Eerst komt voetbal, dan een tijd niks

Een tweede Maradona, god van het Argentijnse voetbal, zal er wel niet komen. Maar er is wel al een godenzoon. En het tennis komt op.

IN ARGENTINIË IS HET VOETBAL een soort vorm van religie. Argentijnen hebben niet zomaar een voorkeur voor een bepaalde club of speler; ze geloven erin. Compleet met aanbidding en verering. Diego Armando Maradona schonk Argentinië in 1986 in Mexico de wereldtitel voetbal. San Diego Armando Maradona werd door zijn volk heilig verklaard.

Een normaal leven heeft de gedrongen wereldster nooit gekend. Sinds hij kon lopen was al duidelijk dat hij uit zou gaan groeien tot een fenomenale voetballer die zijns gelijke niet kende. Nooit is hij in zijn jeugd tegengesproken of terechtgewezen. Waar Maradona ook ging of kwam, werd hij geadoreerd, verafgood. Zelf wist hij niet beter. Toen hij in 1986 in de kwartfinale van het wereldkampioenschap voetbal een doelpunt met zijn hand maakte, was zijn lezing na afloop veelzeggend. ,,Het was de hand van God'', sprak Maradona.

Na ruim twintig jaar zette Maradona in 1997 gedwongen een punt achter zijn opzienbarende loopbaan. Tijdens zijn carrière was hij al verslingerd geraakt aan het genotsmiddel cocaïne, maar het voetbal hield hem nog enigszins op het rechte pad. Maar naarmate het gestel ouder begon te worden, werd de geest zwakker. Sinds Maradona en de bal vier jaar geleden van elkaar werden gescheiden, is het nooit meer goed gekomen met de beste voetballer die Argentinië ooit heeft gekend. De magie was verbroken, maar een normaal mens zal Maradona nooit meer worden. Vorig jaar verbleef hij het grootste gedeelte van het jaar op Cuba om af te kicken en te herstellen van hartproblemen.

Toen er in Argentinië twee jaar geleden door de jury van het dagblad Clarín een sporter van de eeuw gekozen moest worden, speelde het sociale gedrag van de winnaar geen enkele rol. Bij de verkiezing liet Maradona sporthelden als de voetballer Alfredo di Stefano, Formule I-legende Juan Manuel Fangio, de tennissers Gabriela Sabatini en Guillermo Vilas en bokser Carlos Monzón ruim achter zich.

Een opvolger van Maradona zal er waarschijnlijk nooit meer komen. Maar het Argentijnse voetbal heeft zijn plek in de wereldtop de afgelopen jaren ook zonder hem weten te behouden. Op financieel gebied is het nationale voetbal weliswaar zo goed als volledig failliet – de totale schuldenlast van de twintig clubs uit de hoogste divisie bedraagt zo'n 800 miljoen gulden. Maar op sportief gebied is het voetbal in het Zuid-Amerikaanse land springlevend.

Boca Juniors (de club waar Maradona ooit speelde) mag zich zelfs sinds december kampioen van de wereld noemen. In Tokio versloeg Boca, winnaar van de Zuid-Amerikaanse Copa de Libertadores, het Spaanse Real Madrid, houder van de Europese Champions League, in de strijd om de wereldbeker. Naast Boca Juniors zijn in Argentinië River Plate, Estudiantes en Velez Sarsfield de grote clubs. Om te overleven zijn de clubs echter gedwongen om jaarlijks hun beste spelers te verkopen aan kapitaalkrachtigere clubs uit Europa.

Zo werd afgelopen week nog bekend dat Boca Juniors en het Spaanse FC Barcelona een akkoord bereikten over de transfer van de 22-jarige Juan Ramon Riquelme. Barcelona heeft een bedrag van ruim vijftig miljoen gulden over voor de zesvoudig international die in Argentinië ,,het grootste talent sinds Maradona'' wordt genoemd. In Europa is Riquelme nog vrij onbekend, maar in eigen land is hij al benoemd tot `godenzoon'.

Op het laatste wereldkampioenschap voetbal werd Argentinië in de kwartfinale nog uitgeschakeld door Nederland, maar volgend jaar tijdens het WK in Japan en Zuid-Korea moet de huidige generatie spelers zeker tot de topfavorieten worden gerekend. Coach Marcelo Bielsa beschikt naast Riquelme onder anderen over wereldtoppers als Gabriel Batistuta, Juan Veron, Claudio Lopez, Fernando Redondo, Hernan Crespo, Pablo Aimar, Roberto Ayala, Diego Simeone en Martín Palermo (die in 1999 in de Copa America tegen Colombia drie strafschoppen in één wedstrijd miste). Allen actief in Europa, maar het liefst pakken ze een prijs in het magische blauwwitte shirt van hun land. Wereldkampioen voetbal is het hoogst haalbare in het leven van een Argentijn.

Na voetbal komt er op sportgebied een hele tijd niets. Toch wist de tennisser Guillermo Vilas van 1973 tot 1989 uit te groeien tot volksheld. De excentrieke Vilas won in die tijd maar liefst 61 tennistitels, waaronder één keer de US Open, twee keer de Australian Open en één keer Roland Garros. In 1980 won hij de wereldbeker. Een jaar later speelde hij met zijn landgenoot José Luís Clerc in de finale van het Davis-Cuptoernooi tegen Amerika. Negen jaar achter elkaar (1974-1982) stond hij in de top-zes van de wereldranglijst. Tot op de dag van vandaag is Vilas de succesvolste Latijns-Amerikaanse tennisser.

Een nieuwe generatie talentvolle Argentijnse tennissers zal de komende maanden tijdens het gravelseizoen weer aan de deur kloppen. Vorig jaar veroverde Franco Squillari de harten van zijn landgenoten door onder toeziend oog van `meester' Vilas de halve finales van Roland Garros te bereiken. Op de wereldranglijst staan naast Squillari nog zes Argentijnse spelers bij de beste honderd.

In de Formule 1 heeft Argentinië na de legende Juan Manuel Fangio, die in de jaren vijftig met een leren helm en een stofbril op vijf keer wereldkampioen werd, in de 25-jarige Gaston Mazzacane sinds vorig seizoen weer een nieuwe coureur. Mazzacane, dit jaar actief in het team van Alain Prost, heeft nog geen aansprekend resultaat weten te boeken in de steeds populairder wordende sport.

De elite in Argentinië speelt hockey, golf en polo. Het land won in 1998 de World Cup Polo van rivaal Brazilië. Het land was trots op de kampioenen van de sport waarin twee teams van vier paarden en spelers zoveel mogelijk ballen door twee doelpalen proberen te slaan. Maar van verafgoding was geen sprake.