Bekommerd om het vee

Het aantal kerkbezoekers is de laatste weken ,,buitengewoon groot'', zegt pastoor J. Keulers van de Sint Gerlachusparochie in het Limburgse Houthem. Vooral veel verontruste boeren komen naar zijn van 1725 daterende godshuis. De heilige Gerlachus geldt bij rooms-katholieken al eeuwenlang als een beschermer van het vee.

De boeren die komen bidden in de Houthemse kerk, hopen niet alleen dat hun vee gevrijwaard blijft van mond- en klauwzeer, ze komen ook zakjes gewijd zand ophalen dat ze in hun stallen uitstrooien. Het gele mergelzand komt uit de grote graftombe van St. Gerlachus, middenin de voormalige kloosterkerk die is gebouwd in de sobere stijl van de late barok.

Pastoor Keulers wijst op de schepjes. ,,Ze kunnen zichzelf bedienen. Het zand is een tastbaar teken van bescherming, echt iets oer-katholieks.'' De voorraad zand is inmiddels fors geslonken. Elk half jaar moeten er ,,twintig tot dertig volle kruiwagens'' worden bijgevuld. De grond wordt iedere dinsdag door de pastoor gezegend.

Deze ochtend komt niemand zand halen, maar uit het `boek van intenties', achterin de kerk, blijkt dat het nog maar kort geleden heel druk was. De familie Fuchs uit Illikhoven schrijft: ,,Spaar ons bedrijf voor MKZ'', nadat ze zandzakjes had gevuld. En veehouder G.J. pent neer: ,,Hopelijk blijven wij op ons bedrijf en ook in onze naaste omgeving verstoken van de MKZ-ziekte.''

De pastoor vertelt ook iets gelezen te hebben van ,,vertwijfelde mensen''. ,,Die schreven iets van: `gvd God, ben je er nou nog of ben je er helemaal niet'?''

Keulers herinnert zich een boerin uit het noorden, die in 1984 ,,handenvol zandzakjes'' mee naar huis sleepte. ,,Later liet ze me weten dat toen in haar dorp destijds mond- en klauwzeer uitbrak, álle bedrijven in haar buurt moesten worden geruimd. Zij werd niet getroffen. In de jaren daarna hebben we haar nog geregeld zand moeten sturen.''

De graftombe van Gerlachus staat precies op de plaats waar de Limburgse heilige in de twaalfde eeuw zou hebben gewoond. Gerlachus was van (lage) ridderlijke afkomst en hij leefde er aanvankelijk maar op los. Hij stoorde zich aan god noch gebod en hij deed mee aan de door de kerk verfoeide bloedige (vecht)toernooien. Toen hij op zekere dag hoorde dat zijn jonge vrouw onverwachts was overleden, bekeerde hij zich en ging hij in Rome bij de paus te biecht. Als penitentie moest hij een pelgrimstocht naar Jeruzalem maken. Hij bood zijn diensten aldaar aan een ziekenhuis aan. Vol overgave bekommerde Gerlachus zich over het vee van het hospitaal.

Na zeven jaar keerde hij terug in Limburg. Gerlachus begon een leven als kluizenaar. Hij huisde in een holle eik. Pastoor Keulers: ,,Hij was geen geletterde gelovige, hij kende geen Latijn. Gerlachus ging vaak naar Maastricht om daar de heilige Servaes te aanbidden. `Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons', prevelde hij dan, en hij voegde daar een onzevader en het weesgegroet aan toe. Hij was een voorbeeld voor de gewone gelovigen die in die tijd door de kerkelijke elite aan hun lot werden overgelaten.''

In 1201 werd in Houthem een klooster gesticht dat naar de heilige Gerlachus werd vernoemd. Keulers: ,,De toestroom van pelgrims was groot. Die mensen hadden altijd dieren bij zich. Als er een ziekte aankwam en het werd levensbedreigend, dan riepen ze Gerlachus speciaal aan. Ze herinnerden zich immers dat hij ooit heel goed was geweest voor het vee in Jeruzalem. Zo is hij beschermheilige geworden.''

    • Guido de Vries