Heelal dijt inderdaad versneld uit

Een opname van een ontploffende ster op 10 miljard lichtjaar van de aarde geeft steun aan de theorie dat het heelal doortrokken is met een `vacuümenergie' die werkt als een negatieve, afstotende zwaartekracht.

Dit hebben wetenschappers maandag op een persconferentie van de Amerikaanse ruimvaartorganisatie NASA bekendgemaakt. De consequentie van deze anti-zwaartekracht is dat het heelal op dit moment versneld uitdijt.

De opname van de ontploffende ster is in 1997 bij toeval door de Hubble Space Telescope gemaakt. Het gaat om een supernova van het type 1A. Dat is een opgebrande witte dwerg die deel uitmaakt van een dubbelstersysteem en daarbij zoveel materiaal van zijn begeleider opsnoept dat hij op een gegeven moment als een gigantische waterstofbom ontploft en gedurende korte tijd fel oplicht. Door zijn speciale eigenschappen fungeert dit type supernova als een soort referentie-lichtbaken in het diepe heelal en is zijn afstand nauwkeurig te bepalen. Die bleek in dit geval 10 miljard lichtjaar, de verste supernova die ooit is waargenomen.

Kosmologen gaan ervan uit dat het heelal 12 à 15 miljard jaar geleden met de Oerknal van start ging. Aanvankelijk werd het tempo waarmee de materie uitdijde afgeremd door de zwaartekracht. Als dat effect was blijven optreden, dan zou de uitdijing op een gegeven moment tot staan zijn gekomen, gevolgd door een ineenstorting met de `eindkrak' als finale.

Naar nu steeds duidelijker blijkt is dit scenario onjuist. Sinds 4 à 8 miljard jaar geleden, zo denken kosmologen, is het heelal juist steeds sneller gaan uitdijen. De eerste aanwijzingen hiervoor zijn in 1998 gepresenteerd, op basis van de studie van minder ver verwijderde supernova's van het 1A-type. Deze bleken lichtzwakker dan verwacht. Als er tussenliggend stof in het spel was, is de redenering, dan zou dit effect van `te zwakke' supernova's zich sterker moeten manifesteren naarmate ze verder weg staan. Het feit dat de nu ontdekte supernova juist helderder is, lijkt deze verklaring uit te sluiten, ten gunste van de anti-zwaartekracht. Door zijn hoge ouderdom dateert de door de Hubble gefotografeerde supernova nog uit de periode van de afremmende uitdijing, wat de extra helderheid verklaart. Waarnemingen van de beweging van de supernova ondersteunen deze visie.

De anti-zwaartekracht is in 1917 door Albert Einstein ingevoerd. Zo wilde hij voorkomen dat zijn Algemene Relativiteitstheorie, indien toegepast op het heelal als geheel, op termijn tot ineenstorting zou leiden. Toen de astronoom Edwin Hubble in 1929 ontdekte dat het heelal niet statisch was maar uitdijde, noemde Einstein zijn ingreep ,,de grootste blunder uit mijn leven''. Dankzij de Hubble-ruimtetelescoop is het idee weer springlevend.