Echte seks is altijd beter dan cyberseks

Vlak voordat Elvis stierf, las hij een passage uit een roman. `Ik ga even wat lezen,' zei hij tegen de vrouw die bij hem in bed lag (niet Priscilla). Midden in de nacht voelde hij zich niet lekker en begaf zich naar de badkamer. Toen Elvis daar dood werd aangetroffen, ging het verhaal rond dat naast zijn lichaam een boek lag, dat ging over het gemummificeerde lichaam van Christus in het Vaticaan. De nacht dat Elvis stierf, las hij Another Roadside Attraction van Tom Robbins.

Tom Robbins, cultheld en goeroe voor hippies en andere idealisten, is een springlevende mythe. Zijn oeuvre, dat bestaat uit zeven romans, met wonderlijke titels als Still Life with Woodpecker, Half Asleep in Frog Pajamas en Skinny Legs and All, is wel eens omschreven als `post-punk Zen', waarmee bedoeld wordt dat het wild en dwars is, maar doordrongen van een ideaal: zen, oftewel: relax!

Another Roadside Attraction (1971), Robbins' debuut, werd geprezen om zijn virtuoze taalgebruik, maar ook gekritiseerd om zijn antiburgerlijke moraal en zijn onverhulde bloemetjesoptimisme: vrouwen en mannen, blanken en zwarten, homo, hetero of bi vallen elkaar pagina na pagina gelukzalig onder invloed vrijend in de armen. De pers stortte zich na het opmerkelijke debuut op wat mogelijk een nieuwe Salinger was, maar de schrijver gaf geen thuis voor commentaar. In zijn tweede boek, het in de jaren negentig verfilmde Even Cowgirls Get the Blues, creëerde de schrijver Sissy Hankshaw, een eigenzinnige vrouw met reusachtige duimen. Wat doet een sexy vrouw met King Kong-duimen? Zij maakt van een handicap haar hobby, en lift van kust naar kust.

Er rezen vermoedens dat achter Tom Robbins een vrouw schuilging. De sterke, zelfbewuste vrouwen in zijn werk wezen in die richting. Robbins heeft het vraagteken rondom zijn identiteit zo lang mogelijk in stand proberen te houden. Maar een mysterie zuigt aandacht en de pers organiseerde een jacht op de succesvolle schrijver. `I'm not an animal, I'm a zoo', merkte Robbins daarover later op. Autobiografische informatie, zo gaf hij te kennen, zit een goede leeservaring in de weg.

Het alleen voor de pers bestemde recensie-exemplaar van Robbins' nieuwste roman, Fierce Invalids Home From Hot Climates, toont een portret van de auteur. Gekleed in een jongensachtig T-shirt en een flodderig jasje poseert de schrijver in een nachtclub; op de achtergrond is een zwarte jazztrompettist te zien. Robbins steekt zijn handen in de lucht, alsof hij zegt: `Voilà! Hier ben ik!' Maar een deel van zijn uiterlijk verbergt de schrijver: zijn ogen. Hier staat een onvermoeibare volbloed hippie, een man van 64 met een zwarte zonnebril op, die zich nog altijd voelt en kleedt als een tiener. Inmiddels heeft Robbins ook diverse interviews gegeven. Daarin weet hij met geestige formuleringen enkele onduidelijkheden over zijn vermeende wilde seks, drugs en rock 'n' roll-leven zorgvuldig in stand te houden.

Opvallend aan de roman is ook de keuze voor een mannelijke hoofdfiguur, iets dat Robbins nog niet eerder deed. Switters, een CIA-agent en tevens een prominent lid van het C.R.A.F.T., een select gezelschap dat met elkaar Finnegans Wake leest en analyseert, is met zijn koffertje van krokodillenleer en de papagaai Old Sailor op pad. De papegaai behoort toe aan Maestra, de vrouw die hem verboden heeft om haar `oma' te noemen. Op haar verzoek moet hij de oude vogel, die jaren bij Maestra in een piramidevormige kooi woonde, zijn vrijheid teruggeven. Een simpele opdracht, ware het niet dat Switters tijdens zijn reis naar het Amazonewoud verwikkeld raakt in een bizarre ontmoeting met een sjamaan met een piramidevormig hoofd, die hij `End of Time' noemt. Switters' dialogen met anderen zitten vol grappen en woordvondsten. Dat komt omdat hij van zijn Maestra een `festive manner of speaking' heeft overgenomen. Hij lacht veel, maar laat nooit zijn tanden zien, omdat hij een slecht gebit heeft. Hij heeft slechts elf tanden over, `a dental Stonehenge'.

Hoewel Robbins eigentijdse thema's aansnijdt, zoals cyberspace en New Age, druipt de hippienostalgie van de pagina's af. Er wordt gemaild in de roman, maar daar wordt onmiddellijk bij vermeld dat email een gevaarlijke illusionaire gril is, die het slechte in de mens naar boven kan halen. Mail wordt stiekem door anderen gelezen en gebruikt voor blackmail. Echte seks is altijd beter dan cyberseks, voegt Switters hier nog aan toe.

Dat Robbins een hippie is, wil niet zeggen dat hij ouderwets proza aflevert. Integendeel, het is bij vlagen hyperreflexief en postmodern. Al na enkele pagina's attendeert hij de lezer op de tussenkopjes en vraagt hij zich af of ze niet verwarrend zijn, omdat ze binnen het bestek van vier pagina's drie jaar hebben overbrugd en van Peru, naar Syrië en het Vaticaan zijn gereisd. Robbins gaat associatief te werk, dat wil zeggen: zijn personage Switters associeert alles met seks. Wanneer hij een mot op ziet beuken tegen een lamp, vergelijkt hij die met een vlinder, wiens zwarte `gepoederde' vleugels lijken op `het gezicht van een oude actrice'. Het verschil tussen een vlinder en een mot is hun sex-appeal. `Suddenly Switters touched his throat and moaned. He moaned because it occured to him how much the moth resembled a clitoris with wings.'

De beschrijving van het vlieggevecht van de mot is even schitterend als banaal. Robbins' proza staat stijf van het testosteron; als de hoofdpersoon geen sigaar rookt, dan wordt er wel geslikt, gespoten, gesnoven, `bloody many' Bloody Mary's gedronken, of naar de meisjes gekeken. Ook Robbins zelf presenteert zich als een liefhebber van vrouwen. In zijn nawoord bedankt hij `numerous other women (lucky dog!)', onder andere zijn yogalerares, zijn `anatomical researcher' en zijn `French connection'.

Toch stoort het overdonderende machismo niet. Het adagium voor de lezer is dat van Switters en de papegaai: enjoy, relax en neem me niet al te serieus. Dankzij de wilde, hilarische en cartooneske grappen, spat het schrijfplezier van de bladzijden af. Bovendien zijn er sterke geestige vrouwen, zoals Maestra en Suzy, die tegenwicht bieden. Dat Nabokov een van Robbins' leermeesters is, blijkt uit zijn meesterlijke beschrijving van de obsessieve liefde van de 36-jarige Switters voor de 16-jarige Suzy. Geestig is de erotische ping-pongscène in het boek, met reminiscenties aan de eerste verfilming van Lolita, waarin Peter Sellers een partijtje ping pong met zichzelf speelt. Voor wie de muzikale en literaire smaak van Robbins deelt, zit F.I.H.F.H.C. overigens vol van dergelijke taalgrapjes en literaire verwijzingen. Het wemelt van de mensen met Beatleske kapsels, Jerry Garcia stropdassen, mensen met de Watchtower op zak, en zij die al jaren pogingen doen om de eerste zin van Finnegans Wake definitief te doorgronden.

Robbins' proza is vitaal, maar kent geen moment rust. Soms maakt dat zijn werk vermoeiend. Robbins vertoont enige verwantschap met het werk van de Britse `enfant terrible' van de literatuur, Will Self. Daar waar diens overspannen lollige proza op den duur echter volslagen onleesbaar en eendimensionaal wordt, blijft Robbins verrassen met zijn snelle opeenvolging van bizarre plotwendingen.

De Elvis-mythe rondom Tom Robbins werd onlangs ontkracht. In een `definitieve' biografie van de popster werd onthuld dat het opengeslagen boek dat naast de dode Elvis lag, ging over seksuele standjes in relatie tot de astrologie. Robbins gaf grinnikend te kennen zich enigszins opgelucht te voelen. 'Ik hoef mij niet langer schuldig te voelen over het feit dat ik Elvis misschien heb gedood.' Maar Robbins' schare van bijzondere fans wordt er niet minder om. Al eerder had Sonny Barger, de voormalige president van Californische Hell's Angels, met een exemplaar van Another Road Side Attraction gezwaaid. `Lees dit, het favoriete boek van de Hells' Angels!' Robbins voelde zich vereerd. `Ik heb Elvis en de Hell's Angels aan mijn zijde. Who cares about The New York Review of Books.'

Tom Robbins: Fierce Invalids Home From Hot Climates. No Exit Press, 418 blz. ƒ27,95