Spionage-crisis dwingt nieuwe Amerikaanse president op volle zee

De Chinese Volksrepubliek stelt George W. Bush danig op de proef. De eerste onverwachte test voor een leider die tot nu toe zorgvuldig van regie-aanwijzingen werd voorzien.

Is China de opvolger van de Sovjet-Unie als belichaming van het ondoorgrondelijke, het gevaarlijke in de wereld? De simplificatie lijkt te passen in de betrekkelijk zwart-witte kijk op internationale verhoudingen die velen de regering-Bush toeschrijven.

Zeker is dat Peking president George W. Bush zijn eerste onvoorbereide missie op volle zee heeft bezorgd. Terwijl zijn Witte Huis-staf hem wekenlang in zorgvuldig geplande situaties aan het Amerikaanse volk voorhield, betekent de huidige crisis een eerste test van Bush' internationale leiderschaps-gaven. Noch het thema noch het verloop was geprogrammeerd.

Hoe langer de 24 Amerikaanse marine-spionnen in `beschermende bewaring' zitten op het Chinese eiland Hainan des te gecompliceerder worden de mogelijke gevolgen van iedere beleidsoptie die George W. Bush in zijn overwegingen moet betrekken. Hoe chantabel is Washington met die gijzelaars en mogelijk al hun geheime codes in Chinese handen? Hoe hard kan en wil Amerika terugslaan als een vlotte afwikkeling uitblijft? Is China echt gevaarlijk voor de Verenigde Staten? Kan China in Azië de Amerikaanse rol op lange termijn ondermijnen? Wat heeft Washington over voor de reële handelsbetrekkingen, waar president Clinton veel in heeft geïnvesteerd?

Nu al vragen Amerikaanse commentatoren zich af of er – ondanks alle moeite van de laatste jaren – sprake is van een `relatie die we misschien wel kunnen missen'. Richard Holbrooke, de vorige VS-ambassadeur bij de Verenigde Naties, wijst er op dat `weg-met-China' geen optie is. Hij toonde zich gisteravond bovendien iets optimistischer dan een aantal conservatieve waarnemers over de mate van gezond verstand die in Peking beschikbaar is.

De crisis komt meer dan gemiddeld ongelegen voor president Bush. Zijn binnenlandse agenda begint hem toch al uit handen te glijden. En veel van zijn benoemingen op het tweede en derde echelon van het buitenlands- en defensiebeleid zijn nog niet rond. Over de ijzersterk genoemde top schrijft men dat er een ideologisch schisma zichtbaar wordt tussen de sociaal-liberale minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell en de havik Rumsfeld op Defensie. De laatste wordt gesteund door Witte Huis-bedrijfsleider en vice-president Dick Cheney.

Het wachten was al op een synthese die alleen de president zelf kon formuleren. Nu moet George W. Bush een voor uiterst én gematigd rechts aanvaardbare lijn trekken terwijl de Chinese volksrepubliek hem serieus op de proef stelt en de hele wereld meekijkt. Bush moet opeens laten zien wat hij nooit pretendeerde in zijn pakket te hebben: een vaste hand in wereldzaken. Zijn eerste buitenlandse reis duurde een middag en ging niet verder dan de boerderette van Mexico's president Fox. China stond pas voor oktober op het programma.

De hardere lijn (korte metten met sommige niet-democratische landen) kwam al tot uiting in het waarschuwings-bombardement van Irak in februari, en in de tamelijk meedogenloze toon jegens het verzwakte Rusland. Washington liet blijken voorlopig geen rol voor zich te zien in het nog steeds verder escalerende conflict in het Midden-Oosten.

De Europese bondgenoten werden door Rumsfeld nauwelijks geduldiger voorgelicht over de Amerikaanse beslissing een rakettenschild te installeren, al wordt die soep wat minder heet geserveerd door de internationale veiligheidsadviseur van de president, Condoleezza Rice. Een onafhankelijker Europese interventiemacht wordt grommend toegelaten, zolang het maar niet menens wordt.

Het was tot nu toe voornamelijk retoriek, al zal Saddam Hussein dat iets anders zien. Nu staan er Amerikaanse levens op het spel, plus de getalsmatig in ieder geval belangrijkste bilaterale betrekkingen die de Verenigde Staten hebben. In de praktijk van de afgelopen drie dagen blijkt uiterste voorzichtigheid de toon te bepalen.

Daarbij is opvallend dat de imago-dokters van het Witte Huis Bush vrijwel als enige naar voren hebben laten treden. Rumsfeld was niet in beeld. Powells opmerkingen tussen de winderige palmbomen van Florida waren weinig meer dan doorslagjes van wat de president eerder op de dag had gezegd: alle 24 manschappen terug, en daarna het vliegtuig, en nu een beetje snel graag.

Vorige week had president Bush nog de Chinese vice-premier Qian Qichen op bezoek. De sfeer werd met zorg prettig gehouden, al was men het traditiegetrouw oneens over de vraag of de VS militair materieel aan Taiwan moet leveren. De jaarlijkse beslissing daartoe valt normaliter binnen één of twee weken. Spelen de Chinezen deze crisis daarom hoog op? Kan Bush via Taiwan de heren in Peking een lesje leren? Beide partijen schuwen de jaren vijftig niet. De regering-Bush is in haar buitenlands beleid voorlopig het helderst in het aangeven van wat zij niet wil. Wat dat betreft is er enige ruimte voor wederzijds begrip tussen Washington en Peking.