Aan het einde wacht de slager

Kamelen kunnen twintig dagen zonder water, maar dat is dan ook echt het maximum. In het dorpje Kheleiwa, langs de Nijl in Noord-Soedan, zijn ze gewend aan dorstige kamelen. Bijna dagelijks arriveren er kuddes uit de woestijn, begeleid door groezelig geklede nomaden. De dieren hebben twee weken lang niet gedronken, en stormen als wilden op de rivier af. Een volwassen kameel drinkt in vijftien minuten 200 liter water.

,,Onze kamelen zijn kostbare handelswaar'', zegt Ibrahim Ahmed, een kamelendrijver die met zes collega's uit de woestijn komt. Ahmed, gekleed in een witte broek en een jurk tot op zijn knieën, is met tweehonderd kamelen op weg naar de Egyptische stad Daraw, waar de beesten verkocht worden. Het is een wandeltocht van 1600 kilometer. ,,Ik houd van kamelen'', zegt Ahmed. ,,En van de leegte van de woestijn.''

Schreeuwend en scheldend probeert Ahmed de kudde in bedwang te houden. Twee mannetjeskamelen, die strijden om het leiderschap, staan grommend tegenover elkaar. Met een dikke stok geeft Ahmed de beesten een klap. Een van de kamelendrijvers heeft zijn kleren uitgetrokken en is in de Nijl gesprongen, zijn eerste bad in lange tijd.

De karavaanroute tussen Egypte en Soedan is de enige trans-Sahararoute die nog intensief met kamelen wordt bereisd. Jaarlijks maken ruim vijftigduizend dieren de tocht naar het noorden. In de Middeleeuwen stond de route bekend als de Darb al-Arbaïn, de-veertig-dagen-weg, een naam die verwijst naar het aantal dagen dat de reis duurde. De huidige karavanen reizen sneller, zij doen er gemiddeld zo'n dertig dagen over.

Het eindpunt van de karavanen is het slachthuis, bijna alle kamelen eindigen als vlees op de borden van de Egyptenaren. Maar voordat ze naar het slachthuis gaan worden ze eerst vetgemest. De wandeltocht door de Sahara eist veel energie, waardoor de beesten vele kilo's afvallen en broodmager in Egypte aankomen. Sommige beesten sneuvelen onderweg. De karavaanroute ligt bezaaid met kadavers van kamelen die het niet gehaald hebben.

Kamelenvlees is relatief goedkoop. Egyptenaren en Soedanezen eten liever het duurdere schapen- of rundvlees, maar om geld te besparen kiezen ze bij de slager ook wel eens voor kameel. Wie in een restaurant rund- of schapenvlees bestelt, houdt er altijd rekening mee dat er stiekem kamelenvlees geserveerd wordt. In een goed restaurant hangt het geslachte dier daarom in het zicht van iedereen aan een haak. Als klanten bestellen snijdt de kok er onder hun ogen een stuk vanaf, zodat ze zeker weten dat ze niet bedonderd worden.

,,In Egypte is een kameel twee keer zo duur als in Soedan'', zegt kamelenhandelaar Musa Bella Musa. Bella Musa woont in Hamrat El-Sheikh, een kleine oase in het westen van Soedan. Aan de rand van het dorp, dat vrijwel volledig uit rieten hutten bestaat, loopt een droge rivierbedding. Eens in de paar jaar, als er in het gebied regen valt, stroomt er water. Overal in de rivierbedding staan schaduwrijke bomen, waaronder nomaden hun tenten opslaan.

Hamrat El-Sheikh is het startpunt van veel karavanen. Op de lokale kamelenmarkt bieden nomaden hun beesten te koop aan. ,,Als ik honderd dieren bij elkaar heb, stuur ik de kudde naar Egypte'', zegt Bella Musa, die een zwarte met gouddraad geborduurde fez draagt. Bella Musa wandelt over de markt en inspecteert de kamelen, die hier tussen de 500 en 1.000 gulden kosten. De dieren eten van doornige struiken. Kamelen kunnen dat omdat ze extra dikke lippen hebben.

Bella Musa reist zelf niet op en neer tussen Soedan en Egypte. Hij heeft een broer in Kairo, die daar de zaken regelt. Om de kamelen naar Egypte te brengen huurt hij kamelendrijvers in. ,,Voor elke 25 kamelen is een begeleider nodig'', zegt Bella Musa. In de twee maanden dat het duurt om op en neer naar Egypte te reizen verdient een kamelendrijver vijfhonderd gulden. Voor Soedanese begrippen is dat goed betaald, het gemiddelde jaarinkomen is ongeveer even hoog.

Talloze Europeanen zijn de afgelopen jaren met Soedanese kamelenkaravanen naar Egypte gereisd. De Britse schrijver Michael Asher, die in de jaren zeventig en tachtig vele kamelentochten door West-Soedan maakte, schreef erover in zijn prachtige boek `A Desert Dies', dat nog steeds een van de belangrijkste bronnen van informatie is over nomadenstammen in West-Soedan.

Een reis met een kamelenkaravaan is een helse onderneming. De Nederlandse Arita Baaijens, die een aantal boeken schreef over haar kamelentochten door Egypte, besefte dat deze winter, toen ze met een groep kamelendrijvers naar het noorden reisde. Het viel haar niet mee. De nomaden reden in een moordend tempo naar Egypte, soms zaten ze meer dan veertien uur per dag in het zadel. Baaijens was volledig uitgeput aan het eind van haar reis.

Ook toeristen kunnen mee met een kamelenkaravaan. Diverse reisgidsen vestigen daar de aandacht op. Karavanen die toeristen mee willen nemen zijn in plaatsen als El-Obeid en Hamrat El-Sheikh makkelijk te vinden, de enige voorwaarde is dat je je eigen kameel koopt. Soedanezen vinden het prachtig om een Khawadja – zoals blanken in Soedan genoemd worden – te zien stuntelen op de rug van een kameel.

Op het treinstation van de Soedanese hoofdstad Khartoum arriveert de trein uit Wadi Halfa, een stadje op de grens met Egypte. Kamelendrijvers die terugkeren naar huis reizen bijna allemaal met deze trein, die twee keer per week op en neer pendelt. In Khartoum klimmen de mannen boven op een vrachtwagen naar het westen. Bijna alle kamelendrijvers hebben in Egypte spullen gekocht, die ze in Soedan willen verkopen.

..Het zou dom zijn om zonder handelswaar terug te reizen'', zegt Matloub Khamis, een kamelendrijver die in Khartoum uit de trein stapt. ,,Ik kan het geld goed gebruiken.'' Khamis, die al aardig op leeftijd is en flink grijs begint te worden, heeft in Egypte een aantal dozen met modieuze damesschoenen gekocht. Nadeel is dat ze van plastic zijn. ,,Ze zitten waarschijnlijk niet zo lekker'', erkent Khamis. ,,Maar dat vinden Soedanese vrouwen niet erg. Als ze maar mooi zijn.''

Khamis wenkt een taxichauffeur, om zijn spullen naar het busstation te laten brengen. Hij wijst naar de reclamezuil van telecombedrijf Sudatel, dat bij de stationspoort staat. Op het bord staat een nomade op een kameel, met een mobiele telefoon aan zijn oor. ,,Dat is de toekomst'', zegt Khamis. ,,Over een paar jaar reizen we zo naar Egypte.''