Geen dag zonder dansen

Toeristen komen speciaal voor de tango naar Buenos Aires, waar ze danszaal na danszaal afgaan. Een rondreizend circus zonder eigen tent.

ONDANKS, OF MISSCHIEN WEL dankzij zijn kleine tanige gestalte valt hij direct op in de bomvolle danszaal. Wat ook opvalt, is dat het leeftijdsverschil met zijn rijzige en voluptueuze danspartner al gauw ruim zestig jaar zal bedragen. Klopt. ,,Ik ben negentig en dans al zeventig jaar de tango'', zegt oud-politieman en tangoleraar Carlito Albornoz tussen twee dansen door. En die jonge meid? ,,Ik heb mijn eigen stijl. Daarom willen ze allemaal met mij dansen. Er gaat geen dag, geen nacht voorbij dat ik niet een tango dans.''

In de bloedhete, overvolle milonga Niño Bien, één van de tientallen tangodanszalen in Buenos Aires, is mensen kijken een nog fascinerender bezigheid dan gewoonlijk. De nacht is al aangebroken, maar de dansers komen nog maar net op gang. Dertig jaar zal ongeveer de ondergrens zijn, verder lijkt het publiek uit een willekeurige winkelstraat te zijn geplukt. Plafondventilatoren draaien op volle toeren, op de tafeltjes staan flessen mineraalwater naast glazen wijn. Hevig transpirerend draaien tientallen paren, vaak in opperste concentratie, hun strakke rondjes over de houten vloer. De vrouwen in elegante, nauwsluitende jurken, de mannen wat informeler gekleed, veelal in het zwart, sommigen met de mobiele telefoon aan de broekriem.

Er wordt veel van partner gewisseld; een speciaal melodietje tussen de tango's door geeft het sein voor een changement. Als hanen stappen de mannen langs de tafels, die in een carré rond de dansvloer staan opgesteld, speurend naar een beschikbare en geschikte partner. Een enkeling bekijkt zichzelf ongegeneerd in een wandspiegel, herschikt een haarlok en loopt tevreden verder.

Toch is mooi niet de maat der dingen hier. Een man met een puntbuik die doet denken aan het eindstadium van een zwangerschap, noodt met succes de ene na de andere danspartner op de vloer. Kennelijk voldoet zijn stijl aan de twee kenmerken die Albornoz typerend acht voor deze sensuele dans met zijn dwingende muziek: passie en elegantie.

Sinds enkele jaren is de tango bezig aan een comeback in Argentinië. Begin vorige eeuw ontstaan – naar verluidt in bordelen waar zeelui de tango dansten in afwachting van hun beurt – kende de dans een bloeiperiode in de jaren dertig. Musici als Carlos Gardel en Astor Piazzolla maakten de tango wereldberoemd. Mede dankzij hen zijn deze dans en muziek even onlosmakelijk met Argentinië verbonden als pampa's en koeien. Toch verloor de tango in de afgelopen decennia gaandeweg aan populariteit. Ook nu nog is de dans onder Argentijnse jongeren zeker niet favoriet. De tango is eerder verworden tot een uiting van een subcultuur die allang niet meer tot het land van herkomst beperkt is. Vooral belangstelling uit landen als Duitsland, Nederland en, opvallend genoeg, Japan hebben het tangoleven in Buenos Aires een nieuwe impuls gegeven.

In de bohème wijk San Telmo bieden verschillende, vooral op toeristen gerichte restaurants een diner met tangoshow door professionele dansparen. Maar ook in Calle Florida, de Kalverstraat van Buenos Aires, kom je soms op een kruispunt een met cassettespeler uitgerust tangoduo tegen dat na afloop van een dans met de pet rondgaat. Uit de tientallen kleine cd-winkels in het centrum van de Argentijnse hoofdstad schallen voortdurend de opzwepende klanken van tango-sextetos. De kleine, maar uiterst actieve en lucratieve tango-industrie in Buenos Aires biedt verder onder meer danslessen, speciaal schoeisel, video's, muziekinstrumenten, twee tijdschriften en thematisch onderdak.

In haar tot `Tango guesthouse la casa de Lina' omgebouwde woning in San Telmo constateert Lina Acuña (45) met voldoening dat de zeven kamers die ze ter beschikking heeft, vaak zijn volgeboekt met een keur aan internationale gasten. Haar eigen slaapkamer wordt soms ook verhuurd, zelf trekt ze dan bij vrienden in. Op de patio van het pension kan worden gebarbecued, in een speciaal rek aan de muur worden de tangoschoenen opgehangen.

Acuña's gasten zijn vooral 's avonds en 's nachts actief, op de dansvloer van de milonga's. Elke avond een andere danszaal, vaak met dezelfde dansers: een soort rondreizend circus zonder eigen tent. Tegen het ochtendgloren komen ze weer terug naar het pension om dan een gat in de dag te slapen. En zo soms weken achter elkaar.

Onder de gasten zijn opvallend veel oudere, vaak alleenstaande vrouwen, die in het relatief veilige Buenos Aires genieten van de danscultuur waarin waardering en respect voor vrouwen moeiteloos naast elkaar bestaan. Het aantal gasten dat terugkomt is groot. ,,Tango is een virus'', weet Acuña inmiddels. ,,Je raakt ermee geïnfecteerd en dan laat het je niet meer los.''

    • Reinoud Roscam Abbing