Taalruzie met België

De Nederlandse ambassadeur in Brussel, Antoine van Dongen, voelt zich ,,bezeerd''. En de Vlaamse minister-president, Patrick Dewael, is op zijn beurt weer ,,ontstemd''.

Tussen Vlaanderen en Nederland is een heus diplomatiek relletje ontstaan. Aanleiding? Een brief van Dewael aan de ambassades in Brussel, waarin de Vlaamse minister-president vraagt Vlaamse burgers in hun ambassades in het Nederlands te ontvangen. In de brief van 13 maart staat dat ,,een minimale erkenning van en hoffelijkheid tegenover het Nederlands erin bestaan dat een gepaste vermelding in het telefoonboek en een degelijk onthaal in het Nederlands voorhanden zijn.'' Dewael wijst erop dat veel ambassades op geen enkele wijze in het Nederlands kunnen communiceren. Van Dongen schreef terug zich ,,enigszins bezeerd'' te voelen door de brief.

,,Zij gaat immers uit van een zeker gebrek aan hoffelijkheid. Gelet juist op de taalverwantschap tussen Vlaanderen en Nederland kan die veronderstelling ten aanzien van mijn Ambassade nauwelijks doel treffen.''

De Nederlandse ambassadeur vroeg in zijn brief bovendien of Dewael ,,niet een intern Belgisch probleem, wellicht zelfs Vlaams probleem in het midden heeft gelegd van een kring waar het niet thuis hoort''. Volgens Van Dongen voelt ,,het corps diplomatique zich nu tot partij gemaakt in een tegenstelling waarbij het geen partij wil, noch kan zijn.'' Om er nog aan toe te voegen: ,,Bijgevolg lijkt een bepaald beeld van Vlaanderen te zijn opgeroepen dat in de ogen van vele mijner collega's geen voordeel oplevert. Dit alles zeg ik U met alle respect en vanuit de beoefening van oprecht nabuurschap.''

Dewael reageerde met een boze brief en ook nodigde hij Van Dongen uit voor een gesprek want ,,ik kan uw houding en uw schrijven niet aanvaarden''. Volgens Dewael ontmoette hij bij andere ambassadeurs ,,begrip'' voor zijn verzoek. Officieel op het matje roepen kan Dewael de Nederlandse ambassadeur niet, want Van Dongen is als diplomaat geaccrediteerd bij de federale regering. Dewael onderstreept dat het Nederlands een officiële EU-taal is. Hij meende daarom te kunnen rekenen op zijn ,,taalbroeders'' om de gemeenschappelijke taal ,,in een Europese context in stand te houden''. Dewael onderstreept dat zijn verzoek aan de ambassades volgt na een motie in het Vlaamse Parlement. Hij wijst er verder op dat de `Maximazaak' toch duidelijk maakt dat Nederlanders het appreciëren in het Nederlands te worden toegesproken. De Vlaamse minister-president stuurde afschriften van zijn reactie aan Van Dongen aan de Belgische en Nederlandse regering en het Vlaams Parlement. Bij de Vlaamse regering zou ongenoegen zijn ontstaan over het feit Van Dongens brief onder ambassadeurs in Brussel circuleerde.

    • Hans Buddingh'