Stroom getuigen heldert zaak-Mink K. niet op

De zaak tegen Mink K. heeft de afgelopen twee jaar flink wat spektakel opgeleverd. Maar de toedracht van de reusachtige wapenvondst, waarvoor gisteren drie jaar werd geëist tegen K., is nog steeds niet duidelijk.

Voor de liefhebbers van spektakel was het van 't begin af aan genieten. Want een incidentrijker verloop dan de vervolging van de 39-jarige Robert Mink K. heeft zich in de Nederlandse strafrechtspleging waarschijnlijk nooit eerder voorgedaan. Raadsheren moesten wegens partijdigheid worden vervangen, een journalist werd gegijzeld, besloten verhoren lekten uit doordat microfoons bleven aanstaan en in de Amsterdamse onderwereld werd tot twee keer toe – steeds een dag na een zitting tegen Mink – een criminele handlanger van de verdachte doodgeschoten. Veel incidenten, maar weinig informatie. Want ook na de tientallen rechtszittingen van de afgelopen twee jaar is niet veel duidelijkheid ontstaan over de vondst in september 1999 van een partij wapens in een appartement in Amsterdam.

Mink K. kreeg in 1999 landelijke bekendheid als een soort meesterbrein van de vaderlandse onderwereld. De Kamercommissie-Kalsbeek, die de nasleep van de IRT-affaire onderzocht, maakte bekend dat een topcrimineel bezig was met een topmagistraat een duistere deal te sluiten. In ruil voor informatie over corruptie van ambtenaren en wapenhandel zou de boef een oude straf wegens wapen- en drugshandel niet hoeven uitzitten.

Namen werden in de Kamerstukken niet genoemd, maar in het traditioneel nogal lekke opsporingsapparaat viel te vernemen dat de commissie-Kalsbeek doelde op Mink K., die met de Amsterdamse officier van justitie Fred Teeven onderhandelde. Ook werd bekend dat K. volgens Kalsbeek met hulp van corrupte overheidscontacten minimaal 15.000 kilo cocaïne had geïmporteerd.

Het spectaculaire nieuws was amper doorgedrongen toen de Amsterdamse politie bekendmaakte dat Mink was gearresteerd wegens een reusachtige wapenvondst. Voldoende materiaal om een volwassen terroristische organisatie jarenlang uit de brand te helpen. Minks vingerafdrukken waren aangetroffen in de flat waar de explosieven lagen. De politie was de flat binnengegaan na een melding van wateroverlast.

Een heterdaadje zou je zeggen. Maar de advocaten van Mink, het echtpaar A. van der Plas en P. Bakker Schut, hebben de afgelopen twee jaar schande geroepen over het `grote complot' waarvan hun cliënt slachtoffer is. Mink is ,,in een zorgvuldig door justitie dan wel inlichtingendiensten opgezette val gelopen'', zei Van der Plas gisteren in haar pleidooi.

Hoe het complot precies in elkaar steekt, weten de advocaten niet en voorzover ze er iets over hebben losgelaten, gebeurde dat steeds achter gesloten deuren. Met het oog op de staatsveiligheid worden pers en publiek geweerd tijdens grote gedeelten van de strafzaak. Per ongeluk – de microfoon naar de perskamer stond een keer even open – is bekendgeworden dat Mink een dubbelrol moet hebben gespeeld. Mogelijk tipte hij de BVD over wapenhandel.

De rechters hebben de advocaten genereus in de gelegenheid gesteld getuigen te horen om het complot boven tafel te krijgen. ,,Een stroom, een overlast aan getuigen'', zei aanklager N. Schaar gisteren schertsend. Elke loodgieter, huismeester, sleutelsmid of agent die iets zou kunnen weten over de wateroverlast die leidde tot de wapenvondst, is gehoord.

Ook journalisten zijn ondervraagd en één is zelfs gegijzeld om zijn bron prijs te geven. Zij hadden op grond van anonieme bronnen gemeld dat Minks arrestatie een opzetje was van inlichtingendiensten. Dat past in de opvattingen van de raadslieden, die zeggen dat Mink – die zittingen met een brommerhelm op of achter een kamerscherm bijwoonde – in de val is gelokt, ,,omdat hij een nagel aan de politieke doodskist van de minister van Justitie was geworden''.

De echte wapenhandelaren zouden Joegoslavische gangsters zijn die al lang door de BVD in de gaten werden gehouden. Om onduidelijke redenen zou de inlichtingendienst er de voorkeur aan hebben gegeven Mink te laten opdraaien voor dit zaakje. De advocaten noemen allerlei rare voorvallen die hun gelijk moeten aantonen. Van der Plas zei gisteren bijvoorbeeld dat een van de rechercheurs in de zaak twee maanden geleden ,,onder niet natuurlijke omstandigheden'' is overleden. ,,Toeval na toeval na toeval is geen toeval meer te noemen'', aldus Van der Plas. Advocaat-generaal N. Schaar hield het hof gisteren vriendelijk voor dat de raadslieden aan achtervolgingswaanzin lijden. Hij gaat ervan uit dat het hof journalisten niet gelooft als ze op basis van anonieme bronnen beweren dat justitie en politie liegen. Hij eist drie jaar cel. Mink blijft hoe dan ook vastzitten als het hof over twee weken uitspraak doet. Er staat nog een straf van zes jaar en acht maanden open wegens een eerder wapen- en drugsakkefietje.