TRYGVE SEIM

Soms kunnen cliché's heel lekker zijn. Zoals in het geval van de Noorse melancholiek waarmee Trygve Seims debuutalbum Different Rivers doorspekt is. Dramatisch vibrato, treurig gegalm, lange noten die gespeeld worden met een pathos alsof het de laatste ademtocht betreft, en solisten die voortdurend op het punt lijken te staan in snikken uit te barsten. Seim catalogiseert alle mogelijke gradaties van depressie en doet dat zo mooi dat je je levendig kan voorstellen waarom sommige mensen zich levenslang in die gemoedstoestand wentelen.

De basis voor het uitermate sfeervolle geluid ligt bij een uitgelezen blazerscorps dat qua opzet en inzet geïnspireerd is door Oslo 13, de groep waar saxofonist Seim begin jaren negentig zijn carrière begon. De rietblazers blinken uit in houtig, sober geluid. In de kopersectie ligt de nadruk op de onderste regionen van hoorn en tuba. Het strakke ensemblespel van de blazers wordt af en toe van een opbeurend accentje voorzien door twee cellisten en een accordeonist. Een drumduo helpt de groep vooruit in de iets snellere stukken. In `The Aftermath / African Sunrise' wordt zelfs voorzichtig geswingd. Maar ook daar blijft ondanks de zonnige titel de duisternis en eenzaamheid van de toendra overheersen.

Trygve Seim: Different Rivers (ECM, 1744 159 521-2) Distr. Universal.

    • Edo Dijksterhuis