Nuon wint alleen uitwedstrijden

Energie- en waterbedrijf Nuon lijkt in een spagaat geraakt tussen buiten- en binnenlandse expansie. ,,Zilveren wolkjes met een donker randje.''

Het energie- en waterbedrijf Nuon gaat steeds meer op zijn baas lijken. Nuon krijgt net als bestuursvoorzitter Tob Swelheim een clownsgezicht, dat beurtelings vrolijk en droevig staat. Vrolijk in het buitenland, waar Nuon grote overnames doet, zint op een nog grotere overnames en een fusiepartner zoekt. Droevig in het binnenland, waar de Tweede Kamer de privatisering van de elektriciteitsnetten blokkeert, een fusie met het gelijkwaardige Essent onmogelijk is, het Gelderse waterbedrijf zich niet laat overnemen, de warmtekrachtkoppeling verlies maakt, voetbalclub Vitesse een blok aan het been is en de klanten massaal klagen over niet toegelichte tariefsstijgingen.

Het gezicht van Swelheim toonde gisteren bij de presentatie van het jaarverslag over 2000 dan ook vele uitdrukkingen. Stralend was hij over de stijging van de netto winst met 20 procent tot 722 miljoen gulden. Trots op de aangevraagde kredietwaardering van AA-, waarmee Nuon volgens financieel bestuurder Visser in de ,,top-7 van Europese energiebedrijven'' zit. Somber was Swelheim over de tegenvallers: ,,Zilveren wolkjes met een donker randje.'' Het is de vraag hoe groot de wolk is en hoe groot de rand.

Nuon is nog altijd een overheidsbedrijf, met aandeelhouders van Haarlem tot Friesland. Nu de elektriciteitsmarkt wordt opengegooid – met de vrije stroominkoop voor huishoudens in 2004 als sluitstuk – maken de Nederlandse energiedistributiebedrijven zich op voor een vrije markt. Nuon wedt op vier paarden: beheer van het netwerk; levering van energie, water en andere `ontzorgingsproducten' zoals onderhoud en verzekeringen; kennis van de waterketen (,,hét product van de toekomst''); en duurzame energie. Nuon wil daarbij af van een nog onbekend aantal medewerkers, en van de overheden, die op termijn hun aandelen mogen verkopen op de beurs of aan een fusiepartner.

Nuon heeft de laatste tijd in een hoog tempo bedrijven gekocht, zoals Norit en (een belang in) Paques – waterzuivering –, zoals Feenstra en De Klussenier – onderhoud –, zoals het Amerikaanse Green Mountain Energie – groene stroom – en zoals recentelijk het Amerikaanse Utilities, Inc. (water). Er wordt ook samengewerkt met het Britse Biwater (water) en Achmea (verzekeringen). Het afvloeien van personeel gaat vrij vlot: er kwamen door de overnames 851 mensen bij, maar er vertrokken er 963 dankzij royale vertrekpremies. Nuon had voor de reorganisatiekosten al eerder een voorziening genomen van bijna een miljard gulden en heeft er nu nog eens 170 miljoen gulden aan toegevoegd uit de boekwinst op verkochte bedrijfsonderdelen – zo worden de toekomstige resultaten niet belast met afvloeiingskosten.

Punten dus voor de `waterketen', het `water', de `groene stroom' en de `ontzorging'. Met de privatisering wil het minder vlotten. Nu de regionale stroomnetten van de Tweede Kamer voorlopig in overheidshanden moeten blijven, is een beursgang niet erg aantrekkelijk. Een fusie, het alternatief voor de beurs, met bijvoorbeeld het even grote Essent, kan niet zolang de concurrentiewaakhond NMa een gezamenlijk marktaandeel van boven de 40 procent onacceptabel vindt. Nuon zoekt nu een fusiepartner in het buitenland, waar de partijen vaak veel groter zijn. Swelheim: ,,Wie met een beer vrijt, krijgt vlooien.''

Zelfs als Nuon geld gaat verdienen met milieuvriendelijke energie in de VS, dan neemt dat niet weg dat de energiezuinige warmtekrachtkoppeling in Nederland vorig jaar verlies heeft opgeleverd. De Amerikaanse en Britse waterbedrijven kunnen ook nooit de `waarde' opleveren van het afhoudende waterbedrijf in Gelderland, waar Nuon al stroom en gas levert. De `ruis' die is ontstaan tussen Nuon en zijn klanten door de problematische integratie van zeven klantsystemen toont aan dat fuseren pijn doet.

Nuon lijkt in een spagaat geraakt tussen een expansie tot in China en Cuba en een binnenlandse expansie, die tot in de kleine dorpen moeizaam is. Een beetje zoals Vitesse, de voetbalclub waarmee de sponsorrelatie zo rigoreus is doorgeknipt dat de naam in jaarverslag volledig ontbreekt: op naar de internationale top, maar punten morsen in thuiswedstrijden.

    • Karel Berkhout