Vergrijzend Icto werkt aan eigen opheffing

De Muur is niet meer dan een herinnering, de hoofden worden grijzer, de leden van de vredesbeweging Icto zagen steeds dezelfde gezichten. Het is tijd voor `over en sluiten'.

Twaalf jaar na het einde van de Koude Oorlog wil het bestuur van het Interkerkelijk comité tweezijdige ontwapening (Icto) zichzelf opheffen. Dat meldt het bestuurslid en mede-oprichter N. de Jong. ,,Het aantal leden loopt terug en daardoor krijgen we te weinig geld binnen.'' Op 10 mei zal de verenigingsraad zich uitspreken over de opheffing.

Het Icto werd in 1980 door individuele kerkleden opgericht als tegenhanger van het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV), dat voor eenzijdige ontwapening streed. Aanhangers van het Icto volgden het standpunt van het eerste kabinet-Lubbers, dat het Westen niet als eerste kernwapens moest weghalen. ,,Het was heel vervelend geweest als Nederland ze als enige niet had geplaatst'', zegt oud-Icto-voorzitter J. Janssen van Raay. ,,Dan hadden we Duitsland in de steek gelaten.'' Het Icto was niet tegen plaatsing van kruisraketten in Nederland.

Om zijn doelen te bereiken stelde het Icto uitvoerige rapporten op over het belang van tweezijdige ontwapening. Met eigen lesmateriaal probeerde het invloed uit te oefenen op het onderwijs.

Anders dan het IKV kreeg het Icto geen brede steun van kerkelijke organisaties. Zowel de hervormde als de gereformeerde synode nam de standpunten van het IKV over nucleaire ontwapening over. ,,Het Icto leefde van het conflict met het IKV'', zegt R. Jeurissen, die begin jaren negentig promoveerde op een onderzoek naar kerkelijke vredesorganisaties. ,,Zonder het IKV was het Icto er nooit geweest. Het verbaast mij dat ze pas na twintig jaar zijn opgeheven.''

In de jaren tachtig leek het Icto meer bezig met bestuurlijke strubbelingen en concurrentie met het IKV dan met de strijd voor vrede. Vooral toenmalig CDA'er Janssen van Raay was een omstreden figuur. Onder zijn leiding zocht het Icto toenadering tot het Oudstrijderslegioen, dat als heel rechts bekend stond. ,,Veel Icto-leden waren al lid van het legioen'', zegt Janssen van Raay. ,,Wij waren gewoon een rechtse, conservatieve club.''

Het Icto vond dat kerken zich niet met politiek moesten bemoeien. ,,Daaraan is het ten onder gegaan'', aldus F. van Iersel, die ook onderzoek deed naar kerkelijke vredesorganisaties. ,,Na de val van de Muur heeft het IKV zijn thema's verbreed met mensenrechten en de situatie in Midden-Europa.'' Het Icto ging niet op zoek naar andere strijdpunten en bleef daardoor aangewezen op dezelfde aanhang.

Halverwege de jaren tachtig had het Icto meer dan tienduizend leden. Hun gemiddelde leeftijd lag toen rond de zestig jaar, aldus mede-oprichter De Jong.

Inmiddels is het ledental gedaald tot vijftienhonderd. Aanwas van jonge leden is er niet, zegt hij. ,,Bij alle lezingen zie je steeds dezelfde oude grijze hoofden terug. Bovendien komen er steeds meer te overlijden.''