Inflatie aan de telefoon

Marktaandeel of winstmarges? Bedrijven in de telecomsector kozen er de laatste jaren voor om zich zoveel mogelijk van de nieuwe markt voor mobiel bellen en internetten toe te eigenen. Prijsstunts met internationaal telefoneren, mobiel bellen en internet hebben er voor gezorgd dat de prijzen van communicatie voor de Nederlandse consument de afgelopen twee jaar in totaal met bijna elf procent zijn gedaald. Dat heeft een gunstig effect gehad op de totale inflatie: die was er jaarlijks zo'n 0,1 procentpunt lager door.

Het drukkende effect op de inflatie was bescheiden, omdat uitgaven aan communicatie maar 1,9 procent wegen in het mandje van goederen en diensten dat de consument elke maand gemiddeld aanschaft. Die weging stamt uit 1995. Sindsdien zijn de uitgaven aan communicatie explosief gestegen. Half Nederland heeft een mobieltje, de meerderheid van de huishoudens een internetaansluiting. In het nieuwe mandje van de consumentenuitgaven, die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) volgend jaar met terugwerkende kracht doorvoert zal de weging van communicatie dan ook omhoog schieten naar zo'n drie procent.

Dat komt slecht uit. Niet alleen is de inflatie al hoog – morgen rapporteert het CBS over maart naar verwachting wederom ruim 4 procent. Er zijn ook tal van tekenen dat de telecomsector nu financieel zó krap zit, dat het prijzenfestival over is. Volgens de consumentenbond zijn vakantiegangers bij KPN en Libertel sinds maart tot 88 procent meer kwijt aan mobiel bellen naar het thuisfront en heeft Chello, de internet-dochter van UPC, zijn maandelijkse abonnementsprijs met tien procent verhoogd. Gratis toestellen bij pre-paid gebruik staan op de helling. Nu vrijwel iedereen in de sector financieel in de knel zit, zullen de meeste concurrenten prijsverhogingen van de marktleiders navolgen.

De gevolgen moeten niet worden onderschat. Bij een bescheiden prijsstijging van 5 procent per jaar voor communicatiediensten zal de inflatie straks volgens de nieuwe CBS-weging met 0,15 procentpunt extra omhoog worden geduwd. Bij een prijsverhoging van 10 procent wordt dat al 0,3 procentpunt.

Onverwacht komt dat niet: de enorme bedragen die Europese overheden de telecomsector vorig jaar hebben laten betalen voor hun derde-generatie telefonielicenties zijn destijds al bestempeld als een gecamoufleerde belastingheffing. Het geld zal ergens vandaan moeten komen. Beleggers in de sector hebben er al voor gebloed. Nu komt de consument aan de beurt.

    • Maarten Schinkel