Bijbelvertaling

Frits Groeneveld berichtte op 16 maart over het Bijbelvertaalproject van het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) en de Katholieke Bijbelstichting (KBS) dat in 1993 van start is gegaan en naar verwachting in 2004 zal worden afgerond. In het artikel `Heere, Here, HEER' lees ik een aantal zaken over mijzelf die ofwel feitelijk onjuist, dan wel inhoudelijk onwaar zijn.

Zo is ondergetekende geen voorzitter van de KBS en is dat ook nooit geweest. Wel was ik tussen 1981 en 1994 lid van het Algemeen Bestuur van de KBS en ben ik sedert 1994 voorzitter van de Raad van Advies van de KBS. Op een dergelijke futiliteit zou ik uiteraard nooit gereageerd hebben, ware het niet dat Groeneveld vervolgens mijn naam verbindt met een tweetal uitspraken over het vertaalproject en mij daarmee in een kwalijk daglicht stelt.

Om te beginnen zou ik in `meerdere uitlatingen' hebben beweerd een dergelijke nieuwe interconfessionele Bijbelvertaling `niet direct nodig' te vinden. Nu wil het geval dat ik in de jaren 1991-1992, daartoe gemandateerd door het Algemeen Bestuur van de KBS, nota bene deel heb uitgemaakt van de commissie die het hele voortraject van de nieuwe Bijbelvertaling heeft uitgezet. Vervolgens ben ik, toen het project in 1993 van start ging, door de besturen van KBS en NBG benoemd tot vice-voorzitter van de Begeleidingscommissie van het vertaalproject. Waarop baseert de heer Groeneveld dan zijn bewering dat ik tijdens meerdere uitlatingen er blijk van zou hebben gegeven dat dit project (voor mij) niet nodig was? Indien ik deze overtuiging zou zijn toegedaan, zou ik mij toch nimmer met dit project hebben ingelaten, noch om het voor te bereiden, noch om het daadwerkelijk uit te voeren.

Ook wordt mij de uitspraak toegedicht dat het project `vrijwel uitsluitend is ingegeven door kerkpolitieke redenen' van de kant van het Protestants Bijbelgenootschap. Ik betreur het zeer dat mijn naam op deze wijze met het Bijbelvertaalproject in verband is gebracht.