Trein

Niets gaat er boven de trein.

Ik spreek uit ervaring, want mijn halve beroepsleven reed ik auto. Een vervelende bezigheid: staren op de weg, ergernissen over rijdende malloten, files. In de trein kun je lezen, luisteren, werken en uitrusten, tenzij er te veel gsm-junks om je heen zitten.

Niets gaat er dus boven de trein. Als hij rijdt. Dat doet hij, zoals bekend, de laatste jaren steeds trager, maar toch bleef ik de trein verdedigen tegen zijn felste belagers: de mensen met een slecht geweten, te weten de automobilisten. Zij hoonden de trein, maar ze moesten toegeven dat hun files de laatste jaren steeds langer werden.

Nu krijgt de Nederlandse trein de zwaarste aanval uit zijn bestaan te verduren. Het is geen aanval van buiten, maar van binnen. De machinisten en de conducteurs laten de trein barsten. Zij die van de trein leven, springen eraf. Zij verraden daarmee hun bedrijf en hun passagiers.

Niemand begrijpt nog waar het personeel zich druk over maakt. De bonden proberen het conflict met NS steeds ingewikkelder te maken, maar de kern blijft die beruchte onwil om `een rondje om de kerk' te rijden. De maatschappij reageerde daar begrijpelijkerwijs stomverbaasd op. Rondjes om de kerk – die rijden we toch elke dag allemaal? Nou ja, misschien de priester en de dominee niet – die rijden ze in de kerk.

Elke dag zat ik te wachten op een bevredigende uitleg van een van die vreselijke vakbondshoofden met hun nog vreselijker vakbondsaccent. Vankan, Van den Berg, en hoe ze mogen heten. Automobilisten zijn het volgens mij – ik zie het aan hun agressie. Waarom was er opeens niets ergers dan dat rondje? Op een avond in een praatprogramma op tv kwam het hoge woord er uit: het was de veiligheid. Als je steeds op dezelfde lijn werkte, kon je worden herkend en bedreigd.

De vakbondsbestuurder keek voldaan in de camera. Wie kon er tegen veiligheid zijn? En hij voegde er in zijn overmoed aan toe dat nu al veel conducteurs en machinisten 's avonds worden opgewacht, gevolgd en mishandeld op weg naar hun huis. Hoeveel? Twee, tweehonderd, tweeduizend? De interviewer vroeg het helaas niet, want ik had de vakbondsbestuurder graag verder horen liegen.

De daaropvolgende dagen keek ik uit naar verdere onthullingen over treinpersoneel dat na werktijd gemolesteerd en gemarteld wordt. Maar niets. Alleen maar steeds hetzelfde irrelevante gezeur over saaie ritjes.

De situatie is nu deze: omdat de ene vakbond (FNV Bondgenoten) donderdag en vrijdag staakt, voelt de andere vakbond (VVMC) zich verplicht volgende week te staken. Er is een concurrentiestrijd uitgebroken tussen twee bonden: wie durft het langst te staken?

Van één van die bonden – FNV – ben ik al meer dan dertig jaar lid. Ik denk dat ik in die hoedanigheid ook maar een poosje ga staken.

    • Frits Abrahams