Sommige kindsoldaten missen hun leger

Duizenden kindsoldaten werden vorige maand door het Zuid-Soedanese verzet gedemobiliseerd. Niet allemaal zijn de kinderen daar blij mee.

De ogen van ex-kindsoldaat Marco Manut (17) glinsteren van trots. ,,Natuurlijk heb ik mensen gedood, daarvoor zit je in het leger. Het is prachtig om slachtoffers te maken onder de vijand. Ik was gelukkig.'' Hij peutert het vuil onder zijn nagels weg.

Twee maanden geleden maakte Marco zijn grootste veldslag in Zuid-Soedan mee. De oudere strijders waren uitgezonden voor een missie toen de kindsoldaten onder vuur kwamen van een Arabische militie die is geallieerd aan het regeringsleger. ,,Onverwachts vielen ze ons in de nacht aan. Mijn broertje, mijn neef, mijn vrienden, velen stierven. Na die grote aanval begon ik te twijfelen, zoveel doden, zoveel slachtpartijen. Vechten is goed, maar niet als je een nederlaag lijdt. Ik begon te dromen van vrede.''

Vorige maand werden 3.500 kindsoldaten gedemobiliseerd door het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA), dat sinds 1983 in het zwarte, niet-islamitische zuiden vecht tegen overheersing door het gearabiseerde en geïslamiseerde Noord-Soedan. In drie kampen rond het stadje Rumbek in door het SPLA gecontroleerd gebied verblijven de kinderen nu in rieten hutjes of slapen onder de open sterrenhemel. Twee bordjes maïsmeel, een handje gedroogde vis en één theelepel zout is hun dagelijks rantsoen. Een T-shirt en een korte broek hun enige kledij. Onder bomen geven Soedanese leraren hun rudimentair onderwijs.

Bona Makueth is tien jaar; hij was acht toen hij tot het SPLA toetrad. Zijn ondeugende snuit verbergt zijn leergierigheid. ,,Ik hield van het leger, want ik wist nog niet dat er zoiets als school bestond.'' Hij kreeg een baantje als bijrijder op een militaire truck. ,,De chauffeur had een boek en las me daar soms uit voor. Daarna stapte ik op iedereen met een boek af en vroeg hen me wat te leren.'' Hij krabt achter zijn flaporen. ,,What is the matter? en Where are you going? Dat heb ik allemaal geleerd in het leger. Goed hè? Nu wil ik naar school om de wereld te leren kennen. Daarna ga ik weer in het leger.''

Waarom gingen de kinderen in het SPLA? ,,Mijn ouders lieten me achter toen ik zes was, ik weet niet waar ze zijn. Toen ging ik in het leger, daar krijg je tenminste eten'', zegt een 11-jarig slungelig jochie. ,,De stamhoofden uit mijn gebied selecteerden me voor het SPLA, nadat ons dorp was aangevallen. Ik was blij, want nu kon ik mijn mensen verdedigen'', vertelt een ander. ,,Ik ging vrijwillig'', zegt een 17-jarige jongen, ,,want anders zou ik het volgend jaar gedwongen zijn, door de stamhoofden of het SPLA. En nu ben ik verdomme gedemobiliseerd. Wat moet er nu van mijn militaire carrière komen?''

Kuol Atem is een hoge medewerker van het SPLA in Rumbek. ,,We hebben nooit onder dwang kinderen gerecruteerd,'' stelt hij, in strijd met de waarheid. Het SPLA zet al jarenlang bewust kinderen in, net als alle andere strijdgroepen in de Soedanese oorlog dat doen. Eind jaren tachtig lokte het SPLA duizenden minderjarigen naar het buurland Ethiopië met de belofte van onderwijs. Overdag werden ze in de vluchtelingenkampen opgevangen door de Verenigde Naties, in de avond na het vertrek van de hulpverleners kregen ze een militaire opleiding door het SPLA. Maar geen onderwijs. SPLA-leider John Garang wilde een speciale kindereenheid oprichten, die het Rode Leger zou gaan heten. Daar is niets van gekomen omdat Garangs bondgenoot, de Ethiopische president Mengistu, het veld moest ruimen en het SPLA Ethiopië werd uitgezet. Maar inmiddels bestaat wel zo'n tien procent van het SPLA, dat is ongeveer 8.000 soldaten, uit minderjarigen.

Kinderen zijn willige soldaten en daarom geliefd bij Afrikaanse strijdgroepen. Klakkeloos nemen ze bevelen aan en vrezen doen ze niet, want ze weten nog niet goed genoeg wat sterven en lijden is. In het begin zien ze de oorlog als een spannende televisiefilm. Regeringsmilities zetten hen ,,wegens hun moed'' in als infanterie om de aanval te openen en de vijand te desoriënteren. Wanneer ze eenmaal afgeschoten zijn, volgt de werkelijke aanval met beroepssoldaten. Het SPLA behandelt zijn kindsoldaten beter dan de regeringsmilities dat doen. Het ging hen demobiliseren omdat, in de woorden van de SPLA-medewerker Kuol Atem, ,,we aan de internationale gemeenschap willen laten zien dat we de rechten van de mens respecteren''.

De gedemobiliseerde kindsoldaten in Aber, een van de kampen bij Rumbek, komen keihard over. Het zijn kinderen en tegelijkertijd volwassenen, ze stellen hoge eisen en als die niet worden ingewilligd gedragen ze zich agressief. ,,Een geweer geeft macht'', vertelt de 15-jarige Joseph Abior. ,,We mochten na een veldslag in het kamp van de vijand plunderen. Ik bezat meer in het leger dan in dit armzalige kamp.'' Oudere kinderen commanderen de jongeren. Vijftien liepen er vorige week boos weg omdat hun eisen voor beter voedsel geen gehoor vonden. De bevolking van Rumbek maakt zich zorgen als de jochies straks het kamp uitmogen. ,,We moeten uitkijken voor kinderen die straks op de markt komen stelen, ze zijn abnormaal'', meent Kuol Atem.

Wat moet UNICEF, de kinderorganisatie van de VN die de demobilisatie financiert, met deze kinderen? Sommige hulpverleners willen hen terugsturen naar het gebied waar ze vandaag komen, 200 kilometer van Rumbek, en hen daar bijstaan. Anderen vinden zo'n operatie zinloos: immers de oorlog gaat door en ze zullen er opnieuw bij betrokken raken. Zij pleiten voor onderwijs en psychiatrische begeleiding ver van de frontlinies. Misschien kunnen zij dan de voorhoede gaan vormen van een jonge groep opgeleide Zuid-Soedanezen, want aan onderwijs is een hele generatie lang vrijwel niets gedaan.

Activisten binnen het SPLA die al jaren pogen de beweging om te vormen van een zuiver militaire organisatie tot een werkelijke bevrijdingsbeweging met een sterke civiele component, juichen de demobilisatie van de kindsoldaten toe. Sommige SPLA-militanten daarentegen vinden dat iedere Zuid-Soedanees zijn bijdrage moet leveren aan de strijd. In hun visie hebben civiele activiteiten geen zin zolang de vijand niet verslagen is. Zij verzetten zich tegen de demobilisatie. In de zuidelijke regio Equatoria worden sinds enkele weken door een zekere commandant Oyai weer honderden kinderen voor het SPLA geronseld. Commandant Oyai is naar verluidt een vertrouweling van SPLA-leider John Garang.

    • Koert Lindijer