De schuwe schaker

Carl Haffners liefde voor remise is een schaakroman en het portret van een extreem terughoudende man. Carl Haffner wil niemand tot last zijn. Hij heeft honger en in de schaakcafés biedt men hem hapjes aan, maar Haffner slaat ze af. Op de zak van anderen teren, zou een schande zijn.

Wonderbaarlijk dat zo'n bescheiden figuur toch grootse prestaties verricht. In het jaar 1910 neemt Carl Haffner het op tegen Emanuel Lasker, wereldkampioen en op elk gebied anders dan zijn opponent. Terwijl Lasker graag in de schijnwerpers staat, sluipt Haffner na een match het liefst weg. Terwijl Lasker uitblinkt in de aanval, is Haffners specialiteit de verdediging. Ja, steeds speelt Carl Haffner op zeker. Behalve in de laatste partij. Nog één remise en hij heeft de wereldtitel op zak. Maar Carl verspeelt zijn kansen. Waarom? Omdat hij de kampioen niet wenst te schofferen? Omdat hij de voorkeur geeft aan zijn vertrouwde leventje in de obscuriteit? De auteur geeft geen eenduidig antwoord. Tenzij we Haffners familiegeschiedenis als antwoord beschouwen. Nederige afkomst, nederig heden, zoiets.

Treurige individuen zijn het uit wie Carl is ontsproten, erg Weens ook: toneelschrijvers en actrices, koffiehuismuzikanten en wc-juffrouwen. Voorouders die in de grote stad het geluk zochten en ouders die er het ongeluk vonden. Fatalistische types, verdrinkend in melancholie.

Waarom juist Wenen zo'n goede voedingsbodem voor het fatalisme was, daarover zwijgt de jonge Oostenrijker Thomas Glavinic. Waarom juist Wenen zoveel toneelschrijvers, actrices en pianoleraressen, kortom zo waanzinnig veel baanbrekende en mislukte kunstenaars voortbracht, daarover zwijgt Glavinic eveneens.

Een historische analyse van het onrustige fin de siècle ontbreekt en de Eerste Wereldoorlog waarop het boek uitloopt, is eerder een sfeervol decor dan een kritische conclusie. Maar Glavinic' technieken zijn wèl aan de historici ontleend. Kranten worden geciteerd en jaartallen genoemd en Emanuel Lasker heeft echt bestaan. Hij was inderdaad wereldkampioen. Ook de levensloop van Carl Haffner, die in 1918 aan ondervoeding stierf, is niet uit de duim gezogen. Alleen heette de man in werkelijkheid Karl Schlechter.

Was deze in 1874 geboren grootmeester net zo'n schuwe vogel als Haffner? En net zo on-erotisch? Er is een dame die de schaker wel mag, maar Carl vindt Anna Feiertanz een maatje te feministisch. In schril contrast met zijn halfzuster Lina: Zodra zij in haar huisjapon als een schaduw door de vertrekken zweefde, waren al haar gebaren als een zachte verontschuldiging voor haar bestaan. Ze maakte zich volledig ondergeschikt aan het welbevinden van anderen.

Twee soorten mensen bevolken Glavinic' roman. Één: de vrijmoedige, ambitieuze en kosmopolitische soort, vertegenwoordigd door de joden Anna en Lasker. Twee: de ingetogen, van succes afziende en in de Heimat gewortelde soort, vertegenwoordigd door de niet-joodse Lina en Carl. Natuurlijk verdoezelt Glavinic zijn schema. Hij gaat geraffineerder te werk dan Stefan Zweig, die slechts twee in plaats van vier personages in de strijd gooide en die zijn morele oordeel luider verkondigde. In Zweigs Schachnovelle, uit 1941, is de verliezer van de partij (eveneens een verfijnde Oostenrijker) de morele winnaar, en de winnaar (een primitieve Serviër) de verliezer: humanisme versus barbarij, de oude Europese beschaving versus de nieuwe barbarij van de nazi's.

Glavinic verbergt zijn partijdigheid in een behoedzame stijl. Een stijl à la de verschijning van Lina, lyrisch vergelen met `een zachte, eenvoudige melodie'. Een stijl à la het schaakspel van Haffner: slim op veilig spelend. Aan een schaakbord, lezen we, zitten twee verschillende stijlopvattingen tegenover elkaar, twee systemen, twee filosofieën. Na de openingszetten kiest de meester een strategie. Glavinic' strategie om zijn filosofie uiteen te zetten is er een van verhulling. Die juist daardoor onthult waar meester Thomas voor staat: voor harmonie en berusting, voor innigheid, zelfopoffering en kleinburgerlijk geluk. Voor het Nieuwe Biedermeier - een reactionaire reactie op de hedendaagse assertiviteit.

Thomas Glavinic: Carl Haffners liefde voor remise. Uit het Duits vertaald door Gerrit Bussink. Atlas, 189 blz. ƒ39,90

    • Anneriek de Jong