Supermarkt dringt landbouw veiligheid op

De grote Europese supermarkten gaan gezamenlijk Good Agricultural Practice (GAP) afdwingen, een landbouw waarin voedselveiligheid op de eerste plaats komt en waarin daarnaast aandacht is voor sociaal personeelsbeleid, milieu, dierenwelzijn en natuur. Deze zomer gaan de eerste telers al een certificaat van goed gedrag voorleggen. ,,Het gaat heel snel nu.''

Genetisch gemodificeerde gewassen mogen, mits de teler hier toestemming voor heeft gekregen van de afnemer. En mits de teler met kopieën van de nationale wetgevingen – in eigen land én in het land waar de producten worden gegeten – kan laten zien dat hij aan de wet voldoet. Bestrijdingsmiddelen mogen, mits het gebruik (perceel, spuitdoel, middel, datums) is geregistreerd, de teler kan aantonen dat hij een deskundige heeft geraadpleegd én zich kan verantwoorden: waarom heeft hij niet meer biologische bestrijders ingezet, waarom geen vruchtwisseling gebruikt? Kinderarbeid mag, mits de arbeid licht is, de teler zich aan de wet houdt, én zorgt voor scholing. Groepshuisvesting voor varkens moet, met uitzondering van beren, zwangere zeugen vanaf vijf dagen voor de bevalling en zieke dieren.

Tientallen van zulke eisen hebben 23 grote Europese supermarkten, waaronder Sainsbury's, Tesco, Delhaeze en Albert Heijn, afgelopen maanden met hulp van certificeringsbedrijven, consumentenvertegenwoordigers, onderzoekers en vertegenwoordigers uit de keten opgesteld. De voortrekkers besloten in 1997 niet te wachten op hun nationale overheden en op deEuropese Unie, maar zelf het voortouw te nemen waar het gaat om Good Agricultural Practice (GAP).

Goede Agrarische Praktijk – analoog aan het uit de industrie al langer bekende Good Manufacturing Practice – is een landbouw waarin voedselveiligheid prioriteit heeft, maar waarin ook aandacht is voor consumentenkwesties als milieu, dierenwelzijn, natuur en sociaal personeelsbeleid. Aanvankelijk ging het de supermarkten nog alleen om een Europees certificaat voor verse groente en fruit. Maar inmiddels buigen ze zich ook over Goede Agrarische Praktijken voor granen, voor producten voor de verwerkende industrie, en voor vlees, vis, eieren en zuivel. Daaraan is zeker de laatste maanden, met al die landbouwcrisissen, hard gewerkt. Bijna dagelijks bevat de internetsite van de Eurep, zoals de organisatie van Europese grote supermarktbedrijven heet, weer nieuwe besluiten, vertalingen, leden en toegevoegde leden.

De eisen voor groenten en fruit zijn klaar. De concepteisen voor granen en te verwerken producten staan sinds kort ook op de site, evenals die voor vis, rundvee en varkens. De conceptteksten voor veevoer, kip en eieren zijn in de maak. ,,Het gaat ineens heel snel nu'', zegt Geert Staring, die vanuit certificeringsbedrijf NAK Agro belast gaat worden met de controle. ,,Eenderde van de telers die wij nu voor andere veiligheidscertificaten en keurmerken controleren, begint dit seizoen al met Eurepgap. Afgelopen week gaf ik hierover vier lezingen aan telers. De belangstelling is groot.''

Voor elke sector zijn controlepunten geformuleerd op gebieden als hygiëne, raskeuze, bemesting, bodembeheer, personeelsbeleid, watergebruik, dierziektepreventie, dierenwelzijn et cetera. De roodgekleurde eisen zijn het belangrijkst: de teler krijgt alleen een certificaat als hij hier voor honderd procent aan voldoet. Deze major musts hebben betrekking op de voedselveiligheid en komen er vooral op neer dat de teler heel veel moet registreren: raskeuze, bestrijdingsmiddelengebruik, tijdstip van zaaien en oogsten, bemesting, gebruik van dierlijke medicijnen, herkomst van dieren en bijvoorbeeld dierziekten. Zo kan de controleur in één oogopslag zien of de teler aan de wet voldoet en is bij een calamiteit de herkomst van de groente of het vlees snel te traceren. De teler mag echter alleen het logo EUREPGAP op zijn producten zetten, als hij ook voor 95 procent voldoet aan de geelgekleurde eisen (de minor musts). Die eisen hebben vooral betrekking op milieu- en personeelsbeleid. In die categorie valt bijvoorbeeld de eis dat de teler groenbemesting, aanplant van bomen of andere technieken heeft gebruikt om bodemerosie te voorkomen en dat hij een beleidsplan kan laten zien voor het natuurbeheer in de omgeving. Tenslotte zijn er nog tientallen groengekleurde eisen (de shoulds) waarnaar de controleur wel kijkt, maar die niet verplicht zijn. Hieronder valt bijvoorbeeld een inventarisatie van de flora en fauna, en een managementplan voor meer biodiversiteit op en rond de eigen akkers.

Een paar grote Engelse supermarkten stellen al dergelijke eisen. Andere afnemers, zoals Albert Heijn, stellen eisen op een bepaald gebied, bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen of genetische manipulatie – dat laatste mag van steeds meer afnemers (nog) niet. ,,Het bijzondere is dat de Europese supermarkten nu dezelfde eisen gaan stellen'', zegt Kristian Möller van het EuroHandelsInstitut in Keulen, waar het ondersteunend bureau is gehuisvest. Uit vrijwel elk EU-land hebben zich een of meerdere grote supermarktketens aangesloten. Opvallend afwezig zijn de Duitse supermarkten. Möller verklaart dit uit het feit dat Duitsland een discountland is, waar de supermarkten alleen concurreren op prijs. Bovendien hebben zij niet, zoals de Engelse, een traditie van zich bemoeien met de toeleveranciers. ,,Maar de Duitse supermarkten zullen zich uiteindelijk ook aansluiten'', verwacht de Eurep-secretaris.

Een deel van de telers voor de Engelse supermarkten, waaronder zich inmiddels ook een paar grote, ultramoderne Nederlandse glastuinders en varkenshouders bevinden, zal waarschijnlijk dit jaar al een Eurepgap-certificaat gaan halen. Albert Heijn wil dat zijn groente- en fruittelers uiterlijk per 1 januari 2003 hieraan gaan voldoen. Laurus (Konmar, Super de Boer en Edah) is met zijn telers in overleg over de termijn. Daarbij gaat het de supermarkten ook om hun leveranciers in Marokko, Israël of Kenia. ,,Je krijgt nu een eerlijker concurrentie'', schetst Moller een voordeel. ,,Telers in landen waar het met de wet rond personeelsbeleid of milieu niet zo nauw wordt genomen, hebben nu geen voordeel meer, want de controleurs voor Eurep komen overal even vaak.'' Die certificeringsbedrijven komen, zo is vastgelegd, eens per jaar. Daarbovenop bezoeken ze nog eens tien procent van de telers onverwacht, en de telers moeten op verzoek hun registratie en bedrijfsplan kunnen voorleggen.

De strengere controle is een van de verschillen met het woud aan keurmerken dat afgelopen jaren vanuit de Nederlandse land- en tuinbouwsector zelf is opgezet om weer vertrouwen van de consument te verkrijgen. Voor deze keurmerken bezoeken de controleurs, met uitzondering van de strengere Milieukeur, de telers vaak alleen steekproefsgewijs en er wordt ook minder van de registratie gevraagd. Ander verschil is dat een Eurep-certificaat pas wordt gegeven als het hele bedrijf aan de eisen voldoet. Veel van de huidige keurmerken en veiligheidscertificaten hebben slechts betrekking op één product, aardappelen bijvoorbeeld, of tomaten.

Volgens Irma Schönherr van de DLV Adviesgroep, toegevoegd lid van Eurep, zal het voldoen aan de eisen voor personeelsbeleid nog wel een probleem worden. Illegale arbeid wordt in de land- en tuinbouw nog maar al te vaak door de vingers gezien – in Marokko en Kenia, maar ook in Nederland. Paul Geraads, verantwoordelijk voor tuinbouw bij de boerenbelangenvereniging LTO, geeft aan dat de Nederlandse telers geen problemen hebben met Eurepgap omdat zij al steeds meer registreren en automatiseren. ,,Maar buitenlandse telers zeggen: waar bemoeien de supermarkten zich mee?''

Kritiek is er van de kant van de milieubeweging. ,,De milieu-eisen zijn niet gekwantificeerd'', zegt Peter Leendertse van het Centrum voor Landbouw en Milieu in Utrecht, dat Milieukeur-telers begeleidt. ,,De Europese supermarkten stellen verplicht dat hun telers aan de (aankomende) wet voldoen. Daar waar ze verder gaan zijn de eisen veelal algemeen geformuleerd: telers moeten bijvoorbeeld aantonen dat ze zo min mogelijk bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken. Hoe hard die eis dan is, hangt af van de controleur.'' De supermarkten zelf zeggen Eurepgap als een proces te zien. Wanneer het management en de inzet van groene technologie gaandeweg verbeteren, kan de lat hoger. ,,Ik zou al wel willen dat een aantal shoulds musts waren'', zegt Eugene Gies, voor Laurus betrokken bij de Eurep. ,,Maar je kunt zoiets niet forceren.'' Sommige supermarkten hebben nu al aangegeven bovenop de minimumeisen van de Eurep extra eisen te gaan stellen.

Vraag is nog wel wie de registratie, de begeleiding en de controle gaat betalen: de boeren klagen al steen en been over het feit dat de globaliserende handelaren, slachterijen en supermarkten hen te lage prijzen betalen. Te verwachten valt dat juist kleine en gemengde bedrijven, zoals er bijvoorbeeld veel in Zuid-Italie zijn, minder makkelijk aan de eisenpakketten kunnen voldoen dan grote, gespecialiseerde en geautomatiseerde bedrijven. Volgens ingewijden wordt tijdens de internationale Eurep-workshops niet over extra betaling aan de boer gesproken. ,,Wij mogen geen informatie geven over de inkoopprijzen'', zegt ook Eugene Gies van Laurus.

Möller merkt op dat de Eurepgap het voor de boeren juist goedkoper maakt. Eén Eurepgap-certificaat is immers goedkoper dan straks vijf of tien controlerende instanties in de arm te moeten nemen omdat de diverse afnemers (en misschien ook nog de overheid) ieder een eigen registratie gaan vragen.

Informatie: www.eurep.org

    • Marianne Heselmans