Een ernstig geval van verdringing

Michiel Baud, die het Argentijnse verleden onderzocht in opdracht van premier Kok, maakt onontkoombaar duidelijk dat de gruwelijke gebeurtenissen tijdens de Videla-dictatuur Jorge Zorreguita niet kúnnen zijn ontgaan. Maar rabiate ideologische uitspraken heeft Baud niet gevonden.

Jorge Zorreguieta had het beste voor met de landbouw in een verkeerd regime. Zijn dochter Máxima zei het vorige week bij de verlovingsaankondiging en de studie van Michiel Baud naar de Argentijnse achtergrond van Zorreguieta bevestigt het. De passie van Máxima's vader ligt bij het agrarische beleid, ook toen hij (onder)staatssecretaris van landbouw en veeteelt was tijdens het militaire terreurbewind in Argentinië. Hij onderschreef de autoritaire ideologie van het bewind, maar politiek interesseerde hem niet echt en voor de schendingen van de mensenrechten sloot hij zich af. Pas in 1984, schrijft hij in een bijlage, raakte hij doordrongen van de beestachtige manier waarop de militairen tussen 1976 en 1983 in Argentinië hadden huisgehouden.

Michiel Baud, hoogleraar-directeur van het interuniversitaire studiecentrum voor Latijns Amerika CEDLA in Amsterdam, heeft in kort bestek – zowel in tijd als omvang – een inzichtelijke studie naar het militaire regime verricht. De studie, uitgevoerd op verzoek van premier Kok, had de handicap dat deze in het diepste geheim, zonder de hoofdpersoon in kwestie te kunnen spreken, moest worden uitgevoerd. Het is een compliment dat Zorreguieta in zijn weerwoord het rapport van Baud `onpartijdig' noemt. Zorreguieta valt hooguit over kleinigheden op landbouwgebied die Baud volgens hem verkeerd heeft geïnterpreteerd. En hij verwerpt de morele verantwoordelijkheid voor de militaire terreur. Hij was niet op de hoogte van de schendingen van de mensenrechten.

In de voorafgaande hoofdstukken heeft Baud onontkoombaar duidelijk gemaakt dat hier sprake moet zijn van ernstige politieke en psychologische verdringing. De gruwelijke feiten kúnnen Zorreguieta niet zijn ontgaan. Zoals Baud in zijn conclusie vaststelt: ,,Het is praktisch uit te sluiten dat Zorreguieta persoonlijk betrokken is geweest bij de repressie, [...] het is even ondenkbaar dat hij niets van de praktijk van de repressie en de mensenrechtensituatie zou hebben geweten.' Hiermee is de munitie voor het morele oordeel gegeven. Naar Nederlandse maatstaven was Zorreguieta `fout'.

Het militaire regime dat op 24 maart 1976 in Argentinië aan de macht kwam, stelde zich drie doelen. Ten eerste de uitroeiing van de `subversie' (waaronder tegenstanders in de ruimste zin werden verstaan), ten tweede een project van drastische economische hervormingen en ten derde het herstel van conservatieve, christelijke waarden om de ontspoorde Argentijnse cultuur weer in het gareel te brengen. Dit alles was samengevat in het Proceso de Reorganización Nacional.

Agrarische politiek

Helder beschrijft Baud de aanloop naar de staatsgreep, de werkwijze van de militaire junta, de economische en in het bijzonder de agrarische politiek. Vervolgens komen de terreur, de binnenlandse en internationale protesten tegen de schendingen van de mensenrechten en de rechtsvervolging ná de val van het militaire bewind aan de orde. Tenslotte bespreekt Baud de houding van Nederland ten aanzien van Argentinië gedurende de jaren 1976-'83, waarbij hij de campagne tegen deelname aan het wereldkampioenschap voetballen in 1978, de economische betrekkingen en de halfslachtige houding van het kabinet-Van Agt behandelt. Het geheel geeft een uitstekend overzicht, gebaseerd op in hoofdzaak Argentijnse literatuur, maar nieuwe inzichten staan er niet in. Dat hoeft ook niet, want voor Nederlandse lezers is de nuchtere weergave van de Argentijnse gruwelen schokkend genoeg.

Des te interessanter zijn de beschrijvingen van Zoreguieta in zijn functies op het departement van landbouw. Hij was een fervent voorstander van liberalisering van de gereguleerde landbouwsector. Baud noemt hem stelselmatig een `neoliberale technocraat'. Uit het beeld dat hij van Zorreguieta schetst, komt deze naar voren als een agrarische netwerker en belangenbehartiger die zich inzet voor de modernisering van de landbouw. Een soort voorzitter van het Landbouwschap.

Hij hield zich bezig met zaad voor de tarwesector, de opslag van agrarische producten, de minimumprijs voor graan en landbouwkredieten. Hij was `een flexibele praktijkman, zonder politieke ambities, een technocraat wiens ambities op het technische en uitvoerende vlak lagen.' Natuurlijk had hij de militaire staatsgreep toegejuicht, de uiterst conservatieve Sociedad Rural Argentina, het bolwerk van grootgrondbezitters waaruit hij als uitvoerend secretaris afkomstig was, was de ferventste ondersteuner van het militaire regime.

Toch heeft Baud geen rabiate ideologische uitspraken van hem kunnen vinden. Zorreguieta sprak over hogere graanoogsten, privatisering van de graansilo's, verlaging van de heffingen op graanexporten, afschaffing van het staatsmonopolie op de graanopslag en technologische modernisering. Hij had het, behalve in gratuite woorden, nooit over het politieke project van de militairen – en evenmin over de militaire repressie. `Hij pretendeerde nimmer een politicus te zijn met politieke of ideologische doelstellingen. Het is opvallend hoe weinig expliciet hij in zijn ideologische steun aan het militaire project is geweest. [...] In het openbaar praatte Zorreguieta uitsluitend over cijfers en technische gegevens.'

Gouden deal

Een bijzondere episode speelde zich af in 1980, toen de Verenigde Staten een graanboycot tegen de Sovjet-Unie afkondigden en druk uitoefenden op Argentinië zich hierbij aan te sluiten. Het Argentijnse regime zag een kans om concessies van de VS af te dwingen – de Amerikanen hadden bij herhaling tegen schendingen van de mensenrechten geprotesteerd en zaten Argentinië ook op andere gebieden dwars. Maar de VS gaven geen krimp en Argentinië accepteerde het embargo niet. Juni 1980 kondigde Zorreguieta triomfantelijk aan dat hij een vijfjarig akkoord met de Sovjet-Unie had gesloten voor graanleveranties. Voor de Argentijnse graansector was het een gouden deal.

Een jaar later trad Zorreguieta, samen met minister van Economische Zaken Martínez de Hoz en generaal Videla, af. Pas in 1984, stelt Zorreguieta in zijn weerwoord, raakte hij op de hoogte van de verschrikkingen die tijdens zijn regeringsdeelname hadden plaatsgevonden. Hij doelt ongetwijfeld op de publicatie van het onderzoeksrapport Nunca más (Nooit Meer) dat was opgesteld op verzoek van president Alfonsín die eind 1983 aantrad. Hierin werden voor het eerst de schokkende feiten onthuld en pas toen vielen voor veel Argentijnen de schellen van de ogen.

De studie van Baud brengt voldoende inzicht in Zorreguieta's deelname in het militaire regime om zijn afwezigheid bij het huwelijk te billijken. Toch had het niet misstaan als hij het Argentijnse beeld verder had uitgewerkt. Ten eerste maakt Baud niet duidelijk waarom de militairen zo rabiaat tekeer gingen en evenmin waarom de oligarchie hen zo van harte steunde. Het zat dieper dan de directe aanleiding tot de staatsgreep, de chaos onder het bewind van Isabel Perón. Het ging om de definitieve afrekening met het peronisme, nadat dit onder voorafgaande civiele en militaire regeringen niet was gelukt. Uitleg over het peronisme, de politieke en de economische aspecten, was op zijn plaats geweest. Met zijn mystiek van persoonsverheerlijking verscheurde het peronisme Argentinië al een kwart eeuw. De beweging was intern tot op het bot gespleten in elkaar gewapenderhand bestrijdende groeperingen, met als uitersten de mafiose vakbondsmacht en de Montoneros, de guerrillagroep die was voortgekomen uit de geradicaliseerde jeugdbeweging.

De economische structuur van Argentinië was doordesemd van het peronisme: de macht van de vakbeweging die de sociale zekerheid beheerde, de nauwe banden met de staatsbedrijven, de nadruk op een nationale industrie ten koste van de agrarische sector, het beleid van import-substitutie, de afscherming van de binnenlandse markt tegen buitenlandse invloeden. Dit alles had geleid tot een steeds verder afglijden van de Argentijnse economie.

De tweede tekortkoming hangt hiermee samen. Baud noemt het economische beleid van het militaire regime, belichaamd door minister van Economische Zaken Martínez de Hoz (de politieke baas van Zorreguieta), consequent neoliberaal. Los van de vraag wat met `neo' bedoeld wordt (Argentinië heeft nooit een liberaal beleid gekend), is deze in Zuid-Amerika gangbare woordkeuze niet verhelderend. Het maakt niet duidelijk dat het doel van het beleid was om de genationaliseerde vakbondsstaat van het peronisme te ontmantelen. De agrarische oligarchie, die zich politiek vernederd en economisch achtergesteld voelde, was hiervan de grootste voorstander.

Het economische moderniseringsplan van Martínez de Hoz was verdedigbaar. Een aantal maatregelen – begrotingsdiscipline, privatisering, marktopening – zouden door het kabinet-Kok moeiteloos onderschreven kunnen worden. De cynische ontknoping van het militaire regime is dat het economische project van Martínez de Hoz volslagen is mislukt. Dat had te maken met de bestuurlijke incompetentie van de militairen en hun schaamteloze wapenaankopen. Maar ook met de onmogelijke combinatie van politieke dictatuur en economische liberalisering. Bauds stelling, dat het neoliberale beleid slechts opgelegd kon worden onder de paraplu van repressie, is niet bewezen en kan ook omgedraaid worden. Opmerkelijk genoeg hebben in Argentinië na 1983 burgerregeringen, zónder de represssie en opschorting van de democratische rechten, verdergaande hervormingsprogramma's uitgevoerd. Op het ogenblik doet minister van Economische zaken Domingo Cavallo niet anders om Argentinië uit zijn huidige economische crisis te trekken.

Nederland

Zowel in de inleiding als in de conclusie trekt Baud een vergelijking met Nederland en de verwerking van de Tweede Wereldoorlog. Deze vloeit voort uit de aanleiding voor het onderzoek: de vraag of het kabinet de verantwoordelijkheid zou kunnen nemen om Zorreguieta op het balkon te laten verschijnen. Maar dit Nederlandse referentiekader blijft ongelukkig. Zoals Baud zelf opmerkt, zijn in Argentinië goed-fout schema's niet gangbaar. Er bestaan nog steeds diametraal tegenovergestelde interpretaties van de `vuile oorlog'. Het gevaar ligt op de loer dat wij in Nederland ons herkennen in het woord `fout', zonder ons rekenschap te geven van de gelaagde complexiteit van het Argentijnse verleden. Uit het weerwoord van Zorreguieta blijkt ook dat hij dit absoluut niet kan bevatten.

Argentinië heeft een weerzinwekkende periode achter de rug, de militaire dictatuur was de grootste tragedie uit zijn geschiedenis. Zorreguieta was daarbij vijf jaar lang als burgerfunctionaris betrokken op twee belangrijke posten op het departement van landbouw. Met zijn afwezigheid bij het koninklijke huwelijk van zijn dochter, is de zaak-Z politiek gedemonteerd. Bij alle euforie noopt de slotzin van Baud tot zelfreflectie: `Het is belangrijk dat Nederland begrip toont en respect heeft voor de complexe strijd van de Argentijnse bevolking om in het reine te komen met het verleden.'

Het Zaterdags Bijvoegsel bevat morgen een vraaggesprek met Michiel Baud.

    • Roel Janssen