De Kam kent werk huisarts niet

De zorgsector heeft niet meer geld nodig, stelt Flip de Kam in deze krant van 29 maart. In zijn ogen zouden de overschotten op de begroting gebruikt moeten worden om de staatsschuld af te lossen, zodat AOW en gezondheidszorg ook in de toekomst betaalbaar zouden blijven. De eis van ons huisartsen, ziet hij als een onredelijke en slecht onderbouwde. Wij zouden al meer dan gemiddeld gestegen zijn in ons inkomen. Tot slot stelt hij dat het weggegooid geld is: er wordt geen patiënt meer door geholpen. De praktijkkosten zijn nog altijd te betalen uit de daarvoor staande inkomsten, zij het dat huisartsen er minder winst op maken dan in het verleden, ondanks de claim van een miljard van de zijde van de huisartsen, aldus een artikel op 4 april.

De stijging van ons ziekenfondshonorarium van 42% mag dan heel wat lijken, het staat in geen enkele verhouding tot de stijging van de kosten en de toename in werkdruk. De visie van De Kam stoelt dan ook niet op de realiteit. Door vergrijzing, doordat mensen makkelijker naar de dokter stappen en door uitbreiding van het takenpakket is het aantal consulten toegenomen, evenals de consultduur. De totale `consulttijd' per jaar van een ziekenfondspatiënt is opgelopen van 29,99 minuten in 1987/88 naar 44,57 minuten in 1998, een stijging van 48%. Daarnaast nam de werklast toe door bijvoorbeeld verplichte nascholing, overlegstructuren en een andere tijdvreter: de computer. De huisarts van 1990 had al een meer dan gemiddelde werkweek, maar om een normatieve praktijk anno 2001 te kunnen draaien, zijn er twee `CAO-dokters' nodig.

De praktijkkosten zijn fors opgelopen. Werkgeverslasten, mobiliteit en bereikbaarheid zijn veel meer gestegen dan het prijsindexcijfer. ICT-benodigdheden, in 1990 een zeldzaamheid, zijn inmiddels een forse kostenpost, naast de exorbitante toename van premies voor bijvoorbeeld de arbeidsongeschikheidsverzekering. Bovendien is de huisarts nooit gecompenseerd voor de massale uitloop van oudere particulier verzekerde patiënten naar de ziekenfondsen. Op het moment dat de patiënt weinig zorg vraagt is hij particulier, en krijgt de huisarts alleen per verrichting betaald. Als de patiënt ouder wordt en zorg gaat vragen, zit hij in het ziekenfonds en krijgt de huisarts het abonnementstarief, dat voor ouderen bij lange na niet kostendekkend is.

Tegen het laatste argument van De Kam kan ik weinig inbrengen. Inderdaad, voor dat miljard wordt geen mens méér geholpen. Dat is nu precies het drama van de huisarts. De huisartsgeneeskunde kent geen wachtlijst. Iedereen die zorg vraagt, wordt geholpen, binnen een tot twee dagen. Is er in het ziekenhuis aan het einde van het budget ineens een wachtlijst, de huisarts werkt dan gewoon langer en krijgt het door wachtlijsten elders zelfs nog drukker. Hij is ondernemer, maar kan niet bepalen hoeveel zorg hij moet leveren, aan wat voor – steeds toenemend – eisenpakket hij moet voldoen, en hoeveel praktijkkosten en honorering daarvoor opgevoerd mogen worden. De tekorten op het budget van de praktijkkosten worden uit eigen zak bijgepast. Bovendien ligt zijn loyaliteit bij de patiënt.

De politiek heeft deze zaken altijd goed begrepen en er handig gebruik van gemaakt. Alle trends ten spijt is het nooit tot een redelijke heroverweging van ons tarief gekomen. En de huisarts heeft het geslikt, decennia lang. Het is dus niet de vraag of meer mensen geholpen zullen worden voor dat miljard, maar eerder hoeveel minder mensen geholpen zullen worden als er niet een dramatische verbetering van de praktijkkosten en het honorarium komt.

Daan Croon is huisarts.

    • Daan Croon