Palestijnen weten wat ze willen - maar hoe?

Temidden van escalerend geweld vragen Palestijnse intellectuelen zich af of geweld wel het juiste middel is om hun onafhankelijke staat te realiseren.

Het geweld in Israël en de Palestijnse gebieden blijft escaleren, maar in de Palestijnse publieke opinie wordt de roep om een koerswijziging geleidelijk luider. Niet dat er onenigheid is over het doel van de nu zes maanden durende tweede intifadah: dat is de directe en onverkorte terugtrekking door Israël uit de bezette gebieden zodat daar, in de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem, een onafhankelijke Palestijnse staat kan komen. De onderliggende gedacht van de Oslo-vredesakkoorden was `land in ruil voor vrede', zeggen de Palestijnen, en zolang Israël ons geen land teruggeeft, geven wij Israël geen vrede.

De discussie gaat nu over de middelen waarop zo'n onafhankelijke staat het best gerealiseerd kan worden. Tot nu toe bestaat de hoofdmoot van het verzet uit het gooien van stenen naar de Israëlische soldaten die in bezet gebied zijn gelegerd, om zo de wereld eraan te herinneren dat de Palestijnen onder een bezetting leven. 's Nachts schieten ongeregelde Palestijnse milities op joodse nederzettingen in bezet gebied, om de kolonisten ertoe te bewegen te vertrekken. En moslim-fundamentalisten plegen zelfmoordaanslagen binnen Israël, naar eigen zeggen uit wraak voor de vele burgerslachtoffers die Israël maakt bij bombardementen en beschietingen en als gevolg van de afsluitingen binnen bezet gebied.

Maar na zes maanden van dit soort gewelddadig verzet slaat de balans negatief uit, zeggen steeds meer prominente Palestijnse intellectuelen en activisten. CNN, andere invloedrijke Westerse media en de Amerikaanse politiek concentreren zich op het Palestijnse geweld, in plaats van op de Israëlische bezetting. Een getraumatiseerd Israëlisch electoraat heeft de rechts-nationalistische Ariel Sharon tot premier gekozen, en door de Israëlische afsluitingen is de Palestijnse economie vrijwel verwoest. Al meer dan 400 Palestijnen zijn omgekomen bij de onlusten, veelal onder de achttien jaar oud.

Vorige week hielden daarom in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever 600 prominenten een grote bijeenkomst, waarin het Palestijnse Gezag werd opgeroepen tot vreedzaam verzet. Het was de eerste keer sinds het begin van de intifadah dat zoveel activisten en opinieleiders bijeen kwamen: behalve de moslim-fundamentalisten was het hele Palestijnse politieke spectrum vertegenwoordigd. Tegelijk begon een serie `intifadah-concerten' in Ramallah uit protest tegen de voortgaande direct en indirecte Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden, en marcheerde een drumband naar een checkpoint met hetzelfde doel. Toen het Israëlische leger de weg naar de universiteit van Bir Zeit nabij Ramallah blokkeerde, hielden de studenten een vreedzame zitstaking. Omdat niemand met stenen gooide en de camera's van televisieploegen draaiden, hadden de Israëlische soldaten geen neiging met geweld de demonstranten te verwijderen, en moesten ze machteloos toezien hoe achter de zittende studenten Palestijnse bulldozers de weg weer vrijmaakten. Het was de eerste daad van vreedzaam Palestijns verzet die resultaat boekte.

,,Niettemin zijn vreedzame zitstakingen en demonstraties riskant'', meent studentenactivist Hekmat al-Hammumi. ,,Ditmaal hadden we veel blanke uitwisselingsstudenten die meededen. Dan weet je dat de Israëliërs niet zullen schieten want dat levert hele slechte publiciteit op. Maar volgens ons is Israël erop uit de situatie in de bezette gebieden te laten escaleren, zodat het ons in een oorlog meezuigt waarvan het weet dat het die zal winnen.''

Abd al-Jawad, een academicus die al vorige herfst waarschuwde tegen militarisering van het conflict verklaart: ,,Een militaire confrontatie met Israël zullen de Palestijnen altijd verliezen. Dus die moeten we niet aangaan.'' Volgens Saleh Abd al-Jawwad moeten de Palestijnen juist hun troef uitspelen, namelijk dat ze het internationaal recht aan hun kant hebben, en dat de Israëlische bezetting volkenrechtelijk illegaal is. En die troef speel je volgens Abd al-Jawwad het best uit met vreedzaam verzet.

Maar Israëlische soldaten zijn niet de enige hindernis voor een vreedzame draai aan het verzet. De Palestijnse leider Arafat en zijn entourage zelf geven de voorkeur aan stenengooien en schietpartijen. Die kan hij eenvoudiger in de hand houden. ,,Arafat is doodsbenauwd voor massale Palestijnse demonstraties'', zegt een Westerse diplomaat in Ramallah. ,,Het is maar een kleine stap van een demonstratie tegen de Israëlische bezetting naar een demonstratie voor democratische hervormingen binnen het Palestijnse gezag.'' Volgens redelijk betrouwbare opiniepeilingen van de Bir Zeit universiteit steunt op dit moment nog maar 28 procent van de Palestijnen hun leider. Vandaar dat Arafat lokale verkiezingen al acht jaar traineert en dat hij die voor het Palestijnse parlement twee jaar na het verstrijken van het mandaat voor zich uitschuift. Over directe verkiezing van hun leider zelf hebben de Palestijnen het niet eens meer.

Mustafa Barghuti zat vorige week de bijeenkomst in Ramallah voor. Hij geeft toe dat de roep om een koerswijziging vooralsnog weinig tastbare steun vindt bij doorsnee Palestijnen. ,,Er is een stille meerderheid die wel degelijk democratie, rechtszekerheid en geweldloos verzet voorstaat'', meent Barghuti. Hij put voorzichtige hoop uit de afkalving van het Palestijns bestuur als gevolg van de Israëlische afsluitingen. ,,Hoe groter het vacuüm dat het bestuur laat vallen, hoe meer ruimte voor Non Gouvernementele Organisaties en mensenrechtenactivisten.'' Maar ook hoe meer ruimte voor moslim-fundamentalistische bewegingen als Hamas, geeft Barghuti toe. ,,Daarom zijn onze activiteiten nu zo belangrijk. We moeten een democratisch alternatief blijven bieden. Een derde weg, tussen falende Palestijnse autoriteiten, en religieus extremisme.''

    • Joris Luyendijk