Vlekkie

Zij en ik zijn buurtgenoten. Op straat wisselen we groeten, soms een praatje over het weer. Nooit komen we bij elkaar binnen. De voordeur is een onverbiddelijke grens tussen openbaar en privé. Zij is altijd alleen.

Tot vorig jaar. Toen liep ze opeens met een hondje.

,,Gôh'', zei ik, ,,Hoe lang heb je dat al?''

,,Vlekkie'', antwoordde ze, ,,uit 't asiel.'' Ze waren onafscheidelijk.

Tot vorige week. Toen liep ze weer alleen. Ze leek jaren ouder.

,,Weet je het dan niet? Vlekkie is dood.'' Midden op straat begon ze te huilen. Ik sloeg mijn arm om haar heen. Mijn voordeur ging op een kiertje open.

Een uur geleden kwam ik haar opnieuw tegen. Met een hondje. Sprekend Vlekkie. Maar ik twijfelde en pakte het diplomatiek aan.

,,Gôh, leuk hondje. Hoe heet het?''

,,Vlekkie toch!'' antwoordde ze en ze keek mij aan alsof ik gek was. Met een klap zat mijn voordeur weer dicht.

    • Monica Metz