Wahid gaat opponenten nu te lijf via het OM

Het Indonesische openbaar ministerie moest de hoeksteen van de rechtstaat worden. Maar president Wahid gebruikt het apparaat tegen politieke tegenstanders.

Het Gedung Bundar (Ronde Gebouw) in Jakarta-Zuid, hoofdzetel van het openbaar ministerie, is al sinds jaar en dag een burcht van de gevestigde orde. De procureurs-generaal die leiding gaven aan het OM hadden onder het Soeharto-bewind een zetel in het kabinet en hun vervolgingsbeleid was louter politiek. In het tijdperk der reformasi had het Ronde Gebouw de hoeksteen moeten worden van een rechtstaat in aanbouw, maar president Wahid gebruikt het dezer dagen als basis voor de tegenaanval op zijn politieke opponenten.

Procureur-generaal Marzuki Darusman werd medio maart, nadat het parlement Wahid had beticht van schending van diens ambtseed, voor het blok gezet. Marzuki heeft in anderhalf jaar welgeteld één Soeharto-crony – `houtkoning' Bob Hasan – achter de tralies gekregen. Vóór 1 april, liet Wahid weten, moesten er ten minste drie arrestaties vallen onder corrupte kopstukken van Soeharto's Nieuwe Orde, anders kon Marzuki zijn biezen pakken. De PG is ook vice-voorzitter van Golkar, Soeharto's oude regeringsmachine en de partij die op 1 februari het `memorandum' tegen Wahid ondertekende. Marzuki, een ambitieuze politicus, stond voor een lastige keuze: partijgenoten oppakken of de enige Golkarpost in de regering-Wahids ontruimen. Op 27 maart slaagde hij er in om een ander Golkarkopstuk, en een verklaard tegenstander van Wahid, naar het Ronde Gebouw te halen voor ondervraging.

Met ir. Ginandjar Kartasasmita (59) had Marzuki een grote vis aan de haak. Deze immer goedgeklede technocraat stamt uit een adellijke Soendanese familie en behaalde de ingenieurstitel aan de Technische Hogeschool in Bandung. Hij volgde een officiersopleiding bij de luchtmacht, bleef officieel in actieve dienst tot zijn 55ste – hij voert de rang van vice-maarschalk b.d. – maar maakte carrière in de bureaucratie. In 1988 werd hij minister van Energie en Mijnbouw en in die functie onderhandelde hij met zulke grote spelers als oliemaatschappijen. Daarna leidde hij vijf jaar (1993-1998) het nationale planbureau en in Soeharto's laatste kabinet (maart-mei 1998) was hij superminister van Economische Zaken. Ginandjar, immer een trouwe volgeling van Soeharto, heeft de bakens tijdig verzet. Op 20 mei 1998 was hij de eerste van 14 ministers die hun ontslag aanboden en daarmee de druk op de oude heer zodanig opvoerden dat deze zijn ambt de volgende dag overdroeg aan vice-president B.J. Habibie. Die handhaafde Ginandjar op dezelfde post.

Toen Wahid aantrad als president, werd de oud-minister namens Golkar vice-voorzitter van het Volkscongres, het hoogste college van staat dat presidenten kiest en kan ontslaan. Sinds juni vorig jaar werkt hij achter de schermen samen met een aantal politici uit islamitische en nationalistische hoek om Wahid ten val te brengen. De groep vertegenwoordigt gevestigde belangen die zij door de president bedreigd achten. Ginandjar stond dan ook boven aan het lijstje van kandidaat-arrestanten dat Wahid had ingediend bij Marzuki Darusman. De andere twee zijn de zakenman Arifin Panigoro, fractieleider van de nationalisten in het parlement, en Fuad Bawazier, minister van Financiën onder Soeharto en geldschieter van betogingen tegen Wahid.

Alleen tegen Ginandjar heeft het OM tot nu toe een zaak opgebouwd. Die heeft betrekking op een door Ginandjar gefiatteerd contract uit 1992 tussen de staatsoliemaatschappij Pertamina en een onderaannemer waarbij de staat voor 24,8 miljoen dollar werd benadeeld. Ginandjar zou in eerste instantie gehoord worden als getuige in de zaak tegen een gewezen topman van Pertamina, die inmiddels huisarrest heeft.

De oud-minister beriep zich tevergeefs op zijn status van oud-luchtmachtofficier. Vorige week dinsdag verscheen hij voor het eerst in het Ronde Gebouw, omringd door advocaten en een escorte militaire politie. Op de tweede dag van zijn verhoor vernam een raadsman dat het OM zijn status wilde veranderen van getuige in verdachte en dat het aanhoudingsbevel al klaar lag. Ginandjar schrok. Tegen zijn ondervragers zei hij dat zijn linkerarm plotseling gevoelloos was en dat hij onverwijld zijn lijfarts wilde raadplegen. De onderzoeksofficier maakte bezwaar en zegde toe een bedrijfsarts op te roepen. Toen stond Ginandjar op en zei: ,,Ik wil nu mijn arts spreken'' en zijn escorte baande een weg naar de uitgang. De chauffeur had de motor al gestart toen de officier kwam aanrennen, met zijn vuist op het autodak trommelde en riep: ,,Wacht! Uw arts komt eraan; het verhoor is nog niet afgelopen!'' De auto stoof weg, de portier kreeg opdracht het hek te sluiten, maar was te laat. De volgende morgen verschenen er foto's in de kranten van een fit ogende Ginandjar, die in een eerste klas kamer van het Pertamina-ziekenhuis aan het infuus lag. In de aangrenzende VIP-room werd oud-president Soeharto verpleegd toen deze al te boek stond als verdachte.

De volgende morgen verscheen een delegatie van het OM in het ziekenhuis, vergezeld van politiemannen met karabijnen, en eiste `in naam der wet' toegang tot de patient. Het militaire escorte voor de kamerdeur weigerde, maar een zware delegatie van Golkar mocht naar binnen. Zaterdag 31 maart, een dag voordat Wahids ultimatum aan PG Marzuki Darusman afliep, meldde zich opnieuw een OM-delegatie in het ziekenhuis en verklaarde aan Ginandjars bed dat ,,verdachte met ingang van heden onder arrest staat''. Maandag zei president Wahid dat van Marzuki's ontslag `geen sprake is.'

    • Dirk Vlasblom