Immigratie geen liefdadigheid

Nederland legt immigranten een zo grote afhankelijkheid op dat de verzorgingsstaat daaronder dreigt te bezwijken, meent Maarten Huygen. De nieuwe Vreemdelingenwet zal geen verbetering brengen.

Nederlandse politici moeten eerst bepalen wat ze willen met immigratie. Dan komen ze er wel achter dat ze niks hebben te willen. De grote toevloed van asielzoekers naar Nederland is onvermijdelijk. Dat vindt immigratie-jurist Thomas Spijkerboer (Opiniepagina, 30 maart). Er is volgens hem ,,geen uitweg denkbaar''. Daarmee schaart hij zich onder de technocraten die alles buiten de politiek willen plaatsen. Volgens hem kunnen we zelf niet bepalen hoeveel mensen hier jaarlijks op overheidskosten worden onthaald.

Maar waarom ontvangen de meeste andere Westerse landen dan veel minder asielzoekers dan Nederland? Is dat toeval? Is dat buiten toedoen van de politiek gebeurd? Hoe komt het dat in Denemarken slechts 30 procent van de asielzoekers geen documenten heeft, terwijl het in Nederland wel 80 procent is? Zweden, Finland, Noorwegen, Frankrijk, Italië, Ierland, Spanje, al deze landen vangen veel minder asielzoekers op dan het dichtbevolkte Nederland. Dat komt niet omdat Nederland niets te kiezen heeft maar omdat er niet gekozen wordt. De paarse coalitiepartners VVD en PvdA staan lijnrecht tegenover elkaar. Wat Spijkerboer `spierballenwetgeving' noemt, is zwalkend beleid. De PvdA geeft gas, terwijl de VVD op de rem trapt. Bij zoveel onenigheid mislukt ook de nieuwe Vreemdelingenwet.

Dankzij jarenlang zwalken is Nederland is een internationaal weeshuis geworden voor gesmokkelde kinderen die beter in eigen land hadden kunnen blijven. Geen enkel ander land vangt zoveel minderjarige asielzoekers op en de gastvrijheid zuigt steeds meer kinderen, of zich voor kind uitgevende volwassenen aan. Juist nu er een algemeen personeelstekort is, worden hulpverleners en onderwijzers aangetrokken voor geïmporteerde wezen of door ouders vooruitgezonden kinderen. Pas na jaren talmen overweegt de regering er iets aan te doen. Te laat.

Asielzoekers worden meestal afgewezen maar zelden uitgezet. Na afwijzing kon een asielzoeker zich altijd nog ziek melden en dan werd hij opgenomen op humanitaire gronden, een categorie die in geen enkel verdrag staat. Vele duizenden asielzoekers maakten gebruik van die regeling om mensen als Spijkerboer een goed gevoel over zichzelf te geven.

Als je immigranten niet opvangt, blijven ze illegaal hier, is het tegenargument. Toch telt Amsterdam ondanks alle opvang volgens wetenschappelijk onderbouwde schattingen ten minste 18.000 illegalen. Het helpt niet om iedereen die zich aan de grenzen aandient meteen een uitkering te geven. In een vrij land is het personenverkeer beperkt beheersbaar en illegalen horen daarbij.

Frankrijk, een land met een langere immigratietraditie dan Nederland, vangt veel minder asielzoekers op maar is ruimhartig met legaliseringen van illegalen die lang in het land hebben gewoond. Illegaliteit is een propedeuse voor immigranten die hun zelfstandigheid bewijzen in het nieuwe land. Werk intregreert het best. In Nederland bestaat de propedeuse voor de nieuwkomer uit een uitkering. De nieuwkomer van buiten Europa moet zich als slachtoffer voordoen, anders komt hij er niet in. Voor Nederland is immigratie een vorm van liefdadigheid. Wie zich ongelukkig voordoet, komt erin, een ambtelijke synode toetst de voorwaarden. Beweerdelijke asielzoekers worden jarenlang kafkaësk met een kleine uitkering en een arbeidsverbod aan het lijntje gehouden, terwijl de vlijtige illegaal Gümus het land uit is gegooid. Is Nederland humaner dan Frankrijk? Is Nederland humaner dan bijna al die andere landen die minder asielzoekers met uitkering en al ontvangen? Volgens Spijkerboer wel. Regimenten hulpverleners leven hier van het betaald laten onderduiken. Waren immigranten niet ziek bij binnenkomst, dan worden ze het wel na verblijf in centra. Asiel wordt een wereldwijde WAO-garantie.

In klassieke immigratielanden als Amerika is immigratie geen liefdadigheid maar een kans voor buitenlanders om zich in te zetten. Immigratie is een gewoon politiek onderwerp en jaarlijk stelt niet de lokale Spijkerboer maar de democratisch gekozen Amerikaanse president de quota voor legale immigratie vast na overleg met het Congres. Er is een deelquotum voor liefdadigheid opzij gezet, ook voor asielzoekers (minder dan in Nederland). Het Amerikaanse immigratiebeleid wordt niet bepaald door onbegrensde liefdadigheid, net zomin als de Nederlandse financiën worden beheerst door ontwikkelingssamenwerking. Nieuwkomers zijn geen patiënten en moeten zich afvragen wat ze voor hun nieuwe land gaan doen. De resultaten verschillen dramatisch. Terwijl in Amerika de meeste asielzoekers vrijwel meteen werken, is hier driekwart twee jaar na verkrijging van de A-status werkloos. Dat belooft wat voor de toekomst. De 12.500 Nederlandssprekende Molukkers en hun nakomelingen zijn na 50 jaar in dit land nog steeds niet helemaal thuis, bleek uit recent onderzoek. Ze zijn jaren apart gezet, zoals nu met asielzoekers gebeurt.

Is het rechtvaardig om alleen degenen te selecteren die rijk genoeg zijn om een smokkelaar kunnen betalen? Zijn de 22 miljoen vluchtelingen die meestal in hun eigen regio blijven en die het met een internationale fooi moeten doen, daar echt mee geholpen? Nederland betaalt tussen de vier en zeven miljard gewetensgeld per jaar aan de opvang, inburgering en uitkeringsverstrekking van werkloze, afgewezen en erkende asielzoekers. Kan de Nederlandse verzorgingsstaat die opgelegde afhankelijkheid van immigranten nog aan? De opvang slokt hulpverleners op en daar is nu juist een tekort aan. In opvangprovincie Groningen zijn te weinig huisartsen en nu moeten er gespecialiseerde asielartsen komen. Ten koste van welke andere patiënten? Personeelstekort is niet alleen een geldkwestie. Het gaat niet weg door erover te zwijgen en vast te houden aan de laat-maar-komen visie van Spijkerboer. Welke voorzieningen van de verzorgingsstaat wil hij eerst schrappen?

Maarten Huygen is redacteur van NRC Handelsblad en auteur van het boek `Amerikaanse toestanden; hoe het poldermodel verdwijnt'.

    • Maarten Huygen