De netwerken

HET BEZIT BLIJFT van de staat, het beheer kan gedeeltelijk de deur uit. Met dit compromis zijn de regeringspartijen en minister Jorritsma (Economische Zaken, VVD) het deze week eens geworden over de eigendomsverhoudingen bij de regionale elektriciteitsnetwerken. Provincies en gemeenten behouden het blote eigendom van de netwerken, maar ze krijgen toestemming om een minderheidsbelang in het gebruik te verkopen aan particuliere ondernemingen. De afspraak geldt tot 2004 en kan vergeleken worden met een contract voor een leaseauto: de leasemaatschappij blijft eigenaar van de auto en de gebruiker mag er tegen een vergoeding en onder voorwaarden mee rijden wat hij wil.

Aangezwengeld door het PvdA-Kamerlid Crone heeft de Kamer zich hiermee uitgesproken tegen volledige privatisering van de regionale energiebedrijven. Dat is een streep door de rekening van Jorritsma en ook van de eigenaars, de lokale en provinciale overheden. Die hadden bij wijze van spreken het geld dat ze met de verkoop van de energiebedrijven zouden verdienen, al uitgegeven. In enkele gemeenten die, vooruitlopend op het Kamerbesluit, al een principeovereenkomst tot verkoop hadden gesloten, is dat zelfs letterlijk het geval. Daar zal het een en ander moeten worden teruggedraaid.

Na de elektriciteitswet van 1998, die grootverbruikers inmiddels de mogelijkheid biedt om zelf stroom in te kopen en particuliere afnemers hiertoe vanaf 2004 in staat stelt, is er veel in beweging gezet. Drie van de vier productiebedrijven voor elektriciteit zijn geprivatiseerd. Het landelijke hoogspanningsnet, TenneT, is in handen van de staat gebracht. De energiebedrijven - grote bedrijven zoals Essent, Nuon, Eneco, Remu en een aantal kleinere - hebben een scheiding aangebracht tussen hun netwerk en de distributie. Met het Kamerakkoord kunnen de distributiebedrijven en het economische vruchtgebruik van de netwerken voor 49 procent geprivatiseerd worden. Over drie jaar, in 2004, zal worden bezien of dit percentage kan worden aangepast en of volledige privatisering mogelijk is. Het juridische eigendom van de netwerken blijft ook dan in overheidshanden.

HIERMEE IS EEN formule gevonden die van toepassing kan zijn op meer nutssectoren. Het privatiseringsprobleem bij stroom, aardgas, water, treinen en luchthavens is dat er een natuurlijk monopolie is wat betreft het netwerk: de kabels, de leidingen, buizen, rails of start- en landingsbanen. Een geprivatiseerd monopolie is geen aantrekkelijke uitkomst en zou leiden tot hopeloos ingewikkelde constructies met het toezicht. Als het politiek wel wenselijk gevonden wordt om het gebruik van netwerken en de distributie te privatiseren, is de gevonden juridische oplossing zo gek nog niet.

De energiebedrijven zijn niet gelukkig omdat juist de netwerken de grootste waarde vertegenwoordigen en bij verkoop het meeste zouden opleveren. Maar niet alles hoeft te wijken voor de wens om het gemeentelijke tafelzilver in de uitverkoop te doen. De klantenbestanden kunnen worden geprivatiseerd, maar niet de kabels.