Olie geeft doorslag in Soedans oorlog

De jonge olierijkdom van de Soedanese regering speelt een doorslaggevende rol in de oorlog in het zuiden van het land. Het verzet is niet meer tegen het leger opgewassen.

,,En dat alles wegens de olie'', eindigt Steven Mangong zijn lijdensverhaal. Steven Mangong (55) woonde in een dorpje bij Bentiu, centrum van het oliewingebied in Zuid-Soedan. Het was nog donker toen twee maanden geleden de aanval begon. ,,Ik hoorde eerst schieten, toen het gebrom van tanks en daarna begonnen er bommen uit de lucht te vallen'', vertelt Mangong. Hij rende weg en zag nog net hoe zijn huis in vlammen opging. ,,We bleven in de omgeving in de hoop terug te kunnen keren. Dat deden we al eerder in de lange oorlog in ons land. Maar dit keer vertrokken de Arabische milities en de regeringssoldaten niet.''

Tientallen ontheemden in Rumbek, ongeveer 300 kilometer ten zuiden van de olievelden, vertellen eenzelfde verhaal: hun woongebied wordt ontvolkt door het Soedanese regeringsleger en geallieerde milities. De 25-jarige John Pok: ,,Eerst vielen de milities aan, gevolgd door het regeringsleger''', zegt hij. ,,Werkelijk, ik weet niet hoe we ontsnapten. Overal zoefden kogels. In paniek renden we alle kanten uit, we vielen,zochten dekking in kuilen en stonden weer op. Wij zuiderlingen vechten al heel lang met de Arabieren, maar zo'n overmacht, nee, daar kunnen we niet tegenop. Dit is een andere oorlog dan vroeger. Want ze vechten nu voor onze olie. De vijand valt niet meer te verslaan, met geweren kun je niet op tanks schieten.''

De achttien jaar oude oorlog van de zwarte zuiderlingen tegen overheersing door het gearabiseerde Noorden, heeft een keerpunt bereikt. Jarenlang streed het zuidelijke Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) tegen een zwak en gedemoraliseerd regeringsleger. Het SPLA veroverde vrijwel het gehele platteland en talrijke garnizoensplaatsjes van het zuiden, een gebied zo groot als Frankrijk. Aan die goede tijden voor de verzetsbeweging komt een einde. ,,Als de oliewinning doorgaat, dan zullen we straks uit al onze bevrijde gebieden verdreven worden'', waarschuwt een medewerker van het SPLA.

Buitenlandse oliemaatschappijen winnen dagelijks 200.000 vaten. Sinds de oliewinning in 1999 begon, verdient de Soedanese regering er jaarlijks 500 miljoen dollar aan. In de komende twee jaar zal de dubbele hoeveelheid olie worden omhooggepompt. De economie groeide door het krachtige olieinfuus vorig jaar een ongekende acht procent en voor het eerst in zijn moderne geschiedenis kent het land een handelsoverschot.

De defensiebegroting nam van 162 miljoen dollar in 1998 toe tot 327 miljoen vorig jaar. De soldaten kregen 80 procent loonsverhoging en allerlei modern militair materieel werd aangeschaft. Vooral de luchtmacht is versterkt, die nu precisiebombardementen kan uitvoeren. Vorig jaar hadden in Zuid-Soedan ten minste 152 luchtbombardementen plaats, vooral op burgerdoelen, twee keer zoveel als het jaar ervoor.

Westerse hulporganisaties noemen de strategie van de regeringstroepen in de oliegebieden `de tactiek van de verschroeide aarde'. Ten minste 130.000 bewoners van de olievelden zijn ontheemd geraakt. Hulporganisaties krijgen geen toestemming om hen in hun woongebied te helpen. Volgens Khartoum steunen de bewoners het SPLA en zijn ze daarom niet te vertrouwen in de buurt van de olie-installaties. Het SPLA heeft geen passend antwoord. Het blies een paar keer de 1.600 kilometer lange pijpleiding naar de noordelijke havenstad Port Sudan op, maar die was snel gerepareerd. De oliegebieden worden bewoond door het Nuervolk, terwijl het SPLA goeddeels bestaat uit Dinka's. ,,We kunnen het gebied nauwelijks meer in want de Nuers geven ons onvoldoende steun'', aldus een hoge SPLA-man.

De drie grootste volkeren van Zuid-Soedan – de Dinka, Nuer en Shiluk – kennen een lange geschiedenis van intertribale strijd. Sinds de oorlog in 1955 voor het eerst uitbrak, speelde Khartoum daar behendig op in. Het lokte prominente Nuer- en Shulukleiders naar Khartoum en zij leiden nu tribale milities verbonden aan de overheid. In Nuergebied vechten inmiddels zes Nuermilities aan regeringszijde. Slechts één, die van Peter Gatdet, neemt het op voor het SPLA. Maar hij ontvangt slechts beperkt wapens van SPLA-leider John Garang, want Garang (een Dinka) vertrouwt hem niet. Pogingen van Soedanese burger- en kerkelijke groepen ten spijt om de rivaliserende stammen te verzoenen, blijft een groot deel van de oorlog een strijd tussen de zuiderlingen onderling. Nooit eerder was het Zuid-Soedanese verzet zo verdeeld.

Garang ontleent zijn sterke positie binnen het SPLA aan zijn verdienste om uit vrijwel het gehele zuiden het regeringsleger te verdrijven. Daarop kan hij zich nu niet meer beroepen. ,,Sommige militanten vinden dat hij moet opstappen, want hij kan de nieuwe uitdaging in de oliegebieden niet aan'', zegt David Nok van de humanitaire vleugel van het SPLA in Rumbek. Volgens waarnemers kan het SPLA alleen een bedreiging vormen voor het versterkte regeringsleger in de olievelden door zich om te vormen van een conventionele strijdmacht in kleine en mobielere eenheden. Het SPLA is een centraal geleid leger met een klein groepje commandanten onder leiding van Garang aan de top. Decentralisatie betekent vermindering van de macht van Garang en zijn commandanten.

Wat het SPLA niet op het slagveld kan verwezenlijken, gaan Westerse actiegroepen nu met morele argumenten proberen. Een bonte coalitie van conservatieve kerkgroepen in Amerika, samen met mensenrechtenbewegingen, oefent druk op de Amerikaanse president Bush uit zich met de oorlog te gaan bemoeien. Het Britse Christian Aid bracht vorige maand een rapport uit waarin door regeringstroepen gepleegde misdaden uitgebreid staan gedocumenteerd. Westerse groepen gaan binnenkort op de barricades tegen de oliemaatschappijen. Met als voorbeeld de geslaagde acties rond de `bloeddiamanten' die de oorlog in Sierra Leone en Congo gaande houden, hopen zij de oliemaatschappijen te dwingen hun activiteit in Soedan op te schorten.

De oliemaatschappijen doen of de neus bloedt. Barry Nelson, woordvoerder van het Canadese Talisman, zei dat zijn oliebedrijf ,,nooit in staat is geweest om enig geval van ontvolking te bevestigen''. Aan de oliewinning nemen naast Talisman het Zweedse Lundin, de Chinese Nationale Petroleum Corporation, het Maleisische Petronas en het Oostenrijkse OMV deel. Het Nederlands-Britse Shell heeft een raffinaderij in Port Sudan gebouwd. West-Europese bedrijven leveren onderdelen. Alleen Amerikaanse bedrijven blijven erbuiten. Soedan staat op de Amerikaanse lijst van terroristische staten, en Amerikaanse bedrijven mogen niet in Soedan werken of investeren.