald de Leeuw, afgelopen woensdag bij de presentatie van de plannen van de zeven architecten die van het Rijks het Nieuwe Rijksmuseum moeten maken. ,,Dat maakt wat dit betreft de toekomst wat zonniger,'' voegde de museumdirecteur er opgetogen aan toe. Het was een nette manier om te zeggen: daar hoeven we dus geen gedonder over te krijgen. In de hoofdstad, zeker in Amsterdam-Zuid en in het centrum, waren al veel protesten van `gewone Amsterdammers' gerezen tegen de mogelijke afsluiting van de doorgang onder het Nieuwe Rijksmuseum. De directie had al eens geopperd dat die doorgang prima als entree en restaurant kon dienen: dan hoefden de museumbezoekers niet langer in de druilerige regen voor de smalle ingangen in de rij te staan. Het had er alle schijn van dat deze kwestie - Doorgang Open of Doorgang Dicht - het echte publieke Rijksmuseumdebat zou worden. Dit in tegenstelling tot het officiële, door staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) zo gewenste, nationale debat over de positie van het Rijksmuseum in onze vernieuwde multiculturele samenleving.

Voorlopig is de angel uit het echte debat, omdat het Spaanse architectenduo Antonio Cruz en Antonio Ortiz door de `beoordelingscommissie' als de de makers van het beste plan voor het Nieuwe Rijks zijn aangewezen. In hun plan is de doorgang beide: een entree voor het publiek naar een ruime, opengewerkte kelderverdieping, en een fiets- en wandelbaan. (Zie ontwerp hiernaast). De hele donkere doorgang wordt een kathedraal van licht, omdat de nu dichtgemetselde boogwanden open gaan en licht uit de met glas overdekte binnenhoven doorlaten. In die kathedraal is plaats voor de fiets. Terecht, want zoals de koningin in ons land op een fiets behoort te rijden (the cycling monarchy), zo hoort de fietsende Nederlander in het hart van de Nationale Schatkamer. De architecten geven de fietsers nadrukkelijk een plaats. Maar er zit een adder onder het gras, en dat is de visie van de verfijnde architectuurkenners uit de `beoordelingscommissie', onder leiding van Rijksbouwmeester Jo Coenen.

Hij greep in, woensdag, toen De Leeuw zo opgewekt sprak over dit onderwerp. Coenen meldde haastig dat de beoordelingscommissie tegen is. De architectonische elite ziet helemaal niets in de volkse fiets in hun bouwkunstkathedraal. Zij willen het zuiver en puur houden. De fietser moet van hen om het museum heen. Als de directeur van het Rijksmuseum werkelijk de man met de rechte rug is, die hij beweert te zijn, dan fietsen ze in 2006 dwars door het Nieuwe Rijksmuseum.

    • Paul Steenhuis