Rechter verwerpt claim Begemann

De claims van zakenman J. van den Nieuwenhuyzen en Begemann tegen de staat en tegen de Vereniging voor de Effectenhandel (VE, het vroegere bestuur van de Amsterdamse beurs) zijn vanochtend door de Haagse rechtbank grotendeels verworpen.

De VE heeft in de aanloop naar de HCS-voorkenniszaak tegen Van den Nieuwenhuyzen in het geheel niet onrechtmatig gehandeld. De Nederlandse staat heeft bij de vervolging in de HCS-voorkennisaffaire geen steken laten vallen, maar in de daarop volgende RDM-zaak tegen Van den Nieuwenhuyzen wel, zegt de rechter.

De vijf jaar oude claim van Begemann en Van den Nieuwenhuyzen – 1,2 miljard gulden groot – heeft inmiddels via Begaclaim een plaatsje op de beurs gekregen. Van den Nieuwenhuyzen werd in 1991 beschuldigd van handel met voorkennis in aandelen HCS, maar is door de Hoge Raad vrijgesproken. Volgens Begaclaim is de handelwijze van het toenmalige beursbestuur onzorgvuldig geweest, maar de rechter verwerpt dat.

In de daaropvolgende RDM-zaak, die draait om voorkennis bij handel in aandelen Begemann zelf, heeft de staat wel onrechtmatig gehandeld, aldus de rechter, omdat de verdenking van misbruik van voorkennis onterecht was ontstaan. Hoewel de hoogte van de claim vanochtend niet aan de orde was, merkt de rechtbank op dat de schade voor Van den Nieuwenhuyzen ten gevolge van de RDM-zaak niet groot is in vergelijking met die in de HCS-zaak. De rechter stelt voor dat partijen in overleg zelf tot een omvang van schadevergoeding komen.