Er loopt een Berlijnse Muur door Twello

Gisteren besloot minister Brinkhorst een groot stuk van Gelderland hermetisch af te sluiten om verdere verspreiding van het MKZ-virus te voorkomen. Na `Enschede' heeft Nederland weer een rampgebied.

Om 19.00 uur 's avonds krijgt burgemeester J. van Blommestein van Voorst een telefoontje van commissaris der Koningin J. Kamminga. Of Van Blommestein naar het journaal van 20.00 uur wil kijken want daarin ,,wordt een belangrijke mededeling over MKZ gedaan.'' Kamminga heeft kort daarvoor van een gehaaste minister Brinkhorst begrepen dat een groot deel van Gelderland afgesloten wordt, maar de details kent hij ook niet. Kamminga, Van Blommestein en andere betrokken burgemeesters horen op het NOS-Journaal een gebied van grofweg dertig bij zestien kilometer min of meer op slot wordt gedaan. Politie en marechaussee, bij de toegangswegen naar het gebied, en boten op de IJssel moeten voorkomen dat er dieren in of uit het gebied getransporteerd worden. De spoorlijn Apeldoorn-Deventer vormt de zuidgrens van het `rampgebied', en doorsnijdt Twello (gemeente Voorst). ,,Je mag toch verwachten dat een lokale bestuurder eerder op de hoogte wordt gebracht'', zegt Van Blommestein zuinigjes. Op het moment dat hij zich volgens instructie naar het stadhuis spoedt, posteert een peloton ME uit Tiel zich in Twello bij de spoorwegovergangen. Pas om 21.00 uur, een uur later dan de minister aankondigde, nemen zij, sommigen zonder de benodigde hulpmiddelen, hun posities in. ,,Geen vesten, geen lampen, effectief 0!'' zegt de commandant (,,Hier Bravo 340'') via de mobilofoon tegen de commandowagen. Deze probeert op dat moment, op een landweggetje buiten het dorp, een manschappenwagen uit de modder te trekken. Tevergeefs, een sleepdienst moet er aan te pas komen om de ME weer op weg te helpen. Pas als de avond al lang gevallen is, gaat de politie over tot controles. De mevrouw met de pizzadoos mag doorfietsen maar met name het vrachtverkeer wordt gecontroleerd.

In de ochtend is de `Berlijnse Muur' door Twello zo goed als onneembaar. Marechaussee en ME houden bijna iedereen aan. ,,Goedemorgen, vervoert u levende have'', vraagt een ME-er in onvervalst Rotterdams. ,,Hoe zei u dat?'', is de wedervraag. ,,Ik wil weten of u dieren vervoert.'' Als de politie het niet vertrouwt, moet de laadbak open. Het leidt her en der tot files en opstoppingen. De meeste mensen tonen begrip. ,,Het is terecht, anders gaat alles kapot'', zegt een chauffeur. De lokale bevolking van Twello biedt koffie aan. ,,Moet je hier nu zes weken staan?'', wordt een politie-agent verbaasd gevraagd. Even buiten Twello, aan de Terwoldseweg richting Welsum, lopen vijf schapen en negen lammetjes in de wei. ,,Die gaan straks allemaal dood'', zegt eigenaresse A. Wijten nuchter. Achter haar raam, en dat van bijna alle buren, hangt een pamflet. ,,Stop het zinloze doden'', staat erop. Wijten relativeert haar eigen situatie. ,,Er zijn boeren die er veel erger aan toe zijn.''

De getroffen agrariërs bellen massaal naar het steunpunt van de Gewestelijke Land en Tuinbouworganisatie in Deventer. De twintig telefoonlijnen zijn sinds gisteravond 20.00 uur praktisch continu bezet. De meeste boeren willen weten of ze enters van het erf mogen weren. Een ja of nee krijgen ze niet. ,,Wij hebben geen mening, leggen de boeren alleen het dilema voor tussen het belang voor de hele sector en hun eigen belang'', zegt GLTO-er W. Dijkema.

Andere vragen zijn meer praktisch. Wat gebeurt er met de melk? Wat doen we met de kalveren die geboren worden? Wat voor schadevergoeding is er? Bij de GLTO in Deventer weten ze het zelf ook niet.

Voorzitter J. Roemaat stapt haastig in de auto, op weg naar een overleg met minister Brinkhorst in Den Haag. Hij vindt dat de consequenties en voorwaarden van de ingrijpende maatregel niet helder zijn. Die duidelijkheid verlangt hij van Brinkhorst. ,,Ik moet natuurlijk wel een fatsoenlijk verhaal richting de achterban hebben'', zegt Roemaat, waarna hij zich haast richting Den Haag. Vanmiddag om vijf uur verzamelen de burgemeesters van het rampgebied in Epe voor crisisoverleg.

Commissaris der Koningin Kamminga durft nog niet te denken aan de economische gevolgen voor het gebied. ,,Eerst maar afwachten of we zo verspreiding van het virus kunnen tegenhouden.'' Zijn grote angst betreft het gebied rond Kootwijkerbroek. Als de besmetting zich daar uitbreidt, moet er nog meer op slot. ,,De hele Gelderse Vallei tot aan de Rijn wordt dan bedreigd. Dat zou de ramp nog groter maken.''

    • Martin Steenbeeke